Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2012:BV0579

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-01-2012
Datum publicatie
11-01-2012
Zaaknummer
201006953/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Landgoed Princepeel" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/1810
JAF 2012/2 met annotatie van Van der Meijden
JOM 2012/1066
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201006953/1/R3.

Datum uitspraak: 11 januari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant sub 1]), wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Mill en Sint Hubert,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Landgoed Princepeel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 juli 2010, en [appellant sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2010, beroep ingesteld. [appellant sub 2] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 10 augustus 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2011, waar [een van appellanten sub 1], [appellant sub 2], bijgestaan door mr. W.P.N. Remie, advocaat te Tilburg, en de raad, vertegenwoordigd door mr. D.M.E.F.L. van Hoof-Pijnenburg en W.A.M. Rijkers, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Landgoed De Princepeel B.V., vertegenwoordigd door J. van den Berg, W. Koch en J. Koch, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in de realisatie van recreatieve voorzieningen op het landgoed Princepeel te Wilbertoord, zoals een golf- en countryclub en zogeheten fourwheeldrive-activiteiten. De hoofdontsluiting van het plangebied is voorzien over de Noordstraat en de Wethouder Lindersstraat en de secondaire ontsluiting is voorzien over de Van Ophovenlaan.

2.2. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] richten zich tegen de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Verkeer (V)" en de nadere aanduiding "ontsluiting (os)". [appellant sub 2] woont aan de Wethouder [locatie] te [plaats] en [appellant sub 1] is eigenaar van percelen naast de beoogde ontsluiting. Zij kunnen zich niet vinden in de ontsluiting van het plangebied over de Wethouder Lindersstraat en de Noordstraat.

2.2.1. [appellant sub 2] voert hiertoe aan dat de voorziene ontsluiting van het plangebied op ongeveer 150 m van zijn woning is voorzien, hetgeen een negatieve invloed zal hebben op zijn leefomgeving en de verkeersintensiteit ter plaatse. Het verkeer zal volgens hem dwars door de kern van Wilbertoord worden ontsloten. Gezien de verwachte verkeersbewegingen vormt de voorziene ontsluiting een te grote belasting voor de enige hoofdweg van Wilbertoord en daarmee een risico voor de verkeersveiligheid. Verder is onvoldoende naar minder belastende alternatieve ontsluitingen van het plangebied gekeken.

2.2.2. Bij de keuze van de bestemming dient de raad een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

In de aan het plan ten grondslag gelegde "Aanvulling milieueffectrapportage BV Landgoed de Princepeel (augustus 2007)" (hierna: de Aanvulling mer) zijn ontsluitingsvarianten onderzocht en heeft de raad gekozen voor de ontsluiting over de Wethouder Lindersstraat en de Noordstraat. Hierover stelt de raad dat een rechtstreekse ontsluiting op de Volkelseweg niet haalbaar wordt geacht en gezien de situering van het golfpaviljoen, de driving range en de parkeerplaats niet voor de hand ligt. Met de voorziene hoofdontsluiting verwacht de raad dat de kern van Wilbertoord zoveel mogelijk wordt ontlast. Het valt niet uit te sluiten dat een deel van het verkeer de golfbaan vanaf de noordzijde over de Van Ophovenlaan zal benaderen, maar de verwachting is dat dit aandeel tot 15% beperkt zal zijn. Deze aanname is gebaseerd op de geografische ligging van de golfbaan, bewegwijzering en het te verwachten verzorgingsgebied dat zich hoofdzakelijk ten westen van de golfbaan bevindt. Bovendien is ten zuiden van de kern van Wilbertoord een vrijliggend fietspad gerealiseerd, voorafgaand aan de realisatie van de golfbaan.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de alternatieve ontsluitingsmogelijkheden onvoldoende bij zijn besluitvorming heeft betrokken.

De Noordstraat is een tweebaansweg met een gescheiden fietspad en de Wethouder Lindersstraat is een tweebaansweg zonder gescheiden fietspad. Uit de Aanvulling mer volgt dat deze ontsluitingsroute geschikt is om grote hoeveelheden verkeer te verwerken.

Voorts wordt overwogen dat de hoofdontsluiting is voorzien aan de zuidzijde van Wilbertoord en de secondaire ontsluiting aan de noordzijde, waarmee is beoogd om de kern van Wilbertoord zoveel mogelijk te ontlasten. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat desondanks de verkeersbewegingen ter plaatse een te grote belasting vormen voor de enige hoofdweg van Wilbertoord en daarmee een risico voor de verkeersveiligheid.

Gelet op de te verwachten hoeveelheden verkeer en de afstand van de ontsluiting tot zijn woning bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de leefomgeving van [appellant sub 2] onevenredig wordt aangetast.

Het betoog faalt.

2.2.3. [appellant sub 1] stelt dat de onverharde weg naast zijn perceel deel zal gaan uitmaken van de hoofdontsluiting naar het plangebied, maar hiervoor - in het bijzonder op het laatste stuk - te smal is. Verder is ten onrechte geen afscheiding tussen zijn perceel en de ontsluiting voorzien, waardoor zijn perceel als parkeerplaats en passeerpunt zal worden gebruikt en bezoekers afval op zijn perceel zullen achterlaten.

2.2.4. Ter hoogte van de onverharde weg zal volgens het verweerschrift een ontsluiting met bijbehorende voorzieningen worden gerealiseerd waarmee de verkeersafwikkeling ter plaatse is verzekerd. Ter zitting is komen vast te staan dat de breedte van deze weg 9 m bedraagt en dat deze breedte voldoende is voor de hoofdontsluiting van het plangebied. Weliswaar wordt deze weg op het laatste stuk iets smaller, maar niet aannemelijk is geworden dat de daar voorziene bocht niet kan worden gerealiseerd.

Voor zover [appellant sub 1] betoogt dat ten onrechte geen afscheiding tussen zijn perceel en de ontsluiting is voorzien en zijn perceel daardoor als parkeerplaats en passeerpunt zal worden gebruikt en bezoekers afval op zijn perceel zullen achterlaten, wordt overwogen dat ingevolge artikel 10.1 van de planregels, voor zover hier van belang, het realiseren van een afscheiding op de voor "Verkeer (V)" aangewezen gronden mogelijk is. Voorts staat het plan er niet aan in de weg dat [appellant sub 1] op zijn eigen perceel desgewenst een afscheiding aanbrengt. Gelet op de breedte van de weg, de mogelijkheden om een afscheiding te realiseren en het omvangrijke parkeerterrein waar de ontsluitingsweg op uitkomt, bestaat geen grond voor de door [appellant sub 1] gevreesde overlast op zijn perceel.

Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de hoofdontsluiting voldoende adequaat zal zijn voor de verkeersafwikkeling.

Het betoog faalt.

2.3. Voor zover [appellant sub 2] zich in het beroepschrift voor het overige heeft beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze wordt overwogen dat in de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant sub 2] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

2.4. In hetgeen [appellant sub 2] en [appellant sub 1] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, voor zover bestreden, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. De beroepen van [appellant sub 2] en [appellant sub 1] zijn ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Boermans

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2012

429-605.