Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU6358

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
201101745/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad van de gemeente Maastricht

het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201101745/1/R4.

Datum uitspraak: 30 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te Maastricht, (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Xelat Holding B.V. en andere, alle gevestigd te Maastricht, (hierna tezamen en in enkelvoud: Xelat),

3. [appellante sub 3 A] en [appellante sub 3 B], beide gevestigd te Maastricht, (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellante sub 3]),

4. [appellant sub 4], wonend te Meerssen,

en

de raad van de gemeente Maastricht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad van de gemeente Maastricht

het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 februari 2011, Xelat bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2011, [appellante sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2011, en [appellant sub 4] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 4] en de raad hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 september 2011, waar [appellant sub 4], vertegenwoordigd door mr. R. Sangers, advocaat te Maastricht, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.C.M. Schippers, advocaat te Den Haag, mr. J.P.L.M. Gerit, ir. J.J. Maas, mr. S.M.H.T. Timmermans, dr. F.L.A. Vanweert, F. Wahls, mr. M.M.E. Wetzels, ir. A.S.C. van Aart, mr. M.I. Blokland en J.T.M.T. Geurts, zijn verschenen.

Voorts zijn [belanghebbende A] en [belanghebbende B], vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.

Bij brief van 10 oktober 2011 heeft [appellant sub 1] zijn beroep ingetrokken.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een verbindingsweg tussen de A2 en het industrieterrein Beatrixhaven en voorts in natuur, groen, water en een deel van een bedrijventerrein.

2.2. De raad betoogt dat [appellant sub 4] geen belanghebbende is bij het bestemmingsplan, omdat hij op ongeveer 250 meter afstand van het plangebied woont. Ook heeft hij volgens de raad geen zicht op het plangebied. De raad voert voorts aan dat het bestemmingsplan niet voorziet in een verbinding tussen de nieuwe verbindingsweg en de Ambyerweg, aan welke weg [appellant sub 4] woont, zodat het bestemmingsplan volgens de raad niet voor meer verkeer ter plaatse van de woning van [appellant sub 4] zorgt. De verbinding tussen de verbindingsweg en de Ambyerweg wordt mogelijk gemaakt in het Tracébesluit A2 Passage Maastricht, waartegen [appellant sub 4] geen beroep heeft ingesteld. De aansluiting tussen de Ambyerweg en de verbindingsweg heeft volgens de raad overigens geen wezenlijke invloed op de verkeersintensiteit op de Ambyerweg.

2.2.1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.2.2. De Afdeling overweegt dat het op voorhand niet uitgesloten is dat de verbindingsweg die in het plan is voorzien, gevolgen heeft voor de verkeersintensiteit op de Ambyerweg. Gelet hierop kan [appellant sub 4] worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestreden besluit.

2.3. Xelat voert aan dat niet dan wel onvoldoende rekening is gehouden met haar uitbreidingsplannen. Deze plannen hebben betrekking op de bouw van een toren van maximaal 70 meter hoog op het restaurant aan de Geusseltzijde, de bouw van een wellnesscentre van twee bouwlagen van 3500 m2 aan de vijverzijde van het hotel en het realiseren van een bovenregionale trekker in de nabijheid van het bestaande hotel.

2.3.1. Het Tracébesluit A2 Passage voorziet erin dat de A2/N2 ongeveer 20 meter richting het hotel opschuift. De Geusseltvijver, die tussen de A2 en het hotel ligt, wordt daarom eveneens richting het hotel verlegd. De verlegde Geusseltvijver is voorzien in het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard". De vijver zal worden gerealiseerd binnen de bestemming "Water". De betreffende bestemming is gelegen op gronden die eigendom zijn van de gemeente. De uitbreidingsplannen voor het wellnesscentre zien op deze gronden.

2.3.2. De raad voert aan dat het hotel van Xelat ten noordoosten van het huidige kruispunt Geusselt is gelegen. Het grenst aan het plangebied van het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard".

Volgens de raad waren geen van de drie plannen van Xelat ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan zodanig concreet dat de raad daarmee bij het vaststellen van het plan rekening moest of kon houden.

De vaststelling van het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" heeft volgens de raad overigens geen gevolgen voor de verwezenlijking van de plannen voor het wellnesscentre en de toren.

Het bouwplan voor de toren ziet op gronden die buiten het plangebied liggen. Het bouwplan moet worden getoetst aan het bestemmingsplan "De Geusselt", dat het plan niet toestaat.

Het wellnesscentre heeft voor een deel betrekking op gronden die in het plangebied van het bestemmingsplan "Amby 1993" lagen. Dat plan kende aan deze gronden de bestemming "Sport/park" toe. Deze gronden waren daarmee onder meer bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden. De bouw van het wellnesscentre was hier niet toegestaan. Het andere deel van de locatie viel onder het bestemmingsplan "De Geusselt". In dat plan was weliswaar een bouwvlak toegekend waarop een wellnesscentre gerealiseerd zou kunnen worden, maar van dat bouwvlak mocht slechts 70% bebouwd worden. Het was daarmee te klein voor het huidige plan, want momenteel is al 63% van het bouwvlak bebouwd. De uitbreiding zou leiden tot een percentage van ongeveer 90%. Overigens maakt het wellnesscentre watercompensatie niet onmogelijk. Ook als de oppervlakte waarop het wellnesscentre zou moeten komen geen vijver wordt, is volgens de raad sprake van voldoende compensatie. In het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" wordt de bestemming gewijzigd in "Water".

De plannen voor de bovenregionale trekker zijn nog zodanig pril, dat niet duidelijk is welke functie wordt ontwikkeld op welke locatie, aldus de raad.

2.3.3. De Afdeling overweegt dat Xelat niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bestemmingsplan aan de plannen van Xelat in de weg staat. Deze beroepsgrond faalt.

2.4. [appellante sub 3] voert aan dat onvoldoende aandacht is besteed aan het rapport van BAAC B.V. Het bestemmingsplan leidt ertoe dat de landgoederenzone wordt doorsneden. In het rapport van BAAC B.V. zijn alternatieven opgenomen, aldus [appellante sub 3].

2.4.1. De raad voert aan dat [appellante sub 3] vier percelen in eigendom heeft, I-3736, I-3735, I-3913 en I-3734, een zeer klein perceel gelegen binnen I-3735. Drie percelen liggen naast elkaar vanaf de A2 in westelijke richting, ingeklemd door de spoorlijn Maastricht-Heerlen in het noorden en de wegen Mariënwaard/[appellante sub 3] in het zuiden. Op het middelste perceel, I-3735, ligt een beschermd rijksmonument vanwege de historische parkaanleg van landgoed [appellante sub 3], landhuis [appellante sub 3], het koetshuis van het landgoed en de portierswoning van het landgoed. De nieuwe verbindingsweg waarin het bestemmingsplan voorziet, doorsnijdt slechts de meest zuidwestelijke hoek van het meest westelijke perceel (I-3913). Die grond maakt geen deel uit van het beschermd monument. Het betreft een dicht begroeid bosperceel. Door de begroeiing is de hoek waarop de verbindingsweg is geprojecteerd vanuit het beschermde monument ook niet te zien. Er doet zich volgens de raad geen aantasting van de beschermde waarden van het landgoed voor.

De realisatie van de nieuwe ontsluitingsweg zorgt in de visie van de raad ook niet voor een ernstige doorsnijding van de landgoederenzone. Er is veel aandacht besteed aan het beperken van de gevolgen van de doorsnijding. De weg wordt verhoogd aangelegd waardoor de historische lanen en waterlopen alsook het spoor ongelijkvloers worden doorkruist. De netwerken van natuur, water en recreatie blijven daardoor gehandhaafd. De weg wordt groen ingekleed en ingepast door de taluds te beplanten en door op diverse plekken noord-zuid verbindingen te realiseren. De kwaliteit van het gebied wordt versterkt door de aanplant van struweel, bos, hagen en de realisatie van natuurvriendelijke oevers, aldus de raad.

2.4.2. De Afdeling overweegt dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de verbindingsweg niet op het beschermd rijksmonument is geprojecteerd.

Ten aanzien van de doorsnijding van de landgoederenzone overweegt de Afdeling dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de nieuwe verbindingsweg waarin het bestemmingsplan voorziet slechts de meest zuidwestelijke hoek van het meest westelijke perceel (I-3913) doorsnijdt en dat het landgoed ligt ingeklemd tussen wegen en de spoorweg. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich gelet hierop en op de wijze waarop de weg wordt aangelegd, waartoe het plan de ruimte laat, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de realisatie van de nieuwe verbindingsweg niet leidt tot een zodanige doorsnijding van de landgoederenzone dat daaraan doorslaggevende betekenis had moeten worden toegekend.

2.5. [appellante sub 3] voert aan dat sprake is van ongelijke behandeling. Aan haar plannen wordt als eis gesteld dat de kwaliteit van de landgoederenzone toeneemt. Het bestemmingsplan zou echter geen inbreuk maken op de ecologische verbindingszone, aldus [appellante sub 3]. Dit vindt zij niet met elkaar te rijmen.

2.5.1. De raad voert aan dat de plannen van Tarra en West 8 die de plannen van [appellante sub 3] uitwerken, ervan uitgaan dat op de zuid-westhoek van het bosperceel de nieuwe verbindingsweg wordt aangelegd. De raad heeft in de reactie op de zienswijze overwogen dat de raad initiatieven om in de landgoederenzone historische verbindingen te verbeteren toejuicht. Daarbij is vermeld dat als de plannen samengaan met het realiseren van economische dragers en het vergroten van de bouwmassa in het gebied, kritisch wordt gekeken of de kwaliteit van de landgoederenzone toeneemt en dat de toelaatbaarheid tevens wordt beoordeeld aan de hand van de mogelijkheid deze in te passen in de programmatische opgave van de stad. De plannen zijn nog niet concreet genoeg om deze inhoudelijk te beoordelen, aldus de raad.

2.5.2. De Afdeling overweegt dat deze beroepsgrond is ingegeven door hetgeen [appellante sub 3] zelf wenst te realiseren en niet is gericht tegen hetgeen het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" mogelijk maakt. Dit betoog kan daarom niet leiden tot vernietiging van het besluit.

2.6. [appellante sub 3] voert aan dat de raad op grond van artikel 19.3 van de planregels van het bestemmingsplan "A2 Traverse" vereist dat er sprake is van aantoonbare vraag uit de markt. Voor de door haar voorgestane ontwikkeling zijn concrete gebruikers gevonden, aldus [appellante sub 3].

2.6.1. De Afdeling overweegt dat ook deze beroepsgrond is ingegeven door hetgeen [appellante sub 3] zelf wenst te realiseren en niet is gericht tegen hetgeen het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" mogelijk maakt. Dit betoog kan daarom niet leiden tot vernietiging van het besluit.

2.7. [appellant sub 4] voert aan dat het besluit innerlijk tegenstrijdig is. De door hem ingediende zienswijze is zowel buiten behandeling gelaten, omdat deze betrekking zou hebben op het Tracébesluit, als inhoudelijk besproken, aldus [appellant sub 4].

2.7.1. De raad voert aan dat de zienswijze van [appellant sub 4] geen betrekking had op het ontwerp van het bestemmingsplan, maar op het ontwerp van het Tracébesluit en dat de zienswijze daarom buiten behandeling is gelaten. In het raadsvoorstel van 23 november 2010 is de toekomstige verkeerssituatie op de Ambyerweg inhoudelijk besproken, aldus de raad.

2.7.2. De Afdeling overweegt dat [appellant sub 4] niet in zijn belangen is geschaad door het buiten behandeling laten van zijn zienswijze, nu deze ook inhoudelijk is besproken. Dat de raad deze zienswijze alsnog inhoudelijk heeft besproken omdat in het raadsvoorstel van 23 november 2010 wordt vermeld welke maatschappelijke thema's in de inspraakreacties op het bestemmingsplan aan de orde zijn, maakt niet dat het besluit tegenstrijdig is. Deze beroepgrond faalt.

2.8. [appellant sub 4] voert aan dat volgens het rapport van Oranjewoud "Verkeerskundige effecten A2 Maastricht op Meerssen, rapport beoordeling voorlopige aanbiedingen" van 19 februari 2009, zich een forse toename van de verkeersintensiteit voordoet, welke niet aansluit bij de functie en vormgeving van de weg. Volgens hem is de Ambyerweg in verband daarmee verkeerskundig ongeschikt om als hoofdontsluiting tussen Meerssen en Maastricht te functioneren, is de weg onvoldoende verkeersveilig en de leefbaarheid niet gegarandeerd.

2.8.1. De raad stelt zich op het standpunt dat volgens onderzoek naar de Ambyerweg van juni 2010 de Ambyerweg in de toekomst meer verkeer te verwerken krijgt. Voor dit onderzoek zijn verkeerstellingen verricht in 2009. Volgens deze tellingen rijden in de huidige situatie ongeveer 15.000 motorvoertuigen per etmaal over de Ambyerweg. Na uitvoering van het Tracébesluit zal dit aantal met ongeveer 33% toenemen naar ongeveer 20.000 motorvoertuigen per etmaal in 2026. In het rapport van Oranjewoud van februari 2009 is uitgegaan van ongeveer 10.400 motorvoertuigen per etmaal in 2004 en ongeveer 19.200 motorvoertuigen per etmaal in de plansituatie in 2026, waardoor de procentuele toename veel groter is. Uit verkeersberekeningen blijkt overigens dat de geprognosticeerde verkeersintensiteit niet wordt gehaald, aldus de raad.

De raad betoogt dat de Ambyerweg voldoet aan de essentiële kenmerken van Duurzaam Veilig voor een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Deze inrichting voldoet om de geprognosticeerde verkeersintensiteit te verwerken. De weg is gelegen buiten de geluidzones van de wegen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, om welke reden geen akoestisch onderzoek naar de Ambyerweg is verricht voor het bestemmingsplan. De weg is wel betrokken bij het akoestisch onderzoek voor het Tracébesluit. Uit dat onderzoek blijkt dat de geluidbelasting na de realisatie van het plan lager is dan in de huidige situatie en in de autonome ontwikkeling. Ook blijkt uit het milieueffectrapport voor het Tracébesluit dat na realisatie van het plan de luchtkwaliteit in belangrijke mate verbetert.

2.8.2. Volgens de memo die als bijlage 1 bij het rapport "Studie naar de mogelijkheden om de toekomstige verkeersdruk op de Ambyerweg in Meerssen te verminderen" van 29 juni 2010 (hierna: de Studie) is opgenomen, bedraagt de verkeersintensiteit op de Ambyerweg in 2010 14.600 motorvoertuigen per etmaal, wanneer wordt gerekend met het verkeersmodel voor de Westelijke Mijnstreek Zuid, dat door DHV in het verkeersmodel Questor is gebouwd. Volgens deze memo is het aannemelijk dat de intensiteiten uit Questor in dit geval betrouwbaarder zijn, omdat voor modelberekeningen op lokaal niveau Questor het meest geschikt is, terwijl het Nieuw Regionaal Model (hierna: het NRM) het meest geschikt is voor modelberekeningen op (inter)nationaal niveau.

Ter motivering daarvan wordt in de memo vermeld dat het NRM heel Limburg en een straal van ongeveer 200 kilometer eromheen bestrijkt en dat daarin alleen de belangrijkste hoofdwegen zijn opgenomen. Volgens de memo rekent het NRM met inwoners en arbeidsplaatsen per kern en wordt bij de bepaling van de routekeuze alleen rekening gehouden met de maximumsnelheid en de capaciteit van een weg. Het NRM berekent verkeersstromen hoofdzakelijk op het hoofdwegennet. Het onderliggend wegennet is slechts op een laag detailniveau in het NRM verwerkt. Daarentegen is het verkeersmodel voor de Westelijke Mijnstreek Zuid gebaseerd op het verkeersmodel Questor en bestrijkt alle gemeenten van het Heuvelland en alle wegen. Het model is opgebouwd op basis van het Nationaal Wegenbestand, verschillende kruispunttypes en sociaal-economische gegevens op basis van postcodegebieden. Voor de bepaling van de routekeuze wordt niet alleen rekening gehouden met de maximumsnelheid en de capaciteit van de weg, maar ook met capaciteits- en snelheidsverlies als gevolg van bruggen, tunnels, rijbaanversmallingen en/of kruispunten. Het model berekent verkeersstromen voor een relatief klein gebied op hoog detailniveau. Gelet hierop heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de verkeerintensiteiten die zijn berekend met het verkeersmodel voor de Westelijke Mijnstreek Zuid in dit geval betrouwbaarder zijn zodat aannemelijk mocht worden geacht dat de geprognosticeerde intensiteit niet wordt gehaald.

Uit het akoestisch onderzoek voor het Tracébesluit blijkt bovendien dat de geluidbelasting na de realisatie van het plan lager is dan in de huidige situatie en in de autonome ontwikkeling. Ook blijkt uit het milieueffectrapport voor het Tracébesluit dat na realisatie van het plan de luchtkwaliteit verbetert.

De raad heeft vermeld dat in de toekomst het soort verkeer op de Ambyerweg verandert van vrachtverkeer en sluipverkeer in bestemmingsverkeer. Als het drukker wordt, zal het verkeer uitwijken naar alternatieve routes. Daarom heeft de raad ervoor gekozen geen maatregelen te treffen aan de Ambyerweg, omdat de mogelijke maatregelen ook weer negatieve gevolgen hebben. Wel wordt de verkeersintensiteit gemonitord. Wanneer het verkeer toeneemt naar 15.000 motorvoertuigen per etmaal zal door middel van dosering verkeer van de Ambyerweg geweerd worden. Wanneer dat onvoldoende effect heeft, zijn er andere mogelijkheden, zoals de aanleg van de "Westparallel", een verbinding tussen de [appellante sub 3]/Mariënwaard en de nieuwe verbindingsweg naar de Beatrixhaven. Daarmee heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat afdoende gegarandeerd is dat de Ambyerweg verkeerskundig geschikt is voor zijn functie.

2.9. [appellant sub 4] stelt dat ten onrechte in het plan geen rekening is gehouden met de door hem voorgestelde aanvullende ontsluitingsroutes. Deze leiden volgens hem niet tot nieuwe verkeershinder op de [appellante sub 3].

2.9.1. De raad stelt dat een van de doelstellingen van het project A2 Passage Maastricht is het realiseren van een intensiteitsafname op de Meerssenerweg en daardoor ook op de Mariënwaard en [appellante sub 3]. De door [appellant sub 4] voorgestelde opties zorgen voor meer verkeer op deze wegen en voldoen niet aan de doelstelling van het project, aldus de raad.

2.9.2. De Afdeling overweegt dat deze beroepsgrond geen betrekking heeft op het bestemmingsplan "A2 Mariënwaard" en daarom in deze procedure niet ter beoordeling staat.

2.10. [appellant sub 4] voert aan dat aan de gronden ten zuiden en oosten van de Mariënwaard/[appellante sub 3] ten behoeve van de door hem aangevoerde alternatieven de bestemming "Verkeer" had moeten worden toegekend. Volgens hem kan ook dan een groenvoorziening aangelegd worden. In ieder geval had een wijzigingsbepaling opgenomen moeten worden waarmee de mogelijkheid bestaat de bestemming "Groen" te wijzigen in "Verkeer", aldus [appellant sub 4].

2.10.1. De raad betoogt dat voor deze gronden de bestemming "Groen" is toegekend om in de toekomst een andere inrichting van het kruispunt mogelijk te maken. Volgens de raad behoort de variant "Westparallel 3" uit de Studie nog steeds tot de mogelijkheden om de verkeersdruk op de Ambyerweg in de toekomst te verminderen.

2.10.2. De Afdeling overweegt dat, nu het aannemelijk is dat de geprognosticeerde verkeersintensiteit niet zal worden gehaald, de verkeersintensiteit op de Ambyerweg zal worden gemonitord en, indien het verkeer toeneemt naar 15.000 motorvoertuigen per etmaal, door middel van dosering verkeer van de Ambyerweg geweerd kan worden, de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het niet nodig was aan de gronden ten zuiden en oosten van de Mariënwaard/[appellante sub 3] de bestemming "Verkeer" toe te kennen of een wijzigingsbevoegdheid op te nemen om de bestemming "Groen" te kunnen wijzigen in "Verkeer". Het betoog faalt.

2.11. [appellant sub 4] voert aan dat de bestemming "Natuur" ter hoogte van de kruising/ontsluitingweg Mariënwaard is gewijzigd in "Groen". Deze wijziging is volgens hem niet deugdelijk gemotiveerd.

2.11.1. De raad voert aan dat in het raadsvoorstel van 23 november 2010 alle wijzigingen ten opzichte van het ontwerp van het bestemmingsplan zijn weergegeven, waaronder de door [appellant sub 4] genoemde wijziging. De verbeelding is gewijzigd om een andere inrichting van het kruispunt in de toekomst niet op voorhand vrijwel onmogelijk te maken. Volgens de raad volgt uit het raadsbesluit voldoende duidelijk waarom de verbeelding is gewijzigd.

2.11.2. De Afdeling stelt vast dat in het bestreden besluit niet is gemotiveerd waarom de bestemming "Natuur" ter hoogte van de kruising/ontsluitingsweg Mariënwaard is gewijzigd in "Groen". Het beroep van [appellant sub 4] is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd, voor zover dit betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Groen" ter hoogte van de kruising/ontsluitingweg Mariënwaard.

De Afdeling ziet evenwel aanleiding te onderzoeken of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het besluit in zoverre in stand kunnen worden gelaten.

2.11.3. De raad heeft ter zitting gesteld dat deze bestemming is gewijzigd om de aanleg mogelijk te maken van een zogenaamde "Westparallel", een verbindingsweg tussen de [appellante sub 3]/Mariënwaard en de nieuwe verbindingsweg naar de Beatrixhaven, om de Ambyerweg te ontlasten indien de verkeersintensiteit op deze weg boven de 15.000 verkeersbewegingen groeit en het weren van verkeer van de Ambyerweg door dosering van verkeer onvoldoende effect heeft. De Afdeling acht deze wijziging daarmee afdoende gemotiveerd. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover vernietigd, in stand blijven.

2.12. In hetgeen Xelat, [appellante sub 3] en [appellant sub 4] voor het overige hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In hetgeen Xelat, [appellante sub 3] en [appellant sub 4] voor het overige hebben aangevoerd wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

De beroepen van Xelat en [appellante sub 3] en het beroep van [appellant sub 4] voor het overige zijn ongegrond.

2.13. De raad dient ten aanzien van [appellant sub 4] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellante sub 3] en Xelat bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 4] gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Maastricht van 14 december 2010, kenmerk 88-2010, voor zover dit betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Groen" ter hoogte van de kruising/ontsluitingweg Mariënwaard;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven voor zover het het plandeel met de bestemming "Groen" ter hoogte van de kruising/ontsluitingweg Mariënwaard betreft;

IV. verklaart de beroepen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Xelat Holding B.V. en andere, [appellante sub 3 A] en [appellante sub 3 B] geheel en het beroep van [appellant sub 4] voor het overige ongegrond

V. veroordeelt de raad tot vergoeding van bij [appellant sub 4] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de raad van de gemeente Maastricht aan [appellant sub 4] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Maastricht aan [appellant sub 4] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Bijleveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2011

433.