Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6529

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201108880/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan

"Kern 's-Heerenhoek 2011" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201108880/1/R2.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante] en anderen, allen wonend te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

en

de raad van de gemeente Borsele,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan

"Kern 's-Heerenhoek 2011" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellante] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 augustus 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[ontwikkelaar] van de in het plan voorziene woningen aan de 's-Heerenhoeksedijk, heeft daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 januari 2012, waar [appellante] en anderen, in persoon van [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door drs. ing. M.A.M. Heijdra, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord [ontwikkelaar].

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet, voor zover thans van belang, in de bouw van twee vrijstaande woningen op een perceel aan de 's-Heerenhoeksedijk. Het perceel ligt naast het perceel 's-Heerenhoeksedijk 1, aan de zuidzijde van de kern 's-Heerenhoek en is thans in gebruik als volkstuin. Deze twee woningen vormen samen met de aan de Werrilaan voorziene vrijstaande woning de vervanging van twee reeds gesloopte woningen aan de Werrilaan.

Procedureel

2.2. Ten aanzien van het betoog van [appellante] en anderen dat de raad feitelijk de zelfstandige bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van het plan is ontnomen, doordat het college reeds op 23 maart 2010 haar medewerking aan de woningbouw had toegezegd, overweegt de Afdeling als volgt.

Ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De Afdeling stelt vast dat de wettelijke procedure is gevolgd. Dat het college met de ontwikkelaar een grondexploitatieovereenkomst is aangegaan, zoals niet ongebruikelijk is in het geval van een plan van een initiatiefnemer, maakt niet dat de raad buiten spel is gezet of het plan niet meer objectief kan beoordelen, zoals [appellante] en anderen kennelijk betogen. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat in de overeenkomst expliciet een voorbehoud ten aanzien van de bestemmingsplanprocedure is opgenomen, waaruit volgt dat er geen sprake zal zijn van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming, als de gemeente naar aanleiding van deze procedure handelingen verricht die niet in het voordeel zijn van de ontwikkelingen van het plan. Dit betoog faalt.

Inhoudelijk

2.3. [appellante] en anderen hebben het beroep, voor zover dat mede is gericht tegen het ten behoeve van de in het plan voorziene woningen aan de 's-Heerenhoeksedijk opgestelde beeldkwaliteitplan, ter zitting ingetrokken.

2.4. [appellante] en anderen bestrijden het plandeel met de bestemming "Wonen" dat voorziet in de bouw van twee woningen op het perceel aan de 's-Heerenhoeksedijk. Dit plandeel is naar hun mening in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe voeren zij aan dat geen behoefte aan de woningen bestaat, dat de voorziene woningbouw strijdig is met het besluit van 30 november 2010, en dat het leidt tot een verdichting van het historische lint, waardoor de openheid en het landschappelijk karakter van het lint onaanvaardbaar worden aangetast. Voorts vrezen [appellante] en anderen een aantasting van het woon- en leefklimaat, hetgeen tevens strijd oplevert met het gemeentelijk beleid, en vrezen zij een waardedaling van hun woningen. Tot slot zullen volgens hen ter plaatse verkeersonveilige situaties ontstaan.

2.5. Volgens de raad vindt de inpassing van de woningen op ruimtelijk verantwoorde wijze plaats, met respect voor het karakter van het dijklint. De twee voorziene woningen zijn volgens de raad niet in strijd met het gemeentelijke beleid en het besluit van het college van 30 november 2010. Dat binnen 's-Heerenhoek nog bouwgrond beschikbaar is, wil volgens de raad niet zeggen dat elders geen nieuwbouw mogelijk is. Hoewel de omgeving rondom de percelen van [appellante] en anderen zal veranderen, leiden de twee voorziene woningen volgens de raad niet tot onaanvaardbare overlast.

2.6. Uit de plantoelichting volgt dat het plan overwegend een beheersplan is, maar op een aantal locaties in de kern ontwikkelingen mogelijk maakt. Locatieomstandigheden kunnen aanleiding zijn om buiten het reeds aanwezige woningbouwaanbod op beperkte schaal woningbouw toe te staan. De twee voorziene woningen aan de 's-Heerenhoeksedijk en de woning aan de Werrilaan komen in plaats van twee reeds gesloopte woningen. Nu het feitelijk aantal woningen hierdoor slechts met één toeneemt, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling de invloed van deze toename op de woningvoorraad terecht klein geacht. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat hoewel volgens de raad de woningbehoefte voor de gemeente Borsele na 2015 zal afvlakken, voor 's-Heerenhoek ook na 2015 nog een lichte bevolkingsgroei wordt verwacht. Dit is door [appellante] en anderen niet weerlegd. Bovendien is door [appellante] en anderen niet bestreden dat de voorziene woningen, die worden ingepast in een historisch dijklint, niet voorzien in dezelfde behoefte als de woningen in de uitbreiding van de nieuwbouwwijk De Blikken II aan de noordzijde van de kern 's-Heerenhoek.

[appellante] en anderen hebben derhalve niet aannemelijk gemaakt dat geen behoefte aan de voorziene woningen bestaat. Het betoog faalt.

2.6.1. Voor zover [appellante] en anderen betogen dat in het collegebesluit van 30 november 2010 gemeentelijk beleid is neergelegd, waarmee de raad bij de vaststelling van het plan rekening had moeten houden, overweegt de Afdeling als volgt. In het collegebesluit is weliswaar besloten in beginsel geen medewerking te verlenen aan woningbouwinitiatieven van derden in kernen waar de gemeente zelf bouwgrond voorradig heeft, maar hierbij is het voorbehoud gemaakt dat op dergelijke locaties wel medewerking wordt verleend aan inbreidingsplannen en plannen die aanvullend zijn op eigen gemeentelijke plannen. De raad heeft onweersproken gesteld dat hier sprake is van een dergelijk aanvullend plan. De raad heeft derhalve terecht aangevoerd dat het plan, voor zover bestreden door [appellante] en anderen, in zoverre niet strijdig is met het beleid.

2.6.2. Uit de stukken is gebleken en ter zitting is bevestigd dat de 's-Heerenhoeksedijk, als verlengde van de Kuijpersdijk, een historisch dijklint is. Anders dan [appellante] en anderen stellen bestaat geen grond voor het oordeel dat het gebied in ernstige mate wordt verdicht, nu het plan, afgezet tegen de kavelgrootte, twee bescheiden vrijstaande woningen mogelijk maakt die in vormgeving en maatvoering zijn afgestemd op de reeds aanwezige lintbebouwing. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de voorgevelrooilijn iets verder van de weg is gelegd, de woningen onder aan de dijk worden gerealiseerd en dat reeds eerdere woningen in het historische dijklint zijn ingepast, zoals in het geval van [een der appellanten], aan de [locatie]. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het historische dijklint door realisatie van de voorziene woningen niet onevenredig wordt aangetast.

2.6.3. Niet valt uit te sluiten dat door realisering van de woningen aan de 's-Heerenhoeksedijk het woon- en leefklimaat van [appellante] en anderen in enige mate zal worden aangetast, in de vorm van enige vermindering van uitzicht, woongenot en privacy. De Afdeling ziet echter geen grond voor het oordeel dat deze vermindering zodanig zal zijn dat de raad daaraan doorslaggevend gewicht heeft moeten toekennen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de te bouwen woningen wat betreft ligging en maatvoering aansluiten bij bestaande woningen in het lint en dat ter zitting is vastgesteld dat de woningen van [appellante] en anderen op een afstand van ongeveer 45, 35 en 13 meter van de op te richten bebouwing zijn gesitueerd. Naar het oordeel van de Afdeling kan derhalve niet gesproken worden van afstanden die tot onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat leiden. Gelet hierop is tevens niet aannemelijk dat sprake is van strijdigheid met het speerpunt van de Woonvisie Borsele 2010-2015, te weten de zorg voor een goed leefklimaat in de dorpen, zoals [appellante] en anderen kennelijk betogen.

Voor zover [appellante] en anderen vrezen voor een waardedaling van hun woningen, overweegt de Afdeling dat geen grond bestaat voor de verwachting dat, zo al sprake zou zijn van waardedaling, die zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

[appellante] en anderen hebben hun stelling dat de bouw van de voorziene woningen zal leiden tot een verkeersonveilige situatie niet nader onderbouwd. De Afdeling acht een verkeersonveilige situatie derhalve niet aannemelijk gemaakt.

Conclusie

2.7. In hetgeen [appellante] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

458-706.