Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU6339

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
201101740/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2009 heeft de burgemeester de sluiting van –naam café], gevestigd op het adres [locatie] te Helmond (hierna: de inrichting), bevolen. Op 14 juli 2009 heeft de burgemeester dit besluit op schrift gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201101740/1/H3.

Datum uitspraak: 30 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Helmond,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 december 2010 in zaken nrs. 10/372 en 10/373 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Helmond.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2009 heeft de burgemeester de sluiting van –naam café], gevestigd op het adres [locatie] te Helmond (hierna: de inrichting), bevolen. Op 14 juli 2009 heeft de burgemeester dit besluit op schrift gesteld.

Bij besluit van 25 augustus 2009 heeft de burgemeester, voor zover thans van belang, de aan [appellant] verleende overlastvergunning voor de exploitatie van de inrichting ingetrokken.

Bij besluit van 8 december 2009 heeft de burgemeester het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de intrekking van de overlastvergunning ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 december 2009 heeft de burgemeester het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de sluiting van de inrichting gegrond verklaard en het besluit van 24 juni 2009, onder wijziging van de grondslag, gehandhaafd.

Bij uitspraak van 28 december 2010, verzonden op 30 december 2010, heeft de rechtbank de door [appellant] tegen de besluiten van 8 december 2009 en 17 december 2009 ingestelde beroepen gegrond verklaard, deze besluiten vernietigd, de besluiten van 25 augustus 2009 en 24 juni 2009 herroepen en het door [appellant] gedane verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 8 maart 2011.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 september 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. A.A.P.M. Theunen, advocaat te Veghel, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, werkzaam bij de gemeente Helmond, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de rechtbank, indien zij het beroep gegrond verklaart en indien daarvoor gronden zijn, op verzoek van een partij het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de schade die die partij lijdt.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte zijn, op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb gedane, verzoek om schadevergoeding heeft afgewezen. Hiertoe voert hij aan dat hij, ondanks het feit dat in rechte vaststaat dat de aan hem verleende drank- en horecawetvergunning is ingetrokken, schade heeft geleden als gevolg van de intrekking van de overlastvergunning en de sluiting van de inrichting. Zijn partner had immers een drank- en horecawetvergunning kunnen aanvragen en de inrichting kunnen exploiteren, aldus [appellant].

2.3. Zoals de burgemeester ter zitting van de Afdeling heeft verklaard stond, indien de partner van [appellant] een aanvraag voor een drank- en horecawetvergunning zou hebben ingediend, niet vast dat het college van burgemeester en wethouders deze zou hebben ingewilligd. Derhalve is die omstandigheid een zodanige toekomstige onzekere gebeurtenis dat daarin geen grond kan worden gevonden voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat [appellant] geen reële schade als gevolg van de intrekking van de overlastvergunning en de sluiting van de inrichting heeft geleden. Reeds hierom heeft de rechtbank het door [appellant] gedane verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb, terecht afgewezen.

Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2011

176-591.