Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU8852

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
201002167/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2009, met kenmerk 276/881, heeft de raad het exploitatieplan "Buiksloterham" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201002167/1/R1.

Datum uitspraak: 21 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Santpoort-Zuid, gemeente Bloemendaal,

en

de raad van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2009, met kenmerk 276/881, heeft de raad het exploitatieplan "Buiksloterham" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 november 2011, waar [appellant], bijgestaan door B.C. Tania-Kalf, werkzaam bij Tania Vastgoed, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.A. Minderhoud, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:7, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken.

Ingevolge artikel 6:8, vierde lid, vangt de beroepstermijn voor een geval als hier aan de orde aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, ter inzage is gelegd.

2.2. Het bestreden besluit is vastgesteld op 16 december 2009 en op 28 januari 2010 ter inzage gelegd, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 en artikel 6:8, vierde lid, van de Awb is aangevangen op 29 januari 2010 en geëindigd op 11 maart 2010.

Het beroepschrift is per faxbericht op 25 maart 2010 ingekomen bij de Raad van State en is derhalve niet tijdig ingediend. De omstandigheid dat een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig beroep heeft ingesteld, doet zich niet voor. Ter zitting heeft [appellant] niet langer weersproken dat de raad hem op juiste wijze heeft geïnformeerd over de vaststelling en de terinzagelegging van het exploitatieplan. Geen rechtvaardiging voor de termijnoverschrijding is gelegen in de ter zitting door [appellant] gestelde omstandigheid dat hij gelet op de voorgeschiedenis geen aanleiding zag beroep in te stellen, omdat hij in de veronderstelling was dat het exploitatieplan niet in strijd zou zijn met zijn verwachtingen. Het lag op de weg van [appellant] om zich er tijdig van te vergewissen of hij zich met het bestreden besluit kon verenigen. Aan de inhoud van zijn betoog, dat het exploitatieplan in strijd is met hetgeen hij mocht verwachten wordt derhalve niet toegekomen, omdat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk is.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van staat.

w.g. Polak w.g. Soede

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2011

270-668.