Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU7876

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-12-2011
Datum publicatie
14-12-2011
Zaaknummer
201011796/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Leijsenakkers, herziening 1 (perceel Leijsenstraat 35)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011796/1/R3.

Datum uitspraak: 14 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

 

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Oosterhout,

2. [appellant sub 2] en anderen, allen wonend te Oosterhout,

en

de raad van de gemeente Oosterhout,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Leijsenakkers, herziening 1 (perceel Leijsenstraat 35)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 2010, en [appellant sub 2] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 december 2010, beroep ingesteld. [appellant sub 1] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 5 januari 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 2] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 november 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. F.W.L. Versteegh, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Verder is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door ir. A.B.J.M. Oomen, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in de verschuiving en vergroting van een bouwvlak ten behoeve van de vervanging van een woning op het perceel Leijsenstraat 35, waarbij het bouwvlak centraler op het perceel wordt gesitueerd.

2.2. [appellant sub 2] en anderen betogen dat in strijd met de bepalingen van de gemeentelijke inspraakverordening ten onrechte voor dit plan geen inspraakprocedure is gevolgd. Verder voeren zij aan dat de verschuiving en vergroting van het bouwvlak een onevenredige aantasting van de monumentale en cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht "Heilige Driehoek" tot gevolg heeft. Het plan is volgens hen in strijd met de door de raad vastgestelde "Ontwikkelings- en Beheersvisie Heilige Driehoek Oosterhout", omdat het perceel Leijsenstraat 35 daarin niet als verdichtingsmogelijkheid is aangeduid. Het kenmerkende open karakter van het beschermd dorpsgezicht wordt aangetast, doordat de doorzichten naar het achterliggende landschap worden verkleind. Daarnaast betogen [appellant sub 2] en anderen dat hierover ten onrechte geen formeel advies is ingewonnen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

[appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 1] voeren aan dat de privacy van [appellant sub 1], de bewoner van de woning [locatie], onevenredig wordt aangetast doordat het bouwvlak meer centraal op het perceel en daarmee dichter bij diens woning wordt gesitueerd en het plan de mogelijkheid biedt om bijgebouwen te bouwen in de open ruimte tussen het bouwvlak en het perceel [locatie].

2.2.1. De Afdeling ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan de voorzitter heeft gedaan in zijn uitspraak van 13 april 2011, nr. 201011796/2/R3, waarbij het verzoek om voorlopige voorziening van [appellant sub 2] en anderen tegen het bestreden besluit is afgewezen en waarbij is ingegaan op de beroepsgronden.

2.3. In hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. De beroepen zijn ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2011

45-656.