Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU5416

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2011
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
201110808/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 augustus 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zandstraat 99" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BR 2012/43

Uitspraak

201110808/2/R3.

Datum uitspraak: 18 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Someren,

2. [verzoeker sub 2], wonend te Someren,

en

de raad van de gemeente Someren,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zandstraat 99" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 oktober 2011, en [verzoeker sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 oktober 2011, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[belanghebbende] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 8 november 2011, waar [verzoeker sub 1], in persoon en bijgestaan door ir. A.K.M. van Hoof, [verzoeker sub 2], in persoon en bijgestaan door mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven, en de raad, vertegenwoordigd door mr. S. Dusch en mr. A.A.M. Kuijken, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts zijn daar als belanghebbenden gehoord het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, vertegenwoordigd door H.A.J. van Hout, werkzaam bij de provincie, en [belanghebbende], in persoon en bijgestaan door mr. J.J.J. de Rooij, advocaat te Tilburg.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van een intensieve veehouderij aan de Zandstraat 99 te Someren, in verband met sanering van de veehouderijbedrijven aan de Hollestraat 28 en de Ruiter 17 te Someren.

2.3. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] voeren onder meer aan dat het plan effecten van het plan op rondom het plangebied gelegen Natura 2000-gebieden onvoldoende zijn onderzocht en voeren in dat verband bezwaren aan met betrekking tot de voorgenomen saldering van de effecten met voornoemde sanering van twee bedrijfslocaties.

2.4. De raad voert aan dat bij het aanvragen van een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) de toename van ammoniakdepositie vanwege het plan kan worden gesaldeerd met de sanering van voornoemde bedrijfslocaties.

2.5. Gelet op het standpunt van de raad ten aanzien van de Nbw 1998 vat de voorzitter dit standpunt aldus op dat het plan niet in strijd is met het bepaalde in de Nbw 1998 omdat artikel 19kd van de Nbw 1998 vergunningverlening ten behoeve van de intensieve veehouderij op de voorgenomen locatie mogelijk maakt.

De voorzitter stelt vast dat de onderhavige procedure een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan betreft waarbij de raad, ingevolge artikel 19j, eerste lid, van de Nbw 1998, rekening moet houden met de gevolgen die het plan kan hebben voor Natura 2000-gebieden.

De omstandigheid dat in de procedure omtrent de verlening van de vergunning in het kader van artikel 19d van de Nbw 1998, mogelijk toepassing kan worden gegeven aan artikel 19kd van die wet, kan naar het oordeel van de voorzitter geen gevolgen hebben voor deze procedure. Daartoe acht de voorzitter van belang dat de werking van artikel 19kd van de Nbw 1998 in het eerste lid van dat artikel is beperkt tot besluiten over het toepassen van artikel 19c, en het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van die wet. Nu besluiten tot het vaststellen van een plan als bedoeld in artikel 19j van de Nbw 1998 niet in het eerste lid van artikel 19kd van de Nbw 1998 zijn genoemd, ziet de voorzitter voorshands geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de in dat artikel opgenomen regeling ook van toepassing moet worden geacht op besluiten als bedoeld in artikel 19j van de Nbw 1998.

Gelet op het voorgaande is naar het voorlopig oordeel van de voorzitter onvoldoende onderzoek verricht naar de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden.

2.6. Reeds gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding om het verzoek in te willigen. Hetgeen [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] voor het overige hebben aangevoerd, behoeft thans geen bespreking.

2.7. De raad dient ten aanzien van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Someren van 31 augustus 2011 waarbij hij het bestemmingsplan "Zandstraat 99" heeft vastgesteld;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Someren tot vergoeding van bij [verzoeker sub 1] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 989,31 (zegge: negenhonderdnegenentachtig euro en eenendertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de raad van de gemeente Someren tot vergoeding van bij [verzoeker sub 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 917,31 (zegge: negenhonderdzeventien euro en eenendertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Someren aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor [verzoeker sub 1] en € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) voor [verzoeker sub 2] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2011

528.