Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV5075

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-02-2012
Datum publicatie
15-02-2012
Zaaknummer
201105941/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie] te [plaats]" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105941/1/R2.

Datum uitspraak: 15 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Veere,

appellant,

en

de raad van de gemeente Veere,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie] te [plaats]" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 mei 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 januari 2012, waar [appellant], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J. Spierdijk en G.J. Francke, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Met het plan wordt de bestemming "Bedrijf" aan het perceel [locatie] te [plaats] toegekend. Met het plan wordt tevens beoogd de bouw van een bedrijfsloods mogelijk te maken.

2.2. Het beroep van [appellant] richt zich tegen de mogelijkheid op het perceel een bedrijfsloods op te richten. [appellant] vreest dat vanwege de omvang van de bedrijfsloods en de bedrijfsactiviteiten die daarin verricht zullen worden overlast zal ontstaan voor de huisartsenpraktijk die hij op het naastgelegen perceel [locatie 2] voert. Ook betoogt hij dat de laad- en losactiviteiten van het bedrijf van Blaas in de beoogde bedrijfsloods verkeershinder zullen veroorzaken. Voorts voert [appellant] aan dat het bouwvlak op een grotere afstand van zijn pand kan worden gesitueerd.

2.2.1. De raad betoogt dat [appellant] zijn stelling dat hij overlast van de bedrijfsloods zal ondervinden niet nader heeft onderbouwd. De raad stelt zich op het standpunt dat het bouwvlak aan de noordzijde van het perceel is gesitueerd, vanwege de verwachte inrichting van het perceel nabij de huisartsenpraktijk van [appellant]. Daardoor zullen de verkeersbewegingen op het perceel niet vlak naast de huisartsenpraktijk plaatsvinden, maar aan de andere kant van de voorziene bedrijfsloods. Op deze wijze ontstaat minder hinder voor de huisartsenpraktijk, aldus de raad.

2.3. Het plan voorziet aan de noordzijde van het perceel in een bouwvlak van 13 bij 16 meter. Ingevolge artikel 3.2.3, sub a en b, van de planregels, in samenhang bezien met de verbeelding, geldt voor gebouwen een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 7 meter. Het bouwvlak is voorzien op een afstand van 6 meter van de gevel van de huisartsenpraktijk.

Op grond van het vorige bestemmingsplan heeft het perceel Rapenburg 2 te Meliskerke de bestemming "Agrarisch".

De Afdeling overweegt dat [appellant] zijn stelling dat de in de bedrijfsloods te verrichten activiteiten overlast met zich zullen brengen niet nader heeft onderbouwd. Hierbij merkt de Afdeling op dat ter zitting is toegelicht dat de bedrijfsloods enkel voor opslag zal worden gebruikt. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ten aanzien van de omvang van de bedrijfsloods heeft de raad in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien voor het oordeel dat als gevolg daarvan onevenredige hinder voor zijn pand zal ontstaan.

Ten aanzien van het betoog van [appellant] dat het bouwvlak op een grotere afstand van zijn pand kan worden gesitueerd overweegt de Afdeling dat de situering van de bebouwing op het perceel een keuze van de raad betreft, waarbij een afweging moet worden gemaakt van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De raad heeft in dit verband in redelijkheid doorslaggevende betekenis kunnen toekennen aan het belang dat de gekozen situering van het bouwvlak laad- en losactiviteiten en parkeren op het eigen terrein van Blaas mogelijk maakt en dat hiermee een uit economisch oogpunt zo gunstig mogelijke inrichting van het plangebied ontstaat. Hierbij heeft de raad betrokken dat het laden en lossen en het parkeren en de daarmee gepaard gaande hinderlijke verkeersbewegingen direct naast het pand van [appellant] worden voorkomen. Voorts heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat het plan wat de situering van het bouwvlak betreft aanleiding zal geven voor verkeershinder op de openbare weg. Onder deze omstandigheden is de keuze van de raad wat de situering van het bouwvlak in het plan betreft niet onredelijk.

2.4. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Plambeck

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2012

159-726.