Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6522

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201103669/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 april 2009 heeft het faunafonds een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in de door ganzen aan een perceel sperziebonen veroorzaakte schade afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103669/1/A3.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 15 februari 2011 in

zaak nrs. 10/1372 en 10/1681 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van het faunafonds (hierna: het faunafonds).

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2009 heeft het faunafonds een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in de door ganzen aan een perceel sperziebonen veroorzaakte schade afgewezen.

Bij besluit van 28 april 2010 heeft het faunafonds het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld op € 20.0225 (lees: € 20.225).

Bij uitspraak van 15 februari 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 april 2010 vernietigd voor zover daarin niet tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar is overgegaan, bepaald dat het faunafonds € 1050,15 aan proceskosten in bezwaar dient te vergoeden en bepaald dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 maart 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 26 april 2011.

Het faunafonds heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 december 2011, waar [appellant], bijgestaan door mr. C. van Deutekom, advocaat te Arnhem, en het faunafonds, vertegenwoordigd door mr. C.J.M. Daniels en H.G. Engberink, beiden werkzaam bij het faunafonds, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij], werkzaam bij [belanghebbende] te Helmond, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 83, eerste lid, aanhef en onder b, van de Flora- en faunawet is er een faunafonds, dat tot taak heeft het in de daarvoor in aanmerking komende gevallen verlenen van tegemoetkomingen in geleden schade, aangericht door dieren behorende tot beschermde inheemse diersoorten.

Ingevolge artikel 84, eerste lid, wordt een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel b, slechts verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.

Volgens artikel 2 van de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding faunafonds (zoals gepubliceerd in Stcrt. 2002, 69 en laatstelijk gewijzigd op 4 juni 2009, hierna: de Regeling) kan het faunafonds de grondgebruiker op zijn verzoek een tegemoetkoming verlenen in door beschermde inheemse diersoorten aan de landbouw, de bosbouw of de visserij aangerichte schade met inachtneming van het hierna bepaalde.

Volgens artikel 5, eerste lid, wordt de hoogte van de door één of meer beschermde diersoorten aangerichte schade, zodra daaromtrent een definitief oordeel kan worden gegeven, door een aangewezen taxateur getaxeerd.

Volgens het derde lid, eerste volzin, stelt de taxateur, met inachtneming van de door het faunafonds vastgestelde taxatierichtlijnen, van zijn bevindingen een rapport samen en ondertekent dat.

Volgens artikel 6, eerste lid, kan het bestuur uitsluitend voor schade veroorzaakt door diersoorten genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel a en b, van de wet, welke door vraat, betreden, verontreiniging, graven, wroeten en vegen aan bedrijfsmatige landbouw, bosbouw of bedrijfsmatige visserij is veroorzaakt, een tegemoetkoming verlenen.

2.2. Nadat [appellant] op 4 september 2008 op een perceel van 17,5 hectare te Megen schade aan het door hem geteelde gewas sperziebonen had geconstateerd, heeft hij op 6 september 2008 het faunafonds verzocht om een tegemoetkoming in de schade. Op verzoek van het faunafonds is de schade op 29 september 2008 en 1 oktober 2008 getaxeerd door A.A. van der Meulen van Taxatiebureau Overheul Agro B.V. te Dronten. De resultaten zijn neergelegd in het taxatierapport van 1 oktober 2008 waarbij is geconstateerd dat de schade voor 95% is veroorzaakt door grauwe ganzen en voor 5% door boerenganzen. Het totale schadebedrag is vastgesteld op € 20.475. Daarbij is uitgegaan van een geschatte gemiddelde opbrengst zonder faunaschade in geval van nateelt van 9000 kilogram per hectare tegen een prijs van € 0,13 per kilogram en een beschadiging van de totale 17,5 hectare met 100% faunaschade. Op verzoek van [appellant] hebben ingenieurs J. Steenbakkers en G.J. van Roessel van DLV plant gewastaxaties (hierna: DLV) te Boxtel een taxatie verricht. Van Roessel heeft het perceel op 29 september 2008 en 1 oktober 2008 bezocht en beoordeeld. De resultaten zijn neergelegd in het taxatierapport van 9 oktober 2008 waarbij is geconstateerd dat van de 17,5 hectare ongeveer 17 hectare duidelijke vraatschade heeft opgelopen door ganzen. De overige 0,5 hectare is oogstbaar geacht, maar zal 30% extra tarra opleveren. De potentiële opbrengst is geschat op 12.000 kilogram per hectare. In dit taxatierapport is voorts gesteld dat [appellant] een contract heeft afgesloten met afnemer [belanghebbende]), zodat is uitgegaan van een contractprijs van € 0,198 per kilogram. De totale schade is vastgesteld op € 35.648. Naar aanleiding van het taxatierapport van DLV heeft Van der Meulen desgevraagd zijn taxatie toegelicht en gesteld dat in KWIN 2006 slechts cijfers zijn vermeld van hoofdteelt boontjes op zandgrond, namelijk 12.500 kilogram per hectare. Voor hoofdteelt op kleigrond zal dit gemiddeld vergelijkbaar zijn, maar nateelt op kleigrond zal in veel gevallen lager zijn. Verder heeft Van der Meulen een waargenomen begin van aantasting door sclerotinia vermeld waardoor bij langer laten doorgroeien een risico van extra verlies van opbrengst kan optreden.

2.3. Bij de berekening van de schade gaat het faunafonds in beginsel uit van de zogenoemde KWIN-cijfers die een voortschrijdend meerjarig gemiddelde van de opbrengsten en prijzen van een gewas geven. Het faunafonds kan aanleiding zien om van dit uitgangspunt af te wijken, indien de grondgebruiker ten tijde van de taxatie een contract overlegt waaruit een vooraf vastgestelde prijs blijkt. Naar het oordeel van het faunafonds blijkt uit de door [appellant] overgelegde contracten evenwel geen gegarandeerde prijs, omdat de prijs afhankelijk is gesteld van een aantal voorwaarden en de kwaliteit van de levering. Het faunafonds acht het daarom niet zeker dat [appellant], indien hij geen faunaschade zou hebben geleden, aan de in het contract neergelegde voorwaarden zou hebben voldaan en aanspraak zou hebben kunnen maken op een hogere prijs. Verder is het volgens het faunafonds niet mogelijk om de contracten te herleiden naar de schadepercelen.

2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van contractteelt. Hij voert aan dat voorafgaand aan het inzaaien in samenspraak met de afnemer definitief wordt vastgelegd welk gewas op welk perceel zal worden geteeld. In een digitaal teeltregistratiesysteem worden de percelen, raskeuze, (geplande) zaaidatum, zaaiomstandigheden, perceelgrootte, ligging van de percelen, de verwachte oogstdatum en de grondsoort geregistreerd om de traceerbaarheid te waarborgen. Aldus is geautomatiseerd vastgelegd dat op het in geding zijnde perceel sperziebonen van een bepaald ras zouden worden geteeld. Verder voert [appellant] aan dat voorafgaand aan het verstrekken van de zaaiopdracht met afnemer coöperatieve telersvereniging De Schakel (hierna: De Schakel) een contractuele prijs is overeengekomen per kilo sperziebonen. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is de contractprijs slechts afhankelijk gesteld van de sortering van de sperziebonen. Het faunafonds stelt zich volgens [appellant] ten onrechte op het standpunt dat voor het aannemen van contractteelt een schriftelijk document is vereist waarin prijs, gewas en perceel expliciet zijn genoemd. Verder blijkt uit het op internet gepubliceerde bestuursverslag van 5 maart 2009 dat het door het faunafonds gehanteerde begrip contractteelt mogelijk strijd oplevert met de eigen beleidsregels. De rechtbank heeft miskend dat slechts het bestaan van de contractuele verplichting en het tijdstip waarop deze is aangegaan van belang zijn, zodat het faunafonds in redelijkheid niet heeft kunnen uitgaan van de KWIN-cijfers, aldus [appellant].

2.4.1. Ter zitting van de Afdeling heeft zowel [appellant] als [partij] verklaard dat het gebruikelijk is om bij dergelijke grootschalige teelten te werken met zogenoemde raamcontracten op grond waarvan de prijs per gewas op voorhand wordt bepaald. Ter zitting van de Afdeling heeft het faunafonds het standpunt ingenomen dat het door [appellant] en De Schakel overeengekomen en ondertekende raamcontract verwijst naar voorwaarden behorende bij hoofdteelt en de door [appellant] overgelegde voorwaarden zien op nateelt. Zowel [appellant] als [partij] heeft desgevraagd verklaard dat op het betreffende perceel uiteindelijk nateelt in plaats van hoofdteelt heeft plaatsgevonden, hetgeen evenwel geen invloed heeft op de overeen te komen voorwaarden. Aldus zijn de 'Voorwaarden teeltcontract sperziebonen nateelt 2008' op het betreffende perceel van toepassing. Voorts is gebruikelijk dat in een digitaal teeltregistratiesysteem voorafgaand aan het inzaaien in samenspraak met de afnemer definitief wordt vastgelegd welk gewas op welk perceel zal worden geteeld. Een afdruk uit dit teeltregistratiesysteem dat betrekking heeft op het perceel te Megen is overgelegd. Uit de door [appellant] overgelegde zaaibon opgemaakt op 14 juli 2008 kan voorts worden afgeleid dat op een perceel ter grootte van 18,5 hectare te Megen sperziebonen van het ras Angela zijn ingezaaid, hetgeen een middelfijn ras sperziebonen is. Verder heeft [partij] ter zitting van de Afdeling verklaard dat [belanghebbende] de sperziebonen inzaait en dat de sortering en daarmee de prijs van de sperziebonen op het betreffende perceel op voorhand vaststond. Vervolgens keurt [belanghebbende] de kwaliteit van de geoogste sperziebonen alvorens deze te leveren aan De Schakel. Uit de 'Voorwaarden teeltcontract sperziebonen nateelt 2008' volgt dat de prijs per kilo sperziebonen slechts afhankelijk is gesteld van de sortering van de sperziebonen. De 'Voorwaarden teeltcontract sperziebonen nateelt 2008' vermelden voor sperziebonen van een middelfijn ras een prijs van € 0,198 per kilogram. Aldus volgt hieruit dat vooraf een prijs per kilo sperziebonen is overeengekomen.

Anders dan de rechtbank, is de Afdeling van oordeel dat [appellant], gelet op de door hem overgelegde stukken en hetgeen ter zitting van de Afdeling is toegelicht, in onderlinge samenhang bezien, aannemelijk heeft gemaakt dat voor het betreffende perceel te Megen voorafgaand aan het constateren van de schade een vaste prijs met afnemer De Schakel overeengekomen is per kilo sperziebonen. Aldus is naar het oordeel van de Afdeling sprake van contractteelt. Het betoog slaagt.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover daarbij het besluit van 28 april 2010 in stand is gelaten. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit van 28 april 2010 vernietigen voor zover de rechtbank dit in stand heeft gelaten.

2.6. Het faunafonds dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 15 februari 2011 in zaken nrs. 10/1372 en 10/1681, voor zover daarbij het besluit van 28 april 2010 in stand is gelaten;

III. vernietigt het besluit van het bestuur van het faunafonds van 28 april 2010, kenmerk FF/8459/73710, voor zover de rechtbank dit in stand heeft gelaten;

IV. veroordeelt het bestuur van het faunafonds tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat het bestuur van het faunafonds aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 227,00 (zegge: tweehonderdzevenentwintig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. A. Hammerstein en mr. E. Helder, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. De Leeuw-van Zanten

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

97-697.