Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU8872

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
201110540/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten, [locatie]" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201110540/2/R2.

Datum uitspraak: 15 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Aalten,

en

de raad van de gemeente Aalten,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten, [locatie]" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 september 2011, beroep ingesteld.

Voorts heeft [verzoeker] de voorzitter bij diezelfde brief verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker], [belanghebbende] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting aan de orde gesteld op 24 november 2011. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Met het verzoek beoogt [verzoeker] te voorkomen dat bij het agrarische bedrijf aan de [locatie] een co-vergistingsinstallatie kan worden gebouwd. De eigenaresse van het agrarische bedrijf, [belanghebbende], heeft bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2011, verklaard dat zij geen omgevingsvergunning voor bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de bedoelde installatie zal aanvragen, voordat zij meer duidelijkheid en zekerheid heeft over onder meer het bestemmingsplan. Vorenstaande komt er in feite op neer dat zij alvorens een vergunning als hiervoor bedoeld aan te vragen de uitkomst in de bodemprocedure zal afwachten. Onder deze omstandigheden is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van de verzochte voorziening kan rechtvaardigen.

2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Vogel-Carprieaux

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2011

458-683.