Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV5070

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-02-2012
Datum publicatie
15-02-2012
Zaaknummer
201104550/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de Belastingdienst het aan [appellante] toegekende voorschot kindertoeslag voor 2008 herzien en op € 31 vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104550/1/A2.

Datum uitspraak: 15 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Oss,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 maart 2011 in zaak nr. 10/1596 in het geding tussen:

[appellante]

en

Belastingdienst/Toeslagen (hierna: de Belastingdienst).

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de Belastingdienst het aan [appellante] toegekende voorschot kindertoeslag voor 2008 herzien en op € 31 vastgesteld.

Bij besluit van 22 maart 2010 heeft hij de kindertoeslag voor 2008 op € 181 vastgesteld.

Bij besluit van 13 april 2010 heeft de Belastingdienst het door [appellante] tegen het besluit van 21 september 2009 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 maart 2011, verzonden op 21 maart 2011, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 23 mei 2011.

De Belastingdienst heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2012, waar [appellante], vertegenwoordigd door T. Sweron, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] betoogt met succes dat de rechtbank het door haar ingestelde beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hoewel met het besluit van 22 maart 2010 aan haar bezwaar is tegemoetgekomen, had zij belang bij het door haar ingestelde beroep, nu haar verzoek om vergoeding van in bezwaar bij haar opgekomen kosten bij het besluit van 13 april 2010 is afgewezen.

2.2. De Afdeling zal het door [appellante] bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre beoordelen.

2.3. [appellante] betoogt dat de kosten die bij haar bij het maken van bezwaar tegen het besluit van 21 september 2009 zijn opgekomen aan haar vergoed moesten worden, omdat de Belastingdienst met het besluit van 22 maart 2010 het besluit van 21 september 2009 moet worden geacht te hebben herroepen wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid.

2.3.1. De Belastingdienst is, anders dan [appellante] betoogt, niet van onjuiste gegevens uitgegaan. Hij mocht van een geschat jaarinkomen van € 23.684 over 2008 uitgaan, omdat hij op basis van dat geschat jaarinkomen aan [appellante] op 10 september 2008 het nadien herzien voorschot kindertoeslag heeft toegekend en [appellante] daartegen geen bezwaar heeft gemaakt en evenmin heeft verzocht om wijziging ervan. In dat besluit is vermeld dat de gegevens gecontroleerd dienen te worden en onjuistheden aan de Belastingdienst moeten worden doorgegeven. Nu de Belastingdienst slechts tot het vergoeden van kosten is gehouden, voor zover het primaire besluit wordt herroepen wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid, heeft hij het verzoek daartoe terecht afgewezen.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep ongegrond verklaren.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

2.6. Redelijke toepassing van artikel 54, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het griffierecht door de Secretaris van de Raad van State aan [appellante] wordt terugbetaald.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 maart 2011 in zaak nr. 10/1596;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;

IV. verstaat dat de Secretaris van de Raad van State aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 227,00 (zegge: tweehonderdzevenentwintig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2012

362-729.