Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV6514

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
201103725/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 oktober 2010 heeft het college krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 aan Tata Steel IJmuiden B.V. (hierna: Tata Steel) vergunning verleend voor de realisatie van een warmtekrachtcentrale op het terrein van Tata Steel te Velsen-Noord. Dit besluit is op 29 oktober 2010 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Natuurbeschermingswet 1998
Natuurbeschermingswet 1998 19d
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 2:15
Algemene wet bestuursrecht 3:15
Algemene wet bestuursrecht 3:16
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.35
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/447
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201103725/1/A4.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Dorpsraad Wijk aan Zee (hierna: Stichting Dorpsraad), gevestigd te Wijk aan Zee, gemeente Beverwijk,

appellant,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2010 heeft het college krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 aan Tata Steel IJmuiden B.V. (hierna: Tata Steel) vergunning verleend voor de realisatie van een warmtekrachtcentrale op het terrein van Tata Steel te Velsen-Noord. Dit besluit is op 29 oktober 2010 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft Stichting Dorpsraad bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 december 2010, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

Stichting Dorpsraad, het college en Tata Steel hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak gevoegd met zaak nr. 201011619/1/A4 ter zitting behandeld op 17 januari 2012, waar Stichting Dorpsraad, vertegenwoordigd door B.P. van den Born, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Speekenbrink, mr. Blondelle-Zuidema, ing. R.M de Vogel en M.E. Touber MSc, allen werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting Tata Steel, vertegenwoordigd door mr. G.C.W. van der Feltz, advocaat te Den Haag, en I.J. Nadort en H.E. Regtuit, als partij gehoord.

Na de zitting zijn de zaken weer gesplitst.

2. Overwegingen

2.1. Het college betoogt dat het beroep van Stichting Dorpsraad

niet-ontvankelijk is, omdat zij niet binnen de termijn van artikel 3:16, eerste lid, van de Awb zienswijzen over het ontwerp van het besluit naar voren heeft gebracht.

2.1.1. Stichting Dorpsraad voert aan dat haar zienswijzengeschrift voor het einde van de daarvoor geldende termijn ter post is bezorgd, en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Voorts voert zij aan dat de zienswijzen voor het einde van de daarvoor geldende termijn per

e-mailbericht naar een contactpersoon van het college zijn verstuurd. Ook zijn de zienswijzen voor het einde van de daarvoor geldende termijn op de eigen website geplaatst, aldus Stichting Dorpsraad.

2.1.2. Op de voorbereiding en bekendmaking van het bestreden besluit is de rijkscoƶrdinatieregeling als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, van de Wro van toepassing. Ingevolge artikel 3.35, vierde lid, voor zover hier van belang, wordt bij de gecoƶrdineerde voorbereiding en bekendmaking de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb toegepast.

Ingevolge artikel 3:15, eerste lid, van de Awb, kunnen belanghebbenden bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

Ingevolge artikel 3:16, eerste lid, voor zover hier van belang, bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken.

Ingevolge het derde lid, voor zover hier belang, is op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen artikel 6:9 van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Ingevolge het tweede lid is bij verzending per post een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:13, voor zover hier van belang, kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen zienswijzen naar voren te hebben gebracht.

Ingevolge artikel 2:15, eerste lid, voor zover hier van belang, kan een bericht elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend.

2.1.3. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen over het ontwerpbesluit liep van 5 juli 2010 tot en met 16 augustus 2010. De Stichting Dorpsraad stelt dat zij haar zienswijzengeschrift op 13 augustus 2010 ter post heeft bezorgd. Wat daarvan ook zij, het college heeft dit geschrift eerst op 24 augustus 2010 ontvangen, wellicht als gevolg van de omstandigheid dat op de enveloppe een onjuiste postcode was vermeld. Aldus heeft het college het zienswijzengeschrift later dan een week na afloop van de daarvoor geldende termijn ontvangen. Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is het zienswijzengeschrift derhalve niet tijdig ingediend.

2.1.4. Het argument dat de zienswijzen tijdig op de eigen website van de Stichting Dorpsraad zijn geplaatst, is gelet op artikel 3:15, eerste lid, van de Awb niet relevant, omdat plaatsing op de eigen website niet betekent dat de zienswijzen bij het bestuursorgaan naar voren zijn gebracht.

2.1.5. Het argument dat de zienswijzen tijdig per e-mail naar voren zijn gebracht, is gelet op artikel 2:15, eerste lid, van de Awb, eveneens niet relevant, omdat ter zitting is vastgesteld dat het college niet kenbaar heeft gemaakt dat de mogelijkheid bestond om via elektronische weg zienswijzen naar voren te brengen.

2.1.6. Nu niet gebleken is dat Stichting Dorpsraad redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij haar zienswijzen niet tijdig naar voren heeft gebracht, is het beroep, gelet op artikel 6:13 van de Awb, niet-ontvankelijk.

2.2. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck en mr. E. Helder, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.S. Aal, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Aal

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

584.