Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV3221

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-02-2012
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
201104156/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 maart 2009 heeft de burgemeester een verzoek van [appellant] om verstrekking van alle documenten die betrekking hebben op de demonstraties op 1 maart 2009 van de groeperingen Voorpost en Antifascistische Aktie in Maastricht, gedeeltelijk afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2012/58 met annotatie van P.J. Stolk
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104156/1/A3.

Datum uitspraak: 8 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Utrecht,

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 maart 2011 in zaak nr. 09/1272 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Maastricht.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2009 heeft de burgemeester een verzoek van [appellant] om verstrekking van alle documenten die betrekking hebben op de demonstraties op 1 maart 2009 van de groeperingen Voorpost en Antifascistische Aktie in Maastricht, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 23 juni 2009 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 maart 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2011, hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 18 april 2011 heeft [appellant] de Afdeling toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2012, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J.A.A. de Jonge, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het vijfde lid wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van deze wet.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege, voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

2.2. De burgemeester heeft een groot aantal documenten in geanonimiseerde vorm aan [appellant] verstrekt. Bij het besluit op bezwaar van 23 juni 2009 heeft de burgemeester zijn besluit van 12 maart 2009 gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering. Volgens de burgemeester dient openbaarmaking van de weggelakte namen, e-mailadressen en telefoonnummers van personen achterwege te blijven vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen.

2.3. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de niet openbaar gemaakte informatie.

Ter zitting is komen vast te staan dat het geschil alleen betrekking heeft op het weggelakte telefoon- en faxnummer in een e-mailbericht van 24 februari 2009 van de Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht (hierna: de VOCM).

2.4. [appellant] betoogt dat de burgemeester ten onrechte dit telefoon- en faxnummer niet openbaar heeft gemaakt met een beroep op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De bedoelde contactgegevens zijn van een rechtspersoon en rechtspersonen hebben geen recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, aldus [appellant]. De vraag of de gegevens ook gebruikt worden door een natuurlijk persoon is volgens [appellant] niet relevant, nu uit het e-mailbericht uitsluitend volgt dat het de contactgegevens van een rechtspersoon betreft. De rechtbank heeft dit volgens hem ten onrechte niet onderkend.

2.4.1. Het recht op openbaarmaking ingevolge de Wob dient uitsluitend het algemene belang van een goede en democratische bestuursvoering, welk belang de Wob vooronderstelt. Bij de te verrichten belangenafweging worden betrokken het algemene belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie en de weigeringsgronden waarop de burgemeester zich beroept.

Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester in het besluit op bezwaar van 23 juni 2009 niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom ten aanzien van de bedoelde contactgegevens het belang van de persoonlijke levenssfeer zwaarder dient te wegen dan het algemene belang van openbaarmaking. De enkele algemene stelling van de burgemeester dat het persoonsgegevens betreft is daartoe in ieder geval onvoldoende. Het besluit van 23 juni 2009 ontbeert in zoverre in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb een deugdelijke motivering. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend. Het betoog slaagt.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellant] tegen het besluit van 23 juni 2009 ingestelde beroep alsnog gegrond verklaren en dat besluit vernietigen, voor zover daarbij de weigering het telefoon- en faxnummer in een e-mailbericht van 24 februari 2009 van de VOCM openbaar te maken is gehandhaafd.

De Afdeling ziet evenwel aanleiding om in dit geval te onderzoeken of de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit in stand kunnen worden gelaten.

2.5.1. Ter zitting heeft de burgemeester gesteld dat de VOCM weliswaar een rechtspersoon is maar dat de betreffende gegevens aan een natuurlijk persoon toebehoren. Het telefoonnummer is het persoonlijke mobiele telefoonnummer van een bestuurder en het faxnummer is gekoppeld aan zijn vaste persoonlijke telefoonlijn.

Bij openbaarmaking van de bedoelde contactgegevens is het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de bestuurder aan de orde. In het e-mailbericht wordt immers de naam van de bestuurder in combinatie met zijn telefoon- en faxnummer genoemd. Het gaat in dit kader niet om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een rechtspersoon maar van een natuurlijk persoon. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de VOCM blijkens haar website alleen schriftelijk per postbusadres en e-mail communiceert. De burgemeester heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het telefoon- en faxnummer zodanig raken aan de persoonlijke levenssfeer van de bestuurder dat het belang van openbaarheid niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de bestuurder van de VOCM. Aan de weigering deze informatie openbaar te maken, mocht de burgemeester artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob ten grondslag leggen.

2.5.2. Gezien het vorenstaande, ziet de Afdeling aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 23 juni 2009 in stand blijven.

2.6. De burgemeester dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 maart 2011 in zaak nr. 09/1272;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de burgemeester van Maastricht van 23 juni 2009, kenmerk 2009.18768, voor zover daarbij de weigering het telefoon- en faxnummer in een e-mailbericht van 24 februari 2009 van de Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht openbaar te maken is gehandhaafd;

V. bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit in stand blijven;

VI. veroordeelt de burgemeester van Maastricht tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van van € 1518,00 (zegge: vijftienhonderdachttien euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat de burgemeester van Maastricht aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 377,00 (zegge: driehonderdzevenenzeventig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. De Vries

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2012

582-597.