Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV1161

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-01-2012
Datum publicatie
18-01-2012
Zaaknummer
201112783/2/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] onder ontheffing van het bestemmingsplan "Oosterparkwijk" (hierna: het bestemmingsplan) bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van 59 appartementen en een parkeervoorziening (hierna: het bouwplan) op het perceel Zaagmuldersweg 1 te Groningen (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201112783/2/H1.

Datum uitspraak: 10 januari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Groningen,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 8 november 2011 in zaak nrs. 11/1011 en 11/1012 in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Groningen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft het college aan [vergunninghoudster] onder ontheffing van het bestemmingsplan "Oosterparkwijk" (hierna: het bestemmingsplan) bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van 59 appartementen en een parkeervoorziening (hierna: het bouwplan) op het perceel Zaagmuldersweg 1 te Groningen (hierna: het perceel).

Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft het college het door [verzoeker] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 21 oktober 2010 herroepen en onder ontheffing van het bestemmingsplan bouwvergunning eerste fase verleend voor het realiseren van het bouwplan.

Bij uitspraak van 8 november 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door [verzoeker] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoeker] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 december 2011, hoger beroep ingesteld. Voorts hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 december 2011, waar [verzoeker] en anderen, bijgestaan door mr. H.A. Sarolea, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. G.W. Hanekamp, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. W.R. van der Velde, advocaat te Groningen, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het tegen het besluit ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard.

2.2. Hetgeen [verzoeker] en anderen betogen, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans uiteindelijk zal blijken dat voor het bouwplan geen bouwvergunning verleend mocht worden, als is gebeurd. Hetgeen [verzoeker] en anderen betogen geeft op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college de vloerindex op onjuiste wijze heeft berekend en niet krachtens artikel 6.5, eerste lid, aanhef en onder A, sub c, van het bestemmingsplan ontheffing kon worden verleend.

2.3. Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Graaff-Haasnoot

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2012

531.