Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU7885

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
201112111/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 augustus 2010 heeft het college geweigerd aan [wederpartij] ontheffing en een bouwvergunning te verlenen voor het verbouwen van een schuur tot eetgelegenheid en het realiseren van parkeergelegenheid op het perceel [locatie] te Schin op Geul.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201112111/2/H1.

Datum uitspraak: 8 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 10 oktober 2011 in zaak nr. 10/1465 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2010 heeft het college geweigerd aan [wederpartij] ontheffing en een bouwvergunning te verlenen voor het verbouwen van een schuur tot eetgelegenheid en het realiseren van parkeergelegenheid op het perceel [locatie] te Schin op Geul.

Bij uitspraak van 10 oktober 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat het college binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 november 2011, hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 december 2011, waar het college, vertegenwoordigd door mr. G.A.M.C. Goossens, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij, vergezeld door haar echtgenoot, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het college verzoekt de termijn, waarbinnen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit op de aanvraag dient te worden genomen, bij wijze van voorlopige voorziening te verlengen ter voorkoming van het verbeuren van dwangsommen op grond van de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Hiertoe voert het aan dat het voornemens is medewerking te verlenen aan het bouwplan, maar dat, om een bouwvergunning te kunnen verlenen, vrijstelling met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dan wel herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Gelet op de noodzakelijk te voeren planologische procedure en daarmee gepaard gaande wettelijke termijnen is het niet mogelijk binnen een termijn van zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. Indien binnen de gestelde termijn een nieuw besluit moet worden genomen, zou de aanvraag opnieuw moeten worden geweigerd, aldus het college.

2.3. Het college heeft te kennen gegeven dat een herziening van het geldende bestemmingsplan in voorbereiding is, waarin op het perceel [locatie] binnen de woonbestemming in de subbestemmingen "daghoreca" en "parkeren" zal worden voorzien. Hierdoor zal het bouwplan volgens het college niet langer in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het ontwerp-bestemmingsplan zal op 8 december 2011 ter inzage worden gelegd en de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad zal naar verwachting eind maart 2012 plaatsvinden, aldus het college.

2.4. Nu niet is gebleken van belangen die nopen tot het spoedig gevolg geven aan de aangevallen uitspraak ziet de voorzitter in het vorenstaande aanleiding op na te melden wijze een voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de termijn voor het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank wordt verlengd tot 15 april 2012.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Hanrath

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2011

392.