Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU9437

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
201104913/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 februari 2010 heeft het college aan de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Politieke Vereniging Lijst Harry Bakker (hierna: Lijst Harry Bakker) een last onder bestuursdwang opgelegd om voor 15 februari 2010 op vier locaties reclamevoorzieningen te verwijderen en verwijderd te houden. Wanneer de objecten niet voor 15 februari 2010 zijn verwijderd, wordt bestuursdwang toegepast bestaande uit het verwijderen en opslaan van de genoemde objecten, waarbij de kosten van de bestuursdwang op Lijst Harry Bakker wordt verhaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104913/1/H1.

Datum uitspraak: 28 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 maart 2011 in zaak nr. 10/2742 in het geding tussen:

Lijst Harry Bakker, gevestigd te Terheijden,

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 februari 2010 heeft het college aan de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Politieke Vereniging Lijst Harry Bakker (hierna: Lijst Harry Bakker) een last onder bestuursdwang opgelegd om voor 15 februari 2010 op vier locaties reclamevoorzieningen te verwijderen en verwijderd te houden. Wanneer de objecten niet voor 15 februari 2010 zijn verwijderd, wordt bestuursdwang toegepast bestaande uit het verwijderen en opslaan van de genoemde objecten, waarbij de kosten van de bestuursdwang op Lijst Harry Bakker wordt verhaald.

Bij besluit van 18 mei 2010 heeft het college het door Lijst Harry Bakker daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 maart 2011, verzonden op 21 maart 2011, heeft de rechtbank het door H.T.M. Bakker daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 mei 2010 vernietigd, het besluit van 11 februari 2010 herroepen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en gelast dat het college aan Lijst Harry Bakker het betaalde griffierecht vergoedt. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 april 2011, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 november 2011, waar het college, vertegenwoordigd door M.A. van der Graaf, werkzaam bij de gemeente, en H.T.M. Bakker zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het college betoogt dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het voert daartoe aan dat het beroep is ingesteld door H.T.M. Bakker, terwijl het bezwaar is ingediend door de Lijst Harry Bakker. Voorts stelt het dat H.T.M. Bakker geen belanghebbende was bij de last onder bestuursdwang omdat die is opgelegd aan Lijst Harry Bakker en niet aan hem in persoon. Ten slotte stelt het college zich op het standpunt dat de gronden van het beroep niet tijdig zijn ingediend. Volgens het college heeft H.T.M. Bakker zijn verzoek om uitstel voor het aanvullen van de gronden niet binnen de daarvoor gestelde termijn gedaan en de rechtbank had hem daarvoor - onder afwijzing van zijn verzoek - niet alsnog een termijn van een week mogen gunnen nu niet is gebleken dat dit hem redelijkerwijs niet kan worden verweten.

2.1.1. Dit betoog slaagt. Ingevolge artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben ingesteld. Nu H.T.M. Bakker geen belanghebbende is, aangezien de last niet aan hem is gericht en zijn belangen evenmin uit anderen hoofde bij het besluit zijn betrokken en hij ook geen bezwaar heeft ingediend tegen de last onder bestuursdwang, kon hij geen beroep instellen tegen het besluit op bezwaar, zodat de rechtbank het beroep reeds hierom niet-ontvankelijk had moeten verklaren.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 18 mei 2010 van het college alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 maart 2011 in zaak nr. 10/2742

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2011

17-702.