Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6547

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201100667/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 november 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruwaard-Oss-2010" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/795
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201100667/1/R3.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante A] en [appellante B], beide gevestigd te Heesch, gemeente Bernheze (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellante]),

appellanten,

en

de raad van de gemeente Oss,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Ruwaard-Oss-2010" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2011, waar [appellante], vertegenwoordigd door ing. H. Schut, werkzaam bij BMD Advies Zuid-Nederland B.V., en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.H.J.H. van den Hogen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende] verschenen.

Buiten bezwaren van partijen zijn ter zitting nog stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

[locatie 1]

2.1. Ter zitting heeft [appellante] haar beroepsgrond die ziet op de omvang van het bouwvlak op haar perceel, ingetrokken.

2.2. Het beroep van [appellante] is onder andere gericht tegen het plandeel met de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" voor haar perceel. Volgens [appellante] is de aan haar perceel toegekende milieucategorie ten onrechte verlaagd ten opzichte van het vorige plan, nu enkele activiteiten waarvoor een milieuvergunning is verleend onder milieucategorie 4.1 vallen. Door een lagere milieucategorie toe te kennen acht [appellante] zich onredelijk in haar bedrijfsvoering belemmerd.

2.2.1. De raad stelt de milieucategorie voor het perceel van [appellante] te hebben verlaagd ten opzichte van het ontwerp van het plan en het vorige plan, omdat milieucategorie 4.1 te zwaar is voor de omgeving van het bedrijf van [appellante]. Voor de handel in motorbrandstoffen is aan het perceel de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - verkooppunt motorbrandstoffen met methaan en lpg" toegekend, zodat deze activiteit, hoewel deze onder milieucategorie 4.1 valt, op het perceel is toegestaan. De overige bedrijfsactiviteiten vallen onder milieucategorie 3.2 of lager, aldus de raad.

2.2.2. Aan het perceel zijn, voor zover thans van belang, de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3.2" en "specifieke vorm van bedrijf - verkooppunt motorbrandstoffen met methaan en lpg" toegekend. Ingevolge artikel 3.1, aanhef en onder a, sub 2, van de planregels zijn de als zodanig aangewezen gronden bestemd voor bedrijven in de categorie 3.2 en lager van de milieuzoneringslijst en voor een verkooppunt motorbrandstoffen met methaan en LPG.

2.2.3. [appellante] exploiteert op het perceel een oliehandel en een servicestation. Aan haar is een milieuvergunning verleend voor een groothandel in vaste brandstoffen, een groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen, een servicestation voor de levering van motorbrandstoffen, inclusief LPG met een doorzet van 3000 m³ per jaar, het testen van vaste brandstoffen voor verwarmingsdoeleinden, de reparatie en assemblage van verwarmingsketels en olie- en waterslibverwerking.

Wat betreft de groothandel in vaste brandstoffen overweegt de Afdeling dat deze activiteit ingevolge de milieuzoneringslijst die als bijlage bij de planregels is gevoegd, valt onder categorie 3.1, SBI-code 46711, en derhalve in het plan is toegestaan.

Wat betreft het servicestation voor de levering van motorbrandstoffen, inclusief LPG met een doorzet van 3000 m³ per jaar, is niet in geschil dat dit, gelet op de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - verkooppunt motorbrandstoffen met methaan en lpg", in het plan is toegestaan op het perceel.

De raad heeft met betrekking tot de groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen ter zitting gesteld dat deze activiteit valt onder het verkooppunt van het servicestation. Dit valt uit de milieuzoneringslijst niet af te leiden. In deze lijst is de groothandel in vloeibare en gasvormige stoffen apart geclassificeerd (SBI-code 46712) en aan deze activiteit is milieucategorie 4.1 of hoger toegekend. De groothandel in vloeibare en gasvormige stoffen is derhalve in het plan, anders dan de raad meent en met het plan heeft beoogd, niet toegestaan. Gelet hierop is het bestreden besluit in zoverre vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

Wat betreft het testen van vaste brandstoffen voor verwarmingsdoeleinden, de reparatie en assemblage van verwarmingsketels en de olie- en waterslibverwerking overweegt de Afdeling dat de raad weliswaar stelt dat deze bedrijfsactiviteiten onder milieucategorie 3.1 vallen, maar dit blijkt niet uit de bij het plan behorende milieuzoneringslijst en kan evenmin hieruit worden afgeleid. Gelet hierop berust het bestreden besluit in zoverre niet op een deugdelijke motivering.

2.3. Voorts stelt [appellante] dat ten onrechte slechts aan een gedeelte van haar perceel in plaats van aan haar gehele perceel de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - verkooppunt motorbrandstoffen met methaan en lpg" is toegekend. In dit verband wijst zij erop dat de op haar perceel aanwezige installaties en rijroutes met elkaar samenhangen.

2.3.1. Anders dan [appellante] veronderstelt, ziet de door haar genoemde functieaanduiding, gelet op artikel 3.1, aanhef en onder d, van de planregels, op het hele bestemmingsvlak. Nu het plandeel met de bestemming "Bedrijf" het hele perceel omvat, mist het betoog van [appellante] in zoverre feitelijke grondslag.

2.4. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellante] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit op dit onderdeel is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te worden vernietigd wat betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf", en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2", dat ziet op het perceel [locatie 1].

[locatie 2]

2.5. Het beroep van [appellante] is voorts gericht tegen het plandeel met de bestemming "Wonen - Vrijstaand - 1" voor het achterterrein van het perceel dat grenst aan haar perceel [locatie 1]. Volgens [appellante] is deze bestemming ten onrechte toegekend, nu op het achterterrein bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan en het perceel gedeeltelijk binnen de risicocontour van haar LPG-tank en vulpunt valt.

2.5.1. Uit de gedingstukken blijkt niet waarom de bestemming "Bedrijf" voor het achterterrein van het perceel bij de vaststelling van het plan is gewijzigd in de bestemming "Wonen - Vrijstaand - 1". In verband hiermee ziet de Afdeling in hetgeen [appellante] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit op dit onderdeel niet berust op een kenbare en deugdelijke motivering. Het beroep is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met de artikelen 3:46 en 3:47 van de Awb te worden vernietigd wat betreft het plandeel met de bestemming "Wonen - Vrijstaand - 1" dat ziet op het achterterrein van het perceel zoals hierna nader is aangegeven.

2.6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Ten aanzien van het verzoek om de raad te veroordelen in de kosten van uittreksels uit openbare registers overweegt de Afdeling dat [appellante] de opgave van deze kosten niet heeft gespecificeerd en onderbouwd. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt daarom in zoverre afgewezen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Oss van 4 november 2010, kenmerk 2010-82:

a. voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf", en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2", dat ziet op het perceel [locatie 1];

b. voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen - Vrijstaand - 1" dat ziet op het achterterrein van het perceel [locatie 2] dat nader is aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Oss tot vergoeding van bij [appellante A] en [appellante B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.154,31 (zegge: elfhonderdvierenvijftig euro en eenendertig eurocent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Oss aan [appellante A] en [appellante B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

177-653.

<HR>

Kaart I