Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU6299

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
201109438/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "'t Stepke te Budel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201109438/2/R3.

Datum uitspraak: 21 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], beiden wonend te Budel, gemeente Cranendonck,

en

de raad van de gemeente Cranendonck,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "'t Stepke te Budel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 augustus 2011, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 november 2011, waar [verzoekers], in persoon en bijgestaan door mr. G.H. Blom, en de raad, vertegenwoordigd door drs. V. Herzberg, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot bouw van drie vrijstaande woningen aan 't Stepke te Budel.

2.3. [verzoekers] betogen dat het plan in strijd is met de provinciale Verordening Ruimte 2011. [verzoekers] voeren onder meer aan dat de raad ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de voorziene woningen niet op een inbreidingslocatie kunnen worden gerealiseerd, terwijl volgens de provinciale verordening inbreiding prevaleert boven uitbreiding. Ten onrechte worden de voorziene woningen gepresenteerd als onderdeel van het woningbouwproject "Budel-Noord II", nu realisering van dat project nog onzeker is, zo betogen [verzoekers].

2.4. De raad stelt zich op het standpunt dat de in het plan voorziene woningen onderdeel uitmaken van het project Budel-Noord II en dat realisering van dat project op een inbreidingslocatie niet mogelijk is. Voor de realisering van drie woningen is in één van de kernen in de gemeente wel ruimte te vinden, maar niet op gemeentelijke gronden, aldus de raad.

2.5. Ten aanzien van het standpunt van de raad dat de in het plan voorziene woningen moeten worden gezien als onderdeel van Budel-Noord II overweegt de voorzitter dat die mogelijke toekomstige ontwikkeling geen onderdeel uitmaakt van het voorliggende plan en dat daarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. In die mogelijke ontwikkeling kan dan ook geen rechtvaardiging worden gevonden voor de keuze van de locatie voor de thans aan de orde zijnde bouwmogelijkheid voor drie woningen.

Het betoog dat voor deze drie woningen binnen de gemeente wel inbreidingslocaties voorhanden zijn, maar dat in die gevallen geen sprake is van gemeentelijke gronden kan naar het voorlopig oordeel van de voorzitter evenmin dienen ter motivering van het standpunt dat de woningen niet op een inbreidingslocatie, maar op een uitbreidingslocatie mogelijk worden gemaakt. Eigendomsverhoudingen zijn immers vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis en slechts indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanige aard zijn dat daarmee de realisering van het bestemmingsplan binnen de planperiode niet aannemelijk is, kan hieraan betekenis toekomen.

Voorshands acht de voorzitter dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom de raad niet heeft gekozen voor realisering van de voorziene drie woningen op een alternatieve locatie.

2.6. Gelet hierop ziet de voorzitter om, in afwachting van de bodemprocedure en ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen, aanleiding om het verzoek in te willigen. In de bodemprocedure kunnen de overige bezwaren van [verzoekers], waaronder de overige bezwaren met betrekking tot de gestelde strijd met de Verordening Ruimte 2011, aan de orde komen.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Cranendonck van 5 juli 2011 waarbij het bestemmingsplan "'t Stepke te Budel" is vastgesteld;

II. gelast dat de raad van de gemeente Cranendonck aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2011

528.