Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU8883

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
201007856/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juni 2010 heeft de deelraad het bestemmingsplan "Indische Buurt en Flevopark" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 2.18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/3983
JM 2012/35 met annotatie van P.M.J. de Haan
JOM 2012/237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201007856/1/R1.

Datum uitspraak: 21 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Amsterdam,

en

de deelraad van het stadsdeel Oost,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2010 heeft de deelraad het bestemmingsplan "Indische Buurt en Flevopark" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 11 augustus 2010, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 september 2010.

De deelraad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen, de deelraad en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pompstation B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 oktober 2011, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [appellant], bijgestaan door mr. C.M. Delstra, werkzaam bij Catch Legal, en ir. D.J. Suverkropp, en de deelraad, vertegenwoordigd door J.J. Vermeulen en mr. Y.H.M. Huisman, beiden werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen. Voorts is Pompstation, vertegenwoordigd door mr. M.I. Houben en mr. R.G. Meester, beiden advocaat te Amsterdam, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het bestemmingsplan voorziet in een actualisering. Met het plan wordt beoogd de bestaande situatie vast te leggen, te anticiperen op de transformatie van de buurt in de vorm van onder meer functiemenging en concrete bouwinitiatieven planologisch vast te leggen.

2.2. Ter zitting hebben [appellant] en anderen hun beroepsgronden met betrekking tot de toegestane bouwhoogtes en de lichtinval in hun woningen ingetrokken.

2.3. Het beroep van [appellant] en anderen is gericht tegen de plandelen voor de percelen Zeeburgerdijk 50-54A.

[appellant] en anderen voeren aan dat onduidelijk is welke functieaanduidingen voor welke percelen aan de Zeeburgerdijk 50-54A gelden, hetgeen tot een rechtsonzekere situatie leidt. Voorts is onduidelijk waarom op de verbeelding het maximaal toegestane brutovloeroppervlak per vestiging niet is opgenomen, terwijl de legenda het weergeven hiervan wel mogelijk maakt. Tevens is onduidelijk waarom voor de aanduiding "horeca van categorie IIA" geen maximaal toegestaan brutovloeroppervlak is bepaald.

Het maximaal toegestane brutovloeroppervlak per vestiging is in strijd met de werkelijke situatie, betogen [appellant] en anderen.

2.4. De deelraad stelt dat de functieaanduidingen op de verbeelding duidelijk zijn en van een rechtsonzekere situatie geen sprake is. Het opnemen van het maximaal toegestane brutovloeroppervlak per vestiging is onnodig en maakt de gewenste flexibiliteit onmogelijk. De deelraad bestrijdt dat de horecavoorziening aan de Zeeburgerdijk 52 meer dan 500 m² brutovloeroppervlakte beslaat, zodat volgens hem wel overeenkomstig de bestaande situatie is bestemd.

2.5. Aan de percelen Zeeburgerdijk 50-54A is de bestemming "Gemengd" toegekend.

Ingevolge artikel 6, lid 6.1, van de planregels, voor zover hier van belang, zijn gronden met deze bestemming bestemd voor horeca I, III en IV, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca" en de aanduiding "specifieke vorm van horeca - Borneostraat en Timorplein" en voor horeca IIA, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie IIA" en de aanduiding "gemengd".

Ingevolge artikel 1.30 betreft:

a. "horeca I": verkoop van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, het verstrekken van alcoholvrije dranken en/of het verstrekken van consumptie-ijs, zijnde een fastfoodrestaurant, cafetaria, snackbar, shoarmazaken, lunchroom, koffie-theehuis of ijssalon;

b. "horeca IIA": verhuur van zalen aan gezelschappen, al dan niet in combinatie met het verstrekken van eten en drinken en/of een gelegenheid alleen toegankelijk voor leden, zijnde een zalenverhuurbedrijf of sociëteit;

c. "horeca IIB": een gelegenheid om te dansen, zijnde een dancing of discotheek;

d. "horeca III": het verstrekken van sterke alcoholische dranken, zijnde een café of bar;

e. "horeca IV": het verstrekken van ter plaatse bereide maaltijden, inclusief (alcoholische) dranken, zijnde een restaurant, eetcafé of bistro;

[…].

Ingevolge artikel 6, lid 6.4.2, voor zover hier van belang, geldt voor horeca I, III en IV een maximumbrutovloeroppervlakte van 350 m² per vestiging. Ingevolge dit lid geldt ter plaatse van de in het plan gelegen gronden met de aanduiding "specifieke vorm van horeca - Borneostraat en Timorplein" voor horeca I, III en IV een gezamenlijk brutovloeroppervlak van 1.250 m².

Ingevolge artikel 2, lid 2.2, is het brutovloeroppervlak de som van het product van de afstand tussen de gevelvlakken en de afstand hart op hart van de bouwmuren per bouwlaag, niet inbegrepen balkons, loggia's, erkers en galerijen.

2.6. De Afdeling overweegt dat de door [appellant] en anderen aangevoerde onduidelijkheid in de functieaanduidingen faalt, nu de functieaanduidingen, voor zover deze op de verbeelding niet op het perceel zelf staan aangegeven, met verbindingslijntjes zijn gekoppeld aan de bijbehorende percelen en daarmee voldoende inzicht bieden. Aan de percelen Zeeburgerdijk 50 en 52 is de aanduiding "specifieke vorm van horeca - Borneostraat en Timorplein" toegekend. Aan het gebouw op het perceel Zeeburgerdijk 52 is voorts de aanduiding "horeca van categorie IIA" toegekend. Aan de gronden achter de gebouwen Zeeburgerdijk 50 en 52 is voorts deels de aanduiding "terras" toegekend. Aan het perceel Zeeburgerdijk 54A is de aanduiding "gemengd" toegekend.

2.6.1. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 6, lid 6.4.2, van de planregels ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het niet opnemen van een maximumbrutovloeroppervlakte per perceel op de verbeelding leidt tot een rechtsonzekere situatie. Nu dit niet is aangegeven, is voor horeca I, III en IV het maximum van 350 m² per vestiging bepalend waarbij voor deze vormen van horeca geldt dat 1.250 m² het maximum is ter plaatse van de binnen het plangebied gelegen gronden met de aanduiding "specifieke vorm van horeca - Borneostraat en Timorplein". Evenmin ziet de Afdeling grond voor het oordeel dat de planregeling voor horeca IIA rechtsonzeker is. Immers, hiervoor is geen maximumvloeroppervlak bepaald, zodat het gehele gebouw met deze aanduiding voor die functie kan worden gebruikt.

2.6.2. Voor zover [appellant] en anderen aanvoeren dat de maximaal toegestane brutovloeroppervlakte aan horeca op het perceel Zeeburgerdijk 52 in strijd is met de bestaande vloeroppervlakte, overweegt de Afdeling het volgende. In het gebouw Zeeburgerdijk 52 is onder meer horeca IIA toegelaten. Voor deze vorm van horeca geldt geen maximumbrutovloeroppervlak. Het plan laat derhalve toe dat het gehele pand voor die functie kan worden gebruikt. Voor horeca I, III en IV geldt per vestiging een maximum van 350 m². Het brutovloeroppervlak wordt berekend overeenkomstig artikel 2, lid 2.2, van de planregels. Ter zitting is onweersproken gesteld dat de bestaande brutovloeroppervlakte van het gebouw Zeeburgerdijk 52, waarbij een aftrek van de oppervlakte van de galerij en entresol heeft plaatsgevonden, niet meer bedraagt dan 350 m². Gelet hierop kunnen [appellant] en anderen niet worden gevolgd in hun betoog dat de bestaande situatie de maximaal toegestane brutovloeroppervlakte aan horeca overschrijdt.

2.7. [appellant] en anderen achten de horecamogelijkheden aan de Zeeburgerdijk 50-54A strijdig met de Horecavisie van het stadsdeel en het gemeentelijke Structuurplan Amsterdam: kiezen voor stedelijkheid 2003. Zij voeren aan dat de Horecavisie tegenstrijdigheden bevat, nu het versterken van de uitgaansfunctie niet strookt met de overwegende woonfunctie van het gebied. Ook het structuurplan voorziet volgens hen niet in uitbreiding van horecamogelijkheden. Zij voeren onder verwijzing naar de beantwoording van de zienswijzen aan dat de Zeeburgerdijk niet is opgenomen in de Horecavisie. Voorts voeren zij aan dat de belangen omtrent de uitbreiding van de horeca onjuist zijn afgewogen.

2.7.1. De deelraad stelt zich op het standpunt dat het voornaamste doel van het plan het vastleggen van de bestaande situatie en het realiseren van functiemenging is. In het gebied Timorplein en omgeving kan de uitgaansfunctie worden versterkt, zo volgt uit de Horecavisie. Tegenstrijdigheden behoeven zich niet voor te doen, nu het woon- en leefklimaat in de nabije omgeving niet zal worden aangetast. Het handhaven van de bestaande horecavoorziening aan de Zeeburgerdijk 52 is in overeenstemming met de Horecavisie. Ook doet zich geen strijd voor met het structuurplan, aldus de deelraad.

2.7.2. De Horecavisie is op 15 december 2009 vastgesteld door de deelraad van het voormalige stadsdeel Zeeburg. Uit de Horecavisie volgt dat het hoofddoel is het vergroten van de kwaliteit van het horeca-aanbod in de Indische Buurt. Uitgangspunt is het verstevigen van de positie van de Indische Buurt als uitgaansgebied. Voorwaarde is dat overlast van de horecavoorzieningen voor de omgeving beperkt blijft, aldus de Horecavisie. Het uitgaansgebied Timorplein bestaat uit de Borneostraat en het Timorplein. Uit de Horecavisie volgt tevens dat beoogd wordt dit gebied een grootstedelijke uitstraling te geven. Om het culturele en alternatieve karakter van het plein verder te versterken zouden hier verschillende locaties kunnen komen met een culturele-horecabestemming, aldus de Horecavisie.

Ter zitting heeft de deelraad desgevraagd toegelicht dat de Horecavisie mede ziet op de percelen Zeeburgerdijk 50 en 52 en dat het perceel Zeeburgerdijk 54A buiten de Horecavisie valt. De deelraad heeft hiertoe als criterium gehanteerd dat het terras van de percelen Zeeburgerdijk 50 en 52 aan de Borneostraat grenst en daarmee onderdeel uitmaakt van het uitgaansgebied.

2.7.3. De Afdeling deelt het standpunt van [appellant] en anderen niet dat de Horecavisie innerlijk tegenstrijdig is en de uitbreiding van horecamogelijkheden daarmee strijdig is. De Horecavisie verzet zich niet tegen enige uitbreiding van horecamogelijkheden mits de woonfunctie van het gebied behouden blijft en mits daarbij de belangen van de woonomgeving worden betrokken.

[appellant] en anderen hebben voorts niet onderbouwd op welke punten de uitbreiding van horecamogelijkheden strijdig zou zijn met het structuurplan. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het gebied, naar onweersproken uit het verweerschrift volgt, is aangewezen als 'stedelijk wonen/werken' waarbij wordt uitgegaan van een overwegende woonfunctie, gemengd met niet-woonfuncties. Het structuurplan verzet zich daarmee niet tegen horecamogelijkheden in de Indische Buurt.

2.8. [appellant] en anderen vrezen voor overlast door de horecamogelijkheden in het plan. Ten aanzien van het gebruik van het perceel Zeeburgerdijk 52 als trouwlocatie voeren [appellant] en anderen aan dat dit gebruik ten onrechte als zodanig is bestemd in het plan, nu dit gebruik illegaal is. Zij betogen dat het gebruik van de locatie niet voldoet aan hetgeen is toegestaan onder de aanduiding "horeca van categorie IIA", maar aan hetgeen is toegestaan onder de aanduiding "horeca van categorie IIB". Voorts staat het gebouw te dicht op de woningen. Tevens betogen [appellant] en anderen dat de geluidsoverlast niet is onderzocht en dat het stemgeluid dat geproduceerd zal worden op het terras bij het perceel Zeeburgerdijk 52 ten onrechte niet is betrokken bij de vaststelling van het plan. Bovendien is onduidelijk of het terras als binnen- of buitenterrein wordt gezien door de deelraad, menen [appellant] en anderen.

2.8.1. De deelraad stelt zich op het standpunt dat het voornaamste doel van het plan het vastleggen van de bestaande situatie en het realiseren van functiemenging is. In het gebied Timorplein en omgeving kan de uitgaansfunctie worden versterkt.

Ten aanzien van de trouwlocatie aan de Zeeburgerdijk 52 stelt de deelraad zich op het standpunt dat nu deze trouwlocatie onder het voorgaande bestemmingsplan "De Oude Indische Buurt 1997" onder het overgangsrecht viel, er geen sprake is van illegaal gebruik. Omdat de deelraad het gebruik in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening, is de trouwlocatie in het voorliggende plan als zodanig bestemd. De deelraad stelt zich op het standpunt dat de overlast door de horecavoorziening aan de Zeeburgerdijk 52 bekend is, maar dat geen toename van de overlast verwacht wordt door de uitbreiding van de horecamogelijkheden. De bestaande klachten over het perceel Zeeburgerdijk 52 kunnen door handhaving worden opgelost, meent de deelraad.

Het terras achter het gebouw aan de Zeeburgerdijk 52 wordt, mede op basis van de akoestische onderzoeken, beschouwd als buitenterrein, stelt de deelraad. Het terras is niet gelegen in de openbare ruimte en heeft derhalve een terrasaanduiding gekregen.

2.8.2. In de uitspraak van 1 september 2010 in zaak nr. 200910120/1/H1, inzake de op 1 juli 2008 verleende vrijstelling ten behoeve van de bestemming horeca III in het pand Zeeburgerdijk 52 met terras, heeft de Afdeling onder meer het volgende overwogen:

"2.4.2. In het besluit van 1 juli 2008 heeft het dagelijks bestuur zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van geluidsoverlast een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omwonenden kan worden gegarandeerd. Het heeft vermeld dat aansluiting is gezocht bij artikel 2.18 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (activiteitenbesluit) dat bepaalt dat stemgeluid op een terras dat geen binnenterrein is, buiten beschouwing kan blijven. Het dagelijks bestuur heeft zijn standpunt onderbouwd met het als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen akoestisch rapport van LBP van 9 januari 2009. In dit rapport is uitgegaan van openingstijden van het terras van 17.00 tot 22.00 uur. De conclusie van het rapport is dat het geluid van het terras, waarvan het tijdgemiddelde niveau bij 50 tot 100 couverts tussen de 51 en 54 dB(A) zal bedragen, zal opgaan in het omgevingsgeluid waarvan het tijdgemiddelde niveau in de avond 58 dB(A) is. Deze conclusie wordt bevestigd door het rapport van IJmeer adviesbureau van 8 mei 2009. In dit rapport wordt uitgegaan van een terras voor 100 personen en openingstijden van 17.00 tot 23.00 uur. Ook in de e-mail van 28 oktober 2009 van DMB wordt geconcludeerd dat het terras een geluidsniveau van om en nabij het referentieniveau zal veroorzaken.

In het kader van de vrijstelling zal moeten worden beoordeeld of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omwonenden kan worden gegarandeerd. Hiervan uitgaande en gelet op de omvang van het terras tot honderd personen en de voorziene openingstijden tot middernacht, zoals die ter zitting aan de orde zijn geweest, ligt echter niet zonder meer voor de hand dat in het besluit van 1 juli 2008 bij het activiteitenbesluit is aangesloten en het stemgeluid in de belangenafweging buiten beschouwing is gebleven. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de vrijstelling de mogelijkheid biedt dat het terras ook in de nachtperiode wordt gebruikt en dat niet is onderzocht of ook in die periode sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden.".

2.8.3. In het plan zijn de aanduidingen "terras" en "specifieke vorm van horeca - Borneostraat en Timorplein" toegekend aan de gronden op de achterzijde van het perceel Zeeburgerdijk 52.

In het voorgaande bestemmingsplan "De Oude Indische Buurt 1997" was de trouwlocatie op het perceel Zeeburgerdijk 52 niet als zodanig bestemd. Het gebruik als trouwlocatie viel, naar niet in geschil is, onder het overgangsrecht.

2.8.4. De Afdeling overweegt dat de deelraad bij de keuze van de bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Het staat de deelraad vrij om op basis van gewijzigde planologische inzichten andere bestemmingen voor gronden vast te stellen. Daarbij heeft de deelraad beoordelingsvrijheid.

Zoals de Afdeling reeds hiervoor heeft overwogen is het als zodanig bestemmen van de trouwlocatie in overeenstemming met het gemeentelijk beleid tot het verstevigen van de positie van de Indische Buurt als uitgaansgebied in stadsdeel Oost en het vergroten van de kwaliteit van het horeca-aanbod in de Indische Buurt.

Voor zover het beroep van [appellant] en anderen ziet op de horecamogelijkheden op de percelen Zeeburgerdijk 50 en 54A overweegt de Afdeling dat zij gelet op de afstand en wijze van ligging van deze percelen ten opzichte van hun woningen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarvan ernstige overlast zullen ondervinden.

Voor zover [appellant] en anderen betogen dat wat betreft het perceel Zeeburgerdijk 52 sprake is van illegaal gebruik dat niet als zodanig moet worden bestemd, overweegt de Afdeling dat dit betoog faalt, reeds nu het gebruik niet illegaal was doordat het onder het overgangsrecht viel. Bij het maken van de keuze voor een bestemming die horeca toelaat, heeft de raad hieraan in redelijkheid betekenis kunnen toekennen. De deelraad heeft voorts van belang kunnen achten dat het gebouw aan de Zeeburgerdijk 52 op grotere afstand van de woningen staat dan tien meter, zoals door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt aangegeven als aanbeveling.

Wat betreft de gestelde verkeersoverlast van komend en vertrekkend publiek aan de achteruitgang van het pand Zeeburgerdijk 52 aan de zijde van de Borneostraat is ter zitting gebleken dat deze overlast in zoverre is weggenomen doordat voor de in- en uitgang van het pand inmiddels gebruik wordt gemaakt van de zijde aan de Zeeburgerdijk. Ter zitting heeft de deelraad toegezegd dat deze situatie zo zal blijven. Gelet hierop is niet aannemelijk dat zich nog langer verkeersoverlast ten gevolge van het gebruik van het perceel Zeeburgerdijk 52 zal voordoen ter hoogte van de woningen van [appellant] en anderen.

Voor zover [appellant] en anderen betogen dat het perceel Zeeburgerdijk 52 ten onrechte in gebruik is als openbare dansgelegenheid als bedoeld wordt met de aanduiding "horeca van categorie IIB" overweegt de Afdeling het volgende. In de planregels wordt een onderscheid gemaakt tussen horeca IIA en horeca IIB. Het plan laat een gebruik als horeca IIB van het perceel Zeeburgerdijk 52 niet toe. Tegen een dergelijk gebruik kan handhavend worden opgetreden. Het al dan niet handhavend optreden tegen het handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan valt buiten de onderhavige procedure en dient derhalve buiten beschouwing te blijven.

Aan het thans bestreden besluit heeft de deelraad wat betreft het terras bij het perceel Zeeburgerdijk 52 dezelfde akoestische onderzoeken ten grondslag gelegd als in de hiervoor bedoelde vrijstellingsprocedure. Nu de afweging inzake de gevolgen voor het woon- en leefklimaat in beide gevallen overeenkomt is de Afdeling van oordeel dat het bestreden besluit wat betreft het plandeel met de aanduiding "terras" voor het perceel Zeeburgerdijk 52 is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

2.8.5. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit wat betreft het plandeel met de aanduiding "terras" voor het perceel Zeeburgerdijk 52 is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is op dit punt gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te worden vernietigd.

2.8.6. In hetgeen [appellant] en anderen voor het overige hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de deelraad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het voor het overige aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is voor het overige ongegrond.

2.9. De Afdeling ziet aanleiding te bezien of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover het plandeel met de aanduiding "terras" is vernietigd, in stand kunnen worden gelaten. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

2.9.1. De deelraad heeft opdracht verleend aan het geluidBuro voor een nieuw akoestisch onderzoek. Dit heeft geresulteerd in het rapport "Akoestisch Onderzoek V2.2 naar de geluidbelasting ten gevolge van een terras op de locatie: Zeeburgerdijk 52, 1095 AE Amsterdam", gedateerd 29 oktober 2010. In dit onderzoek is uitgegaan van openingstijden tot 24.00 uur en is het stemgeluid dat geproduceerd zal worden op het terras meegenomen. In het rapport staat dat uit onderzoek is gebleken dat het achtergrondgeluidniveau op de (achter)gevels van de maatgevende woningen relatief hoog te noemen is. In de avondperiode zijn geluidniveaus gemeten van 48 à 49 dB(A) en in de vroege nachtperiode van 46 dB(A). Deze waarden komen overeen met de gebiedstypering "Woonwijk nabij een drukke verkeersweg (auto en rail)". In dit kader is volgens het geluidBuro geen sprake van een rustige, geluidsluwe zijde aan de achtergevel van de woningen. Blijkens het rapport bedraagt de geluidbelasting ten gevolge van het terras in de avond 51 dB(A) en over de gehele nachtperiode gemiddeld 42 dB(A). Tussen 23.00 en 24.00 uur is de feitelijke geluidbelasting gelijk aan de avondperiode. De geluidpieken die optreden bedragen maximaal 63 dB(A), aldus het akoestisch rapport. Opgemerkt wordt voorts dat de achtergrondniveaus zijn gemeten op de achtergevels van de woningen omdat daar de laagste niveaus te verwachten zijn, terwijl voor de hiervoor genoemde geluidbelasting de zijgevels maatgevend zijn. De geluidbelasting op de achtergevels is minimaal 4 dB(A) lager. In het akoestisch rapport wordt geconcludeerd dat vanwege het relatief hoge reeds heersende achtergrondgeluid, de beperkte openingstijden tot 24.00 uur en de open ligging naar de weg, de onderhavige situatie uit akoestisch oogpunt geschikt wordt geacht voor het exploiteren van een terras.

2.9.2. [appellant] en anderen hebben Peutz B.V. opdracht verleend het rapport van het geluidBuro van 29 oktober 2010 te beoordelen. Dit heeft geresulteerd in het rapport "Geluidaspecten Het Pompstation te Amsterdam, Kanttekeningen bij geluidrapporten", gedateerd 10 oktober 2011. In het rapport van Peutz wordt geconcludeerd dat de berekende gemiddelde geluidniveaus vanwege terrasbezoekers en de geluidpieken vanwege activiteiten (inclusief bezoekers) te laag zijn. Ook is niet uitgegaan van de maximale bestemming als cafétuin. Voorts concludeert het rapport dat de metingen van het achtergrondgeluid niet op bruikbare wijze zijn gerapporteerd en daardoor onnavolgbaar en oncontroleerbaar zijn. Peutz concludeert dat waarschijnlijk niet meer gesproken kan worden van een acceptabel woon- en leefklimaat in de woningen aan de Borneostraat.

2.9.3. In een nadere memo, gedateerd 11 oktober 2011, heeft het geluidBuro een reactie gegeven op het rapport van Peutz. Onder meer merkt het geluidBuro wat betreft het achtergrondniveau op dat dit door verschillende bureaus/instanties is gemeten, waarbij de uitkomsten overeenkomen. Het geluidBuro ziet geen aanleiding te twijfelen aan de representativiteit van de meetwaarden. Het geluidBuro is verder van mening dat Peutz door het hanteren van te hoge bronniveaus en een foutieve plaatsing van het terras vanwege een buffer aan de westzijde langs de woningen, onrealistische waarden presenteert.

2.9.4. Ter zitting heeft de deelraad verzocht het rapport van Peutz buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde nu dit op een laat moment in de procedure is gebracht.

Het rapport van Peutz is op 10 oktober 2011 ingekomen, daarmee tijdig voor de zitting. Er is naar het oordeel van de Afdeling voldoende tijd geweest om hierop op passende wijze te kunnen reageren, hetgeen de deelraad met de nadere memo van het geluidBuro ook heeft gedaan. Onder die omstandigheden ziet de Afdeling geen aanleiding het rapport van Peutz wegens strijd met een goede procesorde buiten beschouwing te laten.

2.9.5. Uit het akoestisch onderzoek van het geluidBuro volgt dat thans rekening is gehouden met een openstelling van het terras tot 24.00 uur overeenkomstig het geldende terrassenbeleid. Voorts is het stemgeluid van de gebruikers van het terras bij de berekening betrokken. De conclusies van het geluidBuro en Peutz lopen evenwel uiteen. Voor zover Peutz heeft gesteld dat onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd wat betreft het referentieniveau is de Afdeling er niet van overtuigd dat dit zodanige fouten zijn dat om die reden van een aanzienlijk hoger referentieniveau had moeten worden uitgegaan dan het geluidBuro heeft gedaan. Niet is gebleken dat de feitelijke situatie op de Borneostraat wat betreft weginrichting en verkeersgebruik wezenlijk anders is dan is aangenomen door het geluidBuro. Voldoende aannemelijk is gemaakt door de deelraad dat hier geen sprake is van een stille locatie. Daarbij is aannemelijk dat de omgevingsgeluiden doordringen tot aan de achterzijde van de woningen van [appellant] en anderen. De Afdeling ziet geen grond aan de door het geluidBuro gehanteerde achtergrondniveaus te twijfelen.

Wat betreft de gevolgen voor van het gebruik van het terras voor [appellant] en anderen acht de Afdeling van belang dat ter plaatse van het terras openingstijden gelden tot 23.00 uur door de week en 24.00 uur in het weekend. Ook neemt zij in aanmerking dat het terras, zo is ter zitting door de deelraad bevestigd, niet is bestemd ten behoeve van horeca IIA. Niet is aannemelijk gemaakt dat niet met een maximaal gebruik van het terras rekening is gehouden. Voorts dient in aanmerking te worden genomen, zoals het geluidBuro heeft gedaan, dat zich tussen het terras en de woningen een - zij het beperkte - buffer bevindt die afgezien van het geluid ook het zicht op de woningen enigszins beperkt. Ook dan zullen de gevolgen van het terras nog bij de woningen kunnen worden ondervonden. Gelet op het vorenstaande en mede inachtgenomen de stedelijke omgeving acht de Afdeling evenwel niet aannemelijk gemaakt dat de geluids- en andere gevolgen van het gebruik van het terras zodanig zijn dat zich daarmee voor [appellant] en anderen een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voordoet.

2.9.6. Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover vernietigd, in stand blijven.

2.10. De deelraad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. De kosten van de door [appellant] en anderen aangemelde en meegebrachte deskundige komen niet voor vergoeding in aanmerking nu de Afdeling van het horen als deskundige heeft afgezien.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de deelraad van stadsdeel Oost van 8 juni 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Indische Buurt en Flevopark", voor zover het betreft het plandeel met de aanduiding "terras" op het perceel Zeeburgerdijk 52;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven voor zover vernietigd onder II.;

IV. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

V. veroordeelt de deelraad van stadsdeel Oost tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.374,00 (zegge: dertienhonderdvierenzeventig euro), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VI. gelast dat de deelraad van stadsdeel Oost aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. N.S.J. Koeman, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Bechinka

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2011

371-676.