Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6565

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201002595/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 november 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied deel 3" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002595/1/R4

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Horst aan de Maas,

appellant,

en

de raad van de gemeente Horst aan de Maas,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied deel 3" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 maart 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 14 april 2010.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 december 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. H.U. van der Zee, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door L. Savelkoul en C.J.G. Riga, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor een deel van het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas gelegen tussen de Meerlosebaan, rondom de kernen Broekhuizenvorst, Lottum en Grubbenvorst en de Maas en de A67. In het plan is beoogd de bestaande, legale situatie vast te leggen.

2.2. [appellant] kan zich niet verenigen met de bestemming "Agrarische doeleinden met landschappelijke en natuurwaarden" met de aanduiding "agrarische bouwkavel" voor zover betrekking hebbende op het perceel [locatie] te [plaats].

[appellant] stelt dat de raad zijn zienswijze ten onrechte niet heeft meegenomen in de voorbereiding van het plan.

Hij betoogt voorts dat zijn perceel de bestemming "Recreatieve doeleinden" had moeten krijgen omdat op het terrein een veertigtal camperplekken zijn gerealiseerd. Het gemeentebestuur heeft volgens [appellant] toegezegd de bestaande situatie te legaliseren.

2.3. De raad is in de zienswijzennota niet op de zienswijze van [appellant] ten aanzien van het perceel [locatie 2] ingegaan. Ook overigens is niet gebleken dat de raad de zienswijze bij de voorbereiding van het vaststellingsbesluit heeft betrokken. Gelet hierop is het plan in zoverre in strijd met de krachtens artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij de voorbereiding van een besluit te betrachten zorgvuldigheid tot stand gekomen. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarische doeleinden met landschappelijke en natuurwaarden" met de aanduiding "agrarische bouwkavel" voor zover betrekking hebbende op het perceel [locatie] te [plaats].

2.4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Horst aan de Maas van 10 november 2009, kenmerk 2009, no. 99, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarische doeleinden met landschappelijke en natuurwaarden" met de aanduiding "agrarische bouwkavel" voor zover betrekking hebbende op het perceel [locatie] te [plaats].

III. veroordeelt de raad van de gemeente Horst aan de Maas tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Horst aan de Maas aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Gerkema

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

472-725.