Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU9435

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
201111671/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Denekamp Kern" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201111671/2/R1.

Datum uitspraak: 21 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster] en anderen, gevestigd dan wel wonend te Denekamp, gemeente Dinkelland,

en

de raad van de gemeente Dinkelland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Denekamp Kern" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekster] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 november 2011, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekster] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekster] en anderen en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 december 2011, waar [verzoekster] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door G.J. de Preuter-Brunnekreef, drs. E. List en H. Zegeren, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan ziet op de kern Denekamp en is grotendeels conserverend van aard. Wel bevat het plan uitbreidingsmogelijkheden voor museum Natura Docet en maakt het hier onder meer aan de bestemming ondergeschikte horeca mogelijk.

2.3. Voor zover de raad de belanghebbendheid van [verzoekster] en anderen betwist, wordt overwogen dat de gronden van [verzoekster] en anderen door een weg worden gescheiden van de gronden van Natura Docet. Gelet op deze korte afstand en gelet op de vrees van [verzoekster] en anderen door parkeeroverlast nabij hun horecabedrijf door bezoekers van dit museum, bestaat naar het oordeel van de voorzitter voorshands aanleiding om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang aan te nemen.

2.4. Het verzoek van [verzoekster] en anderen is gericht op de gronden waarop de uitbreiding van Natura Docet is voorzien, te weten de gronden waaraan de bestemmingen "Maatschappelijk (M)", "Groen (G)", "Bos (BO)" en "Water (W)" zijn toegekend. Voor deze uitbreiding is een bouwplan opgesteld. Hoewel [verzoekster] en anderen zich in beginsel kunnen verenigen met dit bouwplan, vrezen zij dat de hierin opgenomen kleinschalige horecamogelijkheden na realisatie van de nieuwbouw uitgebreid zullen worden omdat het bestemmingsplan geen beperkende voorwaarden voor horeca bevat, zoals een maximaal toegestane oppervlakte. Vanwege het ontbreken van dergelijke voorwaarden kunnen zij zich in zoverre niet met het bestemmingsplan verenigen. Hierom, en omdat zij vrezen voor parkeeroverlast als gevolg van bezoekers van het museum, verzoeken zij om het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5. De raad stelt zich op het standpunt dat het hoofddoel is om binnen de bestemming "Maatschappelijk (M)" nieuwbouw voor Natura Docet te realiseren en dat horeca en detailhandel slechts ondergeschikt aan en ten dienste van deze bestemming zijn toegestaan. Volgens de raad maakt het plan de door [verzoekster] en anderen gevreesde uitbreiding van horeca niet mogelijk.

2.6. Aan de gronden waarop Natura Docet zich thans bevindt is in het plan de bestemming "Maatschappelijk (M)" toegekend.

Ingevolge artikel 15, lid 15.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn deze gronden onder meer bestemd voor gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen.

Ingevolge artikel 1, onder 56, wordt onder maatschappelijke voorzieningen verstaan: educatieve, sociaal-medische, museale en sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.

Het bouwplan voor het museum annex landschapscentrum beslaat een oppervlakte van 820 m², waarvan 115 m² bedoeld is voor horeca en 85 m² voor detailhandel.

2.7. Niet in geschil is dat het voorgaande bestemmingsplan de in het bouwplan opgenomen oppervlakte voor Natura Docet reeds mogelijk maakte. Daarentegen was de functie horeca onder het voorgaande plan niet mogelijk.

2.8. Voor het antwoord op de vraag of onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vereist, gelet op de betrokken belangen, overweegt de voorzitter dat voorshands geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat niet van het bouwplan kan worden uitgegaan, gelet op hetgeen de raad ter zitting heeft gesteld over de in voorbereiding zijnde aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen en gelet op de overgelegde tekeningen voor de voorziene uitbreiding. Nu [verzoekster] en anderen met de in het bouwplan opgenomen bebouwingsomvang instemmen is in zoverre geen voorlopige voorziening nodig. Voorts heeft de raad ter zitting te kennen gegeven dat de opening van de nieuwe huisvesting van Natura Docet niet eerder dan medio 2013 verwacht wordt. Gelet hierop zou de door [verzoekster] en anderen gevreesde uitbreiding van horecavoorzieningen zich pas op dat moment kunnen voordoen, zodat naar het oordeel van de voorzitter wat dat betreft thans geen spoedeisend belang aanwezig is.

Ten aanzien van de gevreesde parkeeroverlast overweegt de voorzitter dat zowel de bestemming "Maatschappelijk (M)" als de bestemming "Groen (G)" parkeervoorzieningen toestaat, zodat voorshands geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat ten behoeve van de toekomstige bebouwing van Natura Docet onvoldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd.

2.9. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Bošnjaković

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2011

410-667.