Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU9442

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
201110735/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Ontwikkelingsproject Heimolen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201110735/2/R3.

Datum uitspraak: 22 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], wonend te Bergen op Zoom,

en

de raad van de gemeente Bergen op Zoom,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Ontwikkelingsproject Heimolen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 oktober 2011, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 december 2011, waar [verzoekster] en de raad, vertegenwoordigd door ing. L.A.M. van Baalen en J.M.E.M. Verpaalen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is [belanghebbende], vertegenwoordigd door ing. E.D.A. Hendrickx, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van [verzoekster] betreft de plandelen met de bestemming "Wonen" tussen de percelen Heimolen 72 en 78, waarop zeven bouwvlakken zijn aangeduid. Met haar verzoek beoogt [verzoekster] onomkeerbare gevolgen ter plaatse te voorkomen.

Zij voert onder meer aan dat de akoestische beoordeling van het plan ondeugdelijk is, nu daarbij ten onrechte is uitgegaan van een maximum snelheid van 30 km per uur op de Heimolen bij alle woningen.

De raad heeft voorts volgens [verzoekster] onvoldoende onderzoek naar de flora en fauna verricht, nu in het plangebied onder meer vleermuizen, uilen, een koekoek en verscheidene vlindersoorten voorkomen.

Verder heeft de raad in strijd met het gemeentelijke beleid in de Notitie Lintbebouwing bij de voorziene woningen niet aangesloten bij de maatvoering van de bestaande woningen aan de Heimolen, aldus [verzoekster].

2.2.1. Ingevolge artikel 74, eerste lid, van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh), voor zover hier van belang, heeft een weg een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg:

a. in stedelijk gebied:

[…]

2°. Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 m

b. in buitenstedelijk gebied:

[…]

3°. Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 m

Ingevolge artikel 74, tweede lid, onder b, geldt het eerste lid niet met betrekking tot wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.

Ingevolge artikel 77, eerste lid, voor zover hier van belang, wordt bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74 vanwege het college van burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting die door woningen binnen de zone vanwege de weg zou worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die geluidbelasting beperken en de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en naar andere maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidbelasting van de onder a bedoelde objecten de waarden die ingevolge artikel 82 of artikel 100 als hoogst toelaatbare worden aangemerkt, te boven zouden gaan.

2.2.2. De voorzitter stelt vast dat voor het bestemmingsplan geen akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77 van de Wgh is verricht. Wel is de geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht, waarbij is uitgegaan van een maximum snelheid van 30 km per uur op de Heimolen. Ter zitting is gebleken dat op de Heimolen, ter hoogte van de vier oostelijke woningen, gelegen buiten de bebouwde kom, een maximum snelheid van 80 km per uur geldt. Voorts wordt overwogen dat, nu deze woningen op een afstand van minder dan 250 m van de as van de weg mogelijk worden gemaakt, deze binnen de zone als bedoeld in artikel 74 van de Wgh staan. De raad stelt dat het gemeentebestuur voornemens is de zone waar een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt uit te breiden tot na deze woningen. Nu echter niet is gebleken van concrete plannen of een besluit hiertoe van het gemeentebestuur, is de voorzitter er op voorhand niet van overtuigd dat ten tijde van het nemen van het besluit werd voldaan aan de eisen van de Wgh.

2.2.3. De vragen of een vrijstelling geldt dan wel een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (hierna: Ffw) nodig is, komen pas aan de orde in een procedure op grond van de Ffw. De raad dient een plan echter niet vast te stellen indien hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Ffw aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Uit de toelichting komt naar voren dat de raad ten aanzien van de in het plangebied voorkomende flora en fauna informatie heeft opgevraagd bij het Natuurloket en dat daaruit naar voren is gekomen dat broedvogelsoorten voorkomen in het plangebied. Daarnaast stelt de raad zich op het standpunt dat, nu het plangebied voor de aspergeteelt werd gebruikt, niet aannemelijk is dat andere beschermde diersoorten voorkomen. De voorzitter is er op voorhand niet van overtuigd dat de raad met dit onderzoek heeft kunnen volstaan. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de raad ter zitting heeft te kennen gegeven dat geen veldonderzoek heeft plaatsgevonden en dat door [verzoekster] verscheidene diersoorten zijn genoemd, die volgens haar in het gebied voorkomen.

2.2.4. In de Notitie Lintbebouwing staat onder meer dat toe te voegen woningen op deze locatie qua maatvoering dienen aan te sluiten bij bestaande bebouwing. De voorzitter stelt vast dat in artikel 8, lid 8.2, aanhef en onder e, van de planregels is bepaald dat ter plaatse van de bouwvlakken zonder nadere aanduiding woningen met een inhoud van ten hoogste 600 m³ mogen worden gebouwd. Ter zitting is voorts gebleken dat aan de twee bestaande woningen in het plangebied een bouwvlak zonder nadere aanduiding is toegekend. De zeven bestreden voorziene woningen hebben een bouwvlak met de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte". Ten aanzien daarvan zijn in de planregels geen maximale inhoudsmaten opgenomen, maar gelet op het toegestane maximale bouwoppervlak en de maximale goot- en bouwhoogte, is een inhoud van meer dan 1500 m³ mogelijk, zoals de raad ter zitting ook heeft bevestigd. Gelet op het voorgaande kan de voorzitter de stelling van de raad dat in overeenstemming met de Notitie Lintbebouwing ten aanzien van de maatvoering min of meer is aangesloten bij de bestaande bebouwing niet volgen. Nu uit de stukken, noch ter zitting naar voren is gekomen waarom de raad van het gemeentelijke beleid op dit punt is afgeweken, heeft de raad naar het voorlopig oordeel van de voorzitter het besluit in zoverre onvoldoende gemotiveerd.

2.3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen en gelet op de betrokken belangen aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. In verband hiermee behoeven de overige betogen geen bespreking.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Bergen op Zoom van 30 juni 2011, kenmerk RVB11-0029, voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Wonen" op de percelen tussen Heimolen 72 en 78;

II. gelast dat de raad van de gemeente Bergen op Zoom aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Pikart-van den Berg

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2011

350-715.