Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU7933

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
201107530/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 april 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Carolus - De Herven" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201107530/1/R3.

Datum uitspraak: 14 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), allen wonend te 's-Hertogenbosch,

en

de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Carolus - De Herven" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEM Carolus Den Bosch Beheer B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Slokker Vastgoed B.V. en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 december 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door A.C.H.M. Habraken, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting verschenen GEM Carolus Den Bosch Beheer B.V., vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, en Slokker Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door mr. M. Klijnstra, advocaat te Amsterdam.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk De Herven. [appellant] komt op tegen de vaststelling van het plan. Zijn bezwaren richten zich in het bijzonder tegen de daarin opgenomen mogelijkheid tot de bouw van 11 halfvrijstaande of geschakelde woningen ter plaatse van de bestemming "Wonen" achter de percelen aan de Eerste Herven 1 t/m 9, oneven nummers (hierna: het plandeel).

2.2. Voor zover [appellant] zijn beroep richt tegen de gevolgde inspraakprocedure overweegt de Afdeling dat de procedure inzake de vaststelling van een bestemmingsplan ingevolge de Wet ruimtelijke ordening aanvangt met de terinzagelegging van een ontwerpplan. Nu het bieden van inspraak geen deel uit maakt van de in de Wet ruimtelijke ordening geregelde procedure, kan het al dan niet schenden van een inspraakverplichting geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de gevolgde bestemmingsplanprocedure en het daaruit voortvloeiende besluit met zich brengen.

2.3. [appellant] voert aan dat de beoogde parkachtige omgeving en het huidige open karakter van de Eerste Herven worden aangetast als gevolg van het in het plandeel voorziene aantal woningen. Die woningen worden volgens hem op een te kleine afstand van de perceelsgrenzen van de bestaande woningen ontwikkeld. Voorts betoogt hij dat deze ontwikkeling tevens zal leiden tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de vorm van privacyhinder en uitzichtbelemmering ter plaatse van de woningen aan de Eerste Herven 1 t/m 9, oneven nummers.

2.3.1. De raad voert aan dat de binnen het plandeel aanwezige monumentale bomen zijn ingepast en dat de binnen het plandeel voorziene woningbouw wat betreft woningtype, maat en schaal aansluit op de bestaande woonwijk De Herven. Met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heeft de raad naar aanleiding van hetgeen [appellant] in de voorprocedure naar voren heeft gebracht onder meer het aantal woningen verlaagd van 18 naar 11, de woningtypologie gewijzigd van rijwoningen naar halfvrijstaande/geschakelde woningen en de afstand van deze woningen tot de perceelsgrenzen van [appellant] vergroot.

2.3.2. Wat betreft de stelling van [appellant] dat de in het plandeel voorziene woningbouw niet past in de omgeving en een aantasting van het karakter daarvan met zich brengt, overweegt de Afdeling dat de raad blijkens de Nota zienswijzen bestemmingsplan "Carolus-De Herven" bij de planvorming voor de nieuwbouw binnen het plandeel heeft gezocht naar een ruimtelijke inpassing in en aansluiting op de bestaande woonomgeving. De aan het plandeel grenzende bestaande woonwijk De Herven wordt gekenmerkt door woningbouw in de vorm van grondgebonden woningen. Gelet op de omvang van de bouwvlakken binnen het plandeel, de in de planregels maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van 7 m onderscheidenlijk 12 m en de afstand van minimaal 12 m van deze hoofdmassa tot de bestaande woningen, is de Afdeling van oordeel dat de raad bij de stedenbouwkundige invulling van het plandeel voldoende rekening heeft gehouden met de bestaande woonomgeving. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de achtertuinen van de nieuwe woningen aansluiten op de achtertuinen van de bestaande woningen, hetgeen in een binnenstedelijke omgeving een gangbare invulling is. Het karakter van de omgeving wordt evenmin aangetast, nu met de situering van de ontsluitingsweg rekening is gehouden met de beoogde afstand van de nieuwe woningen tot aan de achtertuinen van de bestaande woningen en de aanwezige monumentale bomen zijn ingepast in het plan. De raad heeft gelet op het voorgaande geen reden hoeven zien de in het plan voorziene bouwmogelijkheden op deze plaats niet passend te achten. Het betoog faalt.

2.3.3. Wat betreft het betoog van [appellant] dat de afstand van de in het plandeel voorziene bebouwing tot aan de percelen van [appellant] te gering is en een aantasting van de privacy en het uitzicht met zich zal brengen, overweegt de Afdeling dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen.

De kleinste afstand van de bouwvlakken tot aan de perceelsgrenzen van [appellant] bedraagt ongeveer 12 m, maar door hoekverdraaiing in de verkaveling bedraagt de gemiddelde afstand ongeveer 16,5 m. De kleinste afstand van de bouwvlakken tot aan de woningen op de percelen van [appellant] bedraagt ongeveer 20 m. Gelet op deze afstand, de hiervoor genoemde maximale toegestane goot- en bouwhoogte van de nieuwe woningen en de omstandigheid dat de achtertuinen van deze woningen grenzen aan de achtertuinen van de woningen aan de Eerste Herven 1 t/m 9, oneven nummers, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake zal zijn van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant]. Het betoog faalt.

2.4. Voorts voert [appellant] aan dat het door hem voorgestelde alternatieve bouwplan, te weten tien twee-onder-één kap woningen, niet door de raad is onderzocht en dat de raad bij de vaststelling van het plan onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [appellant].

2.4.1. De raad voert aan dat het aantal woningen is verlaagd naar drie blokken van in totaal 11 woningen. In het door [appellant] voorgestelde alternatief is uitgegaan van vijf blokken van twee woningen die op een grotere afstand van de perceelsgrens van de woningen aan de Eerste Herven 1 t/m 9, oneven nummers, gesitueerd zijn. Dit alternatief heeft de raad met het oog op het behoud van de drie aanwezige monumentale bomen in het plandeel ruimtelijk niet wenselijk geacht. Voorts was de meest zuidelijke woning binnen het plandeel te dicht op de waterloop gesitueerd, waar het niet wenselijk is om te bouwen. Evenmin zou ontsluiting van deze woning in dat geval mogelijk zijn.

2.4.2. De Afdeling overweegt dat de raad bij de keuze van de bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beoordelingsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

Uit de gedingstukken volgt dat de raad het aangedragen alternatief heeft bekeken en dat uiteindelijk vanwege het behoud van de monumentale bomen en een goede ontsluiting van de woningbouw is gekozen voor de door de raad vastgestelde variant. Voorts acht de raad het ruimtelijk gezien onwenselijk om te bouwen in een talud van de waterloop. Het aangevoerde geeft gelet hierop geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het aangedragen alternatief niet voldoende in zijn afweging heeft betrokken. De Afdeling overweegt verder dat de raad in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan het algemeen belang dat met het behoud van de monumentale bomen en een goede ontsluiting van de woningbouw is gediend dan aan het belang van [appellant] bij de door hem gewenste ontwikkeling van de woningbouw binnen het plandeel. Voorts heeft de raad wel met de belangen van [appellant] rekening gehouden, nu de raad naar aanleiding van hetgeen [appellant] in de voorprocedure naar voren heeft gebracht onder meer het aantal woningen in het plandeel heeft teruggebracht en de woningtypologie hiervan heeft gewijzigd waardoor meer openheid is ontstaan. Het betoog faalt.

2.5. [appellant] heeft zich in het beroepschrift verder beperkt tot het verwijzen naar eerder aan de raad kenbaar gemaakte bezwaren waaronder de inhoud van de zienswijzen over het plan. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijzen. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijzen in het bestreden besluit onjuist zou zijn. De enkele verwijzing door [appellant] naar overige correspondentie met de raad geeft voorts onvoldoende aanleiding om anders te oordelen over het voorliggende beroep.

2.6. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Boermans

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2011

429-709.