Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU8891

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
201105052/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 september 2009 heeft de Belastingdienst het aan [appellant] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 herzien en vastgesteld op nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105052/1/H2.

Datum uitspraak: 21 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Den Haag,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 16 maart 2011 in zaak nr. 10/3871 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2009 heeft de Belastingdienst het aan [appellant] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 herzien en vastgesteld op nihil.

Bij besluit van 7 mei 2010 heeft de Belastingdienst het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 26 juli 2010 aangevuld bij het besluit van 29 juli 2010, heeft de Belastingdienst het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar alsnog gegrond verklaard en, voor zover hier van belang, alsnog aan [appellant] een voorschot verleend over de maanden november en december van 2008.

Bij uitspraak van 16 maart 2011, verzonden op 21 maart 2011, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 26 juli 2010 vernietigd en de Belastingdienst opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [appellant] met inachtneming van deze uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 mei 2011, hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 12 april 2011 heeft de Belastingdienst naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank opnieuw besloten op het bezwaar en aan [appellant] een voorschot verleend.

Bij brief van 16 mei 2011 heeft [appellant] een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2011, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. M.E. Hoogendoorn, juridisch medewerker te Utrecht, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van de Wet kinderopvang (hierna: de Wko), zoals deze wet luidde ten tijde hier van belang, voor zover hier van belang, is op deze wet de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir), met uitzondering van artikel 49, van toepassing.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, voor zover hier van belang, heeft een ouder aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk, indien het betreft gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.

Ingevolge artikel 52 geschiedt kinderopvang op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.

Ingevolge artikel 16, vierde lid, van de Awir kan de Belastingdienst het voorschot herzien.

Ingevolge artikel 18, eerste lid, verstrekken een belanghebbende, een partner en een medebewoner de Belastingdienst desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming van belang kunnen zijn.

Ingevolge artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling Wet kinderopvang (hierna: de Regeling), voor zover hier van belang, bevat de administratie van een gastouderbureau tevens de volgende gegevens: afschriften van alle met vraagouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten, vermeldende per overeenkomst: de voor de gastouderopvang te betalen prijs per uur en […] de naam, geboortedatum, adres, postcode en woonplaats van het kind, het aantal uren gastouderopvang per kind per jaar, evenals de duur van de overeenkomst.

2.2. [appellant] heeft twee kinderen voor wie hij een voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 heeft aangevraagd, namelijk [appellant] en [naam kind].

2.3. Bij besluit van 12 april 2011 heeft de Belastingdienst, gevolg gevend aan de aangevallen uitspraak, opnieuw beslist op het door [appellant] tegen het besluit van 26 september 2009 gemaakte bezwaar en alsnog aan [appellant] een voorschot kinderopvangtoeslag verleend ten behoeve van [naam kind] over de periode 14 mei tot en met 31 december 2008. Wat betreft de toeslag ten behoeve van dit kind is over deze periode dan ook aan de bezwaren van [appellant] tegemoetgekomen, zodat in zoverre geen beroep van rechtswege als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, en artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht is ontstaan waarop nog dient te worden beslist.

2.4. [appellant] betoogt allereerst dat de rechtbank heeft miskend dat hij vanaf 5 februari 2008 in aanmerking komt voor een voorschot kinderopvangtoeslag voor de door hem gemaakte kosten in verband met de opvang van zijn kind [naam kind] in plaats van vanaf 14 mei 2008.

Hij voert daartoe aan, dat uit het door hem in beroep overgelegde aanmeldingsformulier, gelezen in samenhang met de door hem in beroep overgelegde overeenkomst, aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanaf 5 februari 2008 gebruik maakt van kinderopvang voor [naam kind] door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau en derhalve ook in aanmerking komt voor een voorschot kinderopvangtoeslag over de periode 5 februari 2008 tot 14 mei 2008.

2.4.1. In het door [appellant] in beroep overgelegde aanmeldingsformulier heeft hij gastouderbureau Nadia4kids verzocht om te bemiddelen in gastouderopvang voor zijn kind [naam kind]. In dat formulier is een datum van ondertekening opgenomen, namelijk 30 januari 2008. In de door [appellant] in beroep overgelegde overeenkomst, dat eveneens ziet op zijn kind [naam kind], met gastouderbureau Nadia4Kids, ontbreekt de datum van ondertekening.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 juli 2011 in zaak nr. 201100797/1/H2) bestaat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag indien geen sprake is van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van de Wko. Dit betekent gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Awir dat degene die stelt recht te hebben op een voorschot kinderopvangtoeslag dat aan de hand van een schriftelijke overeenkomst met de houder moet aantonen. Nu in de overgelegde overeenkomst de datum van ondertekening ontbreekt en die overeenkomst eerst in beroep is overgelegd, staat niet vast dat de kinderopvang op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden en kan die overeenkomst niet als bewijs voor kinderopvang dienen.

Het aanmeldingsformulier kan evenmin als bewijs voor kinderopvang dienen, nu dit formulier geen basis vormt voor kinderopvang. In dat formulier, ingevuld door [appellant], verzoekt [appellant] Nadia4kids te bemiddelen in gastouderopvang. Daarin zijn geen afspraken neergelegd. Dat in dat formulier, in tegenstelling tot in de overeenkomst, wel een datum van ondertekening is opgenomen, maakt niet dat daarmee het gebrek in de overeenkomst is geheeld. De dagtekening in het aanmeldingsformulier ziet slechts op de ingangsdatum van het verzoek van [appellant] tot bemiddeling en betekent niet dat ook de overeenkomst op die datum is ingegaan.

De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat [appellant] in de periode van 5 februari 2008 tot 14 mei 2008 niet in aanmerking komt voor een voorschot kinderopvangtoeslag voor de kosten van de opvang van [naam kind].

Het betoog faalt.

2.5. [appellant] betoogt daarnaast tevergeefs dat hij in aanmerking komt voor een voorschot kinderopvangtoeslag voor de opvang van zijn kind [naam 2e kind]. Anders dan [appellant] heeft aangevoerd, kan de door hem eerst in hoger beroep overgelegde overeenkomst gastouderbureau Nadia4Kids, mede onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in 2.4.1 is overwogen, niet als bewijs voor kinderopvang dienen, nu in die overeenkomst eveneens de datum van ondertekening ontbreekt. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat [appellant] niet in aanmerking komt voor een voorschot kinderopvangtoeslag voor de kosten van de opvang van [naam 2e kind].

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Bindels

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2011

85-680.