Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV3222

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-02-2012
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
201104889/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:2011:BQ0681, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2009 heeft het college geweigerd aan

Family Farmers vrijstelling en bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het oprichten van een vleesvarkensstal (hierna: het bouwplan) op het perceel Goossenweg te Hellendoorn (hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 44
Woningwet 46
Wet ruimtelijke ordening
Reconstructiewet concentratiegebieden
Reconstructiewet concentratiegebieden 1
Reconstructiewet concentratiegebieden 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2012/79 met annotatie van P.B. Bokelaar
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104889/1/A1.

Datum uitspraak: 8 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Family Farmers B.V., gevestigd te Lierop, gemeente Someren,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 23 maart 2011 in zaak nr. 10/406 in het geding tussen:

Family Farmers

en

het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2009 heeft het college geweigerd aan

Family Farmers vrijstelling en bouwvergunning eerste fase te verlenen voor het oprichten van een vleesvarkensstal (hierna: het bouwplan) op het perceel Goossenweg te Hellendoorn (hierna: het perceel).

Bij besluit van 5 maart 2010 heeft het college het door Family Farmers daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van

2 november 2009 in stand gelaten.

Bij uitspraak van 23 maart 2011, verzonden op 24 maart 2011, heeft de rechtbank het door Family Farmers daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Family Farmers bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 april 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 25 mei 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaaknummers 201009883/1/R1, 201009920/1/R1 en 201009921/1/R1, ter zitting behandeld op

29 november 2011, waar Family Farmers, vertegenwoordigd door

mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, en het college, vertegenwoordigd door G.J.M. Fikken, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in de bouw van een stal met een vloeroppervlakte van 12.906 m² en een inhoud van 96.798 m³.

2.2. Ingevolge artikel 44, eerste lid en onder c, van de Woningwet, zoals deze luidde ten tijde van belang, mag slechts en moet een reguliere bouwvergunning worden geweigerd indien, voor zover thans van belang, het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.

Ingevolge artikel 46, derde lid, voor zover thans van belang, wordt een aanvraag om bouwvergunning die slechts kan worden ingewilligd na vrijstelling als bedoeld in de artikelen 15, 17 of 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening geacht mede een verzoek om zodanige vrijstelling in te houden.

Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2009" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Agrarisch" met de aanduiding "Reconstructiewetzone-Landbouwontwikkelingsgebied".

Ingevolge artikel 3.1, aanhef en onder a, van de planvoorschriften, voor zover van belang, zijn de voor "Agrarisch" aangewezen gronden bestemd voor agrarische bedrijvigheid, met dien verstande dat intensieve veehouderij uitsluitend is toegestaan binnen bouwvlakken ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone-landbouwontwikkelingsgebied" of "intensieve veehouderij".

2.3. Vast staat dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, omdat ter plaatse van het bouwplan geen bouwvlak is voorzien. Het college heeft de aanvraag daarom mede aangemerkt als een verzoek om vrijstelling. Het heeft echter medewerking daaraan geweigerd op de grond dat het bouwplan niet overeenstemt met het provinciale en het gemeentelijke ruimtelijke beleid.

2.4. Family Farmers betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de gevraagde vrijstelling voor het bouwplan niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Zij voert daartoe aan dat nu het college eerst op 2 november 2009 op haar op 30 januari 2008 ingediende aanvraag heeft beslist, de weigering ten onrechte is gebaseerd op ruim na het indienen van de aanvraag vastgesteld strikter ruimtelijk beleid dan gold ten tijde van het indienen van de aanvraag. Het college heeft hierdoor gehandeld in strijd met het beginsel van fair play, aldus Family Farmers. De aanvraag had volgens haar moeten worden getoetst aan het ten tijde van de aanvraag nog geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1995" en aan het op 15 september 2004 vastgestelde "Reconstructieplan Salland-Twente" (hierna: het reconstructieplan). Het reconstructieplan staat het bouwplan toe, nu daarin de betrokken grond als "Landbouwontwikkelingsgebied" is aangewezen, aldus Family Farmers. Volgens haar heeft de rechtbank voorts miskend dat het college door de vaststelling van de "Visie landbouwontwikkelingsgebied Marle" (hierna: de Gebiedsvisie), de grenzen van de gemeentelijke beleidsvrijheid heeft overschreden. Volgens Family Farmers maakt de daarin opgenomen afstandseis van 250 m tussen nieuw te vestigen intensieve veehouderijen en een bestaand bouwblok en bestaande burgerwoningen feitelijk onmogelijk hetgeen het reconstructieplan toestaat.

2.4.1. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college bij het besluit op de aanvraag om vrijstelling van Family Farmers niet de in november 2008 vastgestelde Gebiedsvisie en de in juli 2009 vastgestelde Omgevingsvisie Overijssel in aanmerking heeft mogen nemen.

Bij het nemen van een besluit op een aanvraag moet rekening worden gehouden met alle feiten en omstandigheden die zich op dat moment voordoen en dienen het recht en het beleid welke op dat moment gelden te worden toegepast. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat in dit geval het toepassen van de Gebiedsvisie en de Omgevingsvisie Overijssel in strijd is met de zorgvuldigheid of met het beginsel van fair play, omdat dit beleid eerst is vastgesteld nadat Family Farmers haar aanvraag heeft ingediend. Dat is niet in strijd met de rechtszekerheid, omdat ten tijde van het indienen van de aanvraag ook vrijstelling van het toen geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1995" was vereist en Family Farmers, anders dan zij stelt, ook op dat moment niet zonder meer aanspraak kon maken op het inwilligen van haar verzoek om vrijstelling en er geen beleid gold op grond waarvan zij aanspraak kon maken op het inwilligen van haar verzoek om vrijstelling.

De rechtbank heeft verder met juistheid overwogen dat met de vaststelling van de Gebiedsvisie de gemeentelijke beleidsruimte niet is overschreden, nu in het reconstructieplan wordt vermeld dat de aangewezen "Landbouwontwikkelingsgebieden" zogenoemde zoekgebieden zijn en dat ieder initiatief tot vestiging een beleidsafweging behoeft. Het reconstructieplan noemt tevens aspecten die bij die afweging van belang kunnen zijn. Aldus is bij de vaststelling van het reconstructieplan geen volledige afweging gemaakt, in die zin dat op gemeentelijk niveau geen nadere afweging meer zou mogen plaatsvinden. Het college was derhalve bevoegd om ter zake beleid vast te stellen. Anders dan Family Farmers stelt, doorkruist het beleid in de Gebiedsvisie het bepaalde in het reconstructieplan niet, maar geeft het dit nader vorm. Ten aanzien van het betoog van Family Farmers dat de rechtbank heeft miskend dat geen valide onderbouwing bestaat voor de afstandseis van 250 m, stelt het college terecht dat het deze heeft kunnen baseren op het in het reconstructieplan genoemde uitgangspunt dat voldoende omgevingsruimte in de Landbouwontwikkelingsgebieden moet blijven bestaan. Zoals ter zitting nader is toegelicht, wenst het college in deze gebieden niet op iedere locatie verdere verdichting van de bebouwing en is het streven de structuur van het landschap zoveel mogelijk te behouden. Dit betreft een bewuste beleidskeuze, die mede tot uitdrukking komt in de omstandigheid dat de afstandseis tevens is opgenomen in het op 20 april 2009 vastgestelde, inmiddels onherroepelijke bestemmingsplan "Buitengebied 2009". Uit de Gebiedsvisie volgt verder dat rekening houdend met de afstandseis en de overige geformuleerde uitgangspunten vestigingsruimte aanwezig is.

De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat het college de vrijstelling voor het bouwplan in redelijkheid heeft kunnen weigeren.

Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Montagne

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2012

374-641.