Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6516

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201110907/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan "Nijkerk 1958, herziening 1960" ten behoeve van het realiseren van drie woningen aan de Oude Barneveldseweg 50-52 (thans Hassemanpad 2b, hierna: het perceel) te Nijkerk afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201110907/1/R2.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Nijkerk,

appellant,

en

de raad van de gemeente Nijkerk,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2010 heeft de raad het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan "Nijkerk 1958, herziening 1960" ten behoeve van het realiseren van drie woningen aan de Oude Barneveldseweg 50-52 (thans Hassemanpad 2b, hierna: het perceel) te Nijkerk afgewezen.

Bij besluit van 27 januari 2011 heeft de raad het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief van 9 maart 2011, bij de rechtbank Arnhem ingekomen op 10 maart 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 maart 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

Bij brief van 10 oktober 2011 heeft de rechtbank het beroep met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) doorgezonden aan de Afdeling.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 januari 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. B. de Jong, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door T.J. de Ruijter en H. Visser MSc, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] heeft op 9 december 2009 bij de raad een verzoek ingediend om het geldende bestemmingsplan te herzien, teneinde de realisatie van drie woningen op het perceel mogelijk te maken. Het bestemmingsplan "Nijkerk 1958, herziening 1960" laat deze realisatie binnen de geldende bestemming "Tuin en erf" niet toe.

2.2. De raad heeft besloten het verzoek niet in te willigen. Zoals blijkt uit het bestreden besluit en de toelichting ter zitting, heeft de raad hieraan ten grondslag gelegd dat realisatie van de drie woningen stuit op planologische bezwaren, waaronder de ongewenste ligging achter de bestaande lintbebouwing, de ongeschikte toegangsweg en de gevolgen voor de verkeersveiligheid.

2.3. [appellant] betwist het standpunt van de raad en voert hiertoe aan dat onduidelijk is wat het geldende planologische regime is, nu het bestemmingsplan "Nijkerk 1958" diverse keren is herzien en onder meer de bestaande woningen aan het Hassemanpad 2 en 2a in strijd zijn met dit plan. Volgens [appellant] is verder de door hem gewenste bestemming stedenbouwkundig mogelijk, nu geen sprake zal zijn van tweedelijns bebouwing en het Hassemanpad, net als in de huidige situatie, als ontsluitingsweg zal dienen. Bovendien bevinden zich reeds twee woningen achter de Oude Barneveldseweg, te weten de bestaande woningen aan het Hassemanpad 2 en 2a. Het besluit is volgens [appellant] derhalve in strijd met artikel 3:46 van de Awb onvoldoende gemotiveerd.

2.4. Het bestemmingsplan "Nijkerk 1958, herziening 1960" vormt het geldende bestemmingsplan voor het perceel. In tegenstelling tot hetgeen [appellant] kennelijk betoogt, doen de omstandigheden dat in dit geval het plan ouder is dan tien jaar, dat diverse partiƫle herzieningen hebben plaatsgevonden en dat recente ontwikkelingen hierin nog niet zijn verwerkt, niet af aan de geldigheid van het plan. Dit betoog faalt.

2.4.1. De Afdeling stelt voorop dat de raad in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid toekomt bij het besluit omtrent het vaststellen van een bestemmingsplan.

2.4.2. Uit de stukken en de ter zitting gegeven toelichting volgt dat het gemeentelijk ruimtelijk beleid, zoals voor de vaststelling van het plan is vastgelegd in de Beleidsnota Inbreidingslocaties, zich in beginsel verzet tegen het bouwen achter de eerstelijns bebouwing. Uit het beleid volgt verder dat per specifiek geval een afweging plaatsvindt.

Het Hassemanpad is een, hoewel openbaar toegankelijke, relatief smalle en voor autoverkeer doodlopende weg, die tussen de lintbebouwing aan de Oude Barneveldseweg door naar achteren loopt. Gezien deze situatie en de omstandigheid dat het perceel achter de woningen aan de Oude Barneveldseweg is gelegen, heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat stedenbouwkundig gezien sprake zal zijn van tweedelijns bebouwing als het verzoek van [appellant] wordt ingewilligd. Derhalve heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat de wens van [appellant] om achter de bestaande woningen drie woningen op te richten, zich niet verdraagt met het gemeentelijk beleid.

De raad heeft geen omstandigheden gezien die aanleiding gaven van het beleid af te wijken. Daarbij heeft de raad in aanmerking genomen dat het Hassemanpad ten tijde van het bestreden besluit feitelijk werd gebruikt door de bewoners van het Hassemanpad 2 en 2a en de bewoners van de Oude Barneveldseweg 54. Ter zitting is gebleken dat, in tegenstelling tot hetgeen in de stukken is vermeld, het Hassemanpad op dat moment niet feitelijk werd gebruikt door de bewoners en gebruikers van de nu op het perceel aanwezige bedrijfswoning en het pluimveebedrijf. De raad heeft er derhalve, naar het oordeel van de Afdeling, in redelijkheid vanuit kunnen gaan dat inwilliging van het verzoek van [appellant] leidt tot een ongewenst intensiever gebruik van het Hassemanpad. Dat de inrit van de bedrijfswoning en het pluimveebedrijf inmiddels, na het besluit van 20 april 2011 tot nummerwijziging, feitelijk is gewijzigd, doet hier niet aan af. Het verbreden van het Hassemanpad om deze geschikter te maken als toegangsweg heeft de raad geen realistische optie mogen achten, gezien de ligging en het natuurlijke karakter van de weg, en de verwachting dat verbreding van het Hassemanpad zal leiden tot verkeersonveilige situaties voor met name fietsers, die nu veelvuldig van dit pad gebruik maken om de achtergelegen sportvelden te bereiken. Met betrekking tot de stelling van [appellant] dat in de directe omgeving reeds sprake is van tweedelijns bebouwing, namelijk aan het Hassemanpad 2 en 2a, waarbij ter ontsluiting het Hassemanpad wordt gebruikt, heeft de raad in redelijkheid het standpunt kunnen innemen dat een historisch gegroeide situatie op zichzelf onvoldoende reden is ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen verder toe te staan. Daarbij betrekt de Afdeling dat geen sprake is van een gelijke situatie, nu voor de bestaande woningen geen bedrijfspanden zijn gesloopt. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid kunnen vasthouden aan zijn beleid.

2.5. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

458-706.