Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU7920

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
201107133/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 juni 2010 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eneco New Energy B.V. vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het plaatsen van drie windturbines, één inkoopstation en bijbehorende werken op de percelen, kadastraal bekend HTN04, sectie E, nummer 976 (gedeeltelijk) en sectie H, nummers 30, 2010, 32, 2020 en 2030 (alle gedeeltelijk), plaatselijk bekend nabij de Veerwagenweg en de Heemsteedseweg te Houten (hierna: de percelen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201107133/1/H1.

Datum uitspraak: 14 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Houten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 4 mei 2011 in

zaak nr. 10/2458 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Houten.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2010 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eneco New Energy B.V. vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het plaatsen van drie windturbines, één inkoopstation en bijbehorende werken op de percelen, kadastraal bekend HTN04, sectie E, nummer 976 (gedeeltelijk) en sectie H, nummers 30, 2010, 32, 2020 en 2030 (alle gedeeltelijk), plaatselijk bekend nabij de Veerwagenweg en de Heemsteedseweg te Houten (hierna: de percelen).

Bij uitspraak van 4 mei 2011, verzonden op 18 mei 2011, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 juni 2011, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Eneco Wind B.V. (hierna: Eneco Wind) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 september 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. E.F.J.A.M. de Wit, advocaat te Leusden, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.R.E. Maris,

D.K. Keijer, H. Huffels, drs. F. Aarts en ing. J. Geleijns, allen werkzaam bij gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord Eneco Wind, vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Berenschot, advocaat te Apeldoorn, en H. Geleijns.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet onder meer in het oprichten van drie windturbines met een ashoogte van 105 meter en een rotordiameter van 90 meter.

2.2. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), kan uitsluitend een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij geen belanghebbende is bij het besluit van 21 juni 2010. Daartoe voert hij aan dat sprake is van een open landelijk gebied, zonder hoge bebouwing, waarin de windturbines ernstig detoneren en dat deze grote schadelijke gevolgen hebben voor de omgeving, omwonenden en dieren.

2.3.1. Niet in geschil is dat de afstand van de woning van [appellant] tot de dichtstbijzijnde windturbines tenminste 1.500 meter bedraagt.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat de afstand van de woning van [appellant] tot deze windturbines te groot is om te oordelen dat [appellant] een rechtstreeks bij het besluit van 21 juni 2010 betrokken belang heeft. [appellant] heeft niet dan wel nauwelijks zicht op de windturbines vanuit zijn woning, hetgeen door hem niet is bestreden, en ook overigens is niet aannemelijk geworden dat een objectief en persoonlijk belang van [appellant] is gemoeid met het besluit van 21 juni 2010. Hieruit volgt dat de rechtbank [appellant] terecht niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb heeft aangemerkt en hem om die reden terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep.

Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Kos

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2011

580.