Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU5415

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2011
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
201109380/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 augustus 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zandstraat 99" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201109380/2/R3.

Datum uitspraak: 18 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

De vereniging Milieuvereniging Oosterhout, gevestigd te Oosterhout, en anderen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Oosterhout,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Zandstraat 99" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer Milieuvereniging Oosterhout en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2011, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2011, hebben Milieuvereniging Oosterhout en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Milieuvereniging Oosterhout en anderen, de raad en OVG Projecten LXII B.V., belanghebbende, hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 november 2011, waar Milieuvereniging Oosterhout en anderen, bij monde van [verzoeker A] en [verzoeker B], bijgestaan door mr. J.E. Dijk, advocaat te Haarlem, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.R. van Zeggeren en ing. R. van Haaf, beiden werkzaam bij de gemeente, vergezeld door B. Hendrikx, werkzaam bij Ecologica B.V., zijn verschenen.

Voorts zijn daar als belanghebbenden gehoord OVG Projecten LXII, vertegenwoordigd door mr. W.J. Haeser, advocaat te Rotterdam, en Oranjewoud Beheer B.V., vertegenwoordigd door mr. M. Braakensiek.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan maakt de bouw van ongeveer 14.000 m² kantoorruimte mogelijk op gronden in Oosterhout langs de rijksweg A27.

2.3. De voorzitter geeft geen voorlopig oordeel over de vraag of Milieuvereniging Oosterhout en anderen allen als belanghebbende bij het bestreden besluit kunnen worden aangemerkt, nu naar verwachting minimaal één van hen als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt en de Afdeling reeds daarom in de bodemzaak een inhoudelijk oordeel zal geven over hetgeen Milieuvereniging Oosterhout en anderen hebben aangevoerd.

2.4. Ten aanzien van het betoog van Milieuvereniging Oosterhout en anderen dat niet is voldaan aan de algemene regels die de provinciale Verordening Ruimte 2011 stelt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied overweegt de voorzitter dat het plangebied volgens de kaart bij deze verordening is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet daarop gaat de voorzitter voorshands ervan uit dat in zoverre de door Milieuvereniging Oosterhout en anderen aangehaalde algemene regels uit de Verordening Ruimte 2011 in het voorliggende geval niet van toepassing zijn.

2.5. Milieuvereniging Oosterhout en anderen betogen dat de Flora- en faunawet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan en dat geen onderzoek is verricht naar de effecten van het plan op de ecologische hoofdstructuur, terwijl deze zich direct ten zuiden van het plangebied bevindt.

2.5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat ten behoeve van het plan een zogenoemde "ecologische quick scan" is uitgevoerd en dat naar een aantal specifieke soorten nader onderzoek is verricht. De conclusie is dat voor de uitvoering van het plan geen ontheffing van de Flora- en faunawet noodzakelijk is, maar wel mitigerende maatregelen dienen te worden getroffen, aldus de raad.

2.5.2. Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun betoog dat het verrichte onderzoek ondeugdelijk is het rapport "Natuureffect bestemmingsplan Beneluxweg, Oosterhout" (Ecologisch adviesbureau Henk Baptist, 20 oktober 2011) overgelegd. Volgens dit rapport is voor de uitvoering van het plan wel een ontheffing vereist en is het onwaarschijnlijk dat deze zal worden verleend.

In aanvulling op het voorafgaand aan de vaststelling van het plan verrichte onderzoek heeft de raad de "Notitie veldonderzoek locatie Beneluxweg te Oosterhout" (Ecologica B.V., 1 november 2011) en de "Notitie reactie Henk Baptist" (Ecologica B.V., 1 november 2011) laten opstellen. In de eerstgenoemde notitie van Ecologica is onderbouwd dat de functionaliteit die het plangebied nu heeft voor vleermuizen behouden kan blijven indien een vervangende vliegroute wordt gecreëerd door aanvullende boomaanplant en indien de buitenverlichting tot een minimum wordt beperkt. In de "Notitie reactie Henk Baptist" is onderbouwd waarom het door verzoekers overgelegde rapport niet alsnog leidt tot de conclusie dat een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet is vereist.

Gelet op de beschikbare onderzoeksresultaten is de voorzitter van oordeel dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat op voorhand in redelijkheid moet worden ingezien dat de Flora- en faunawet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan.

2.5.3. Met betrekking tot het betoog van Milieuvereniging Oosterhout en anderen dat zich ten zuiden van het plangebied gronden bevinden die onderdeel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur, heeft de raad gesteld dat tussen deze gronden en het plangebied al een bestaande weg ligt en dat zich direct ten noorden van het landgoed een woonwijk bevindt op kortere afstand tot de ecologische hoofdstructuur dan de voorziene kantoorruimte. Gelet op deze toelichting van de raad en nu een groene inrichting is voorzien van de gronden aan de zuidzijde van het plangebied is de voorzitter voorshands van oordeel dat Milieuvereniging Oosterhout en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat het plan niettemin leidt tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van de ecologische hoofdstructuur.

2.6. Milieuvereniging Oosterhout en anderen betogen dat de raad geen groter gewicht heeft mogen toekennen aan het belang bij kantoorruimte in het plangebied dan aan het belang bij behoud van de bestaande natuurwaarden in het plangebied. Zij voeren hiertoe aan dat de beoogd gebruiker Oranjewoud Beheer reeds is gevestigd op een locatie aan de A27 en dat bovendien voldoende ruimte op bestaande bedrijventerreinen beschikbaar is en dat het provinciale beleid zorgvuldig ruimtegebruik voorstaat.

2.6.1. Met betrekking tot het betoog dat in en om Breda kantoorruimte leegstaat, heeft de raad toegelicht dat uit een recente analyse van de kantorenmarkt in Oosterhout blijkt dat de leegstand in Oosterhout hoofdzakelijk beperkt blijft tot kleinschalige en deels verouderde locaties.

Wat betreft de behoefte van Oranjewoud Beheer bij de in het plangebied voorziene kantoorruimte heeft Oranjewoud Beheer ter zitting aan de hand van beeldmateriaal toegelicht dat de bedrijfsvoering langs de A27 thans is verspreid over drie gebouwen en dat die gebouwen bovendien zijn verouderd.

De behoefte aan kantoorruimte acht de voorzitter hiermee voldoende onderbouwd.

Voorts stelt de raad zich op het standpunt dat de monumentale houtwallen en bomen in het gebied grotendeels worden gerespecteerd. Het voorliggende plan doet nadrukkelijk meer recht aan deze waarden dan het thans nog geldende bestemmingsplan "Oosterhout Zuid", dat de mogelijkheid biedt om een groter deel van het plangebied te bebouwen en waarin minder rekening is gehouden met de aanwezige monumentale houtwallen en bomen, aldus de raad.

Gelet op het voorgaande bestaat naar het voorlopig oordeel van de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende belang heeft gehecht aan de natuurwaarden in het plangebied.

2.7. Milieuvereniging Oosterhout en anderen voeren aan dat het aan het plan ten grondslag gelegde verkeersonderzoek gebreken vertoont. In dit verband betogen zij dat de Burgemeester Materlaan ten onrechte niet is betrokken in het onderzoek en dat het onderzoek ten onrechte is gebaseerd op verkeersberekeningen in plaats van -tellingen. Verder is een aantal ontwikkelingen volgens hen ten onrechte niet verwerkt in de verkeersberekeningen, zoals recente grootschalige nieuwbouw in Breda-Noord en toekomstige plannen voor een spoorlijn en verbreding van de A27.

2.7.1. Volgens de plantoelichting is bij de verkeersberekeningen uitgegaan van de gebruikelijke kengetallen voor kantoren in de zakelijke dienstverlening. De omstandigheid dat gebruik is gemaakt van berekeningen in plaats van metingen of tellingen, vormt naar het voorlopig oordeel van de voorzitter op zichzelf geen reden om aan te nemen dat het verkeersonderzoek ondeugdelijk is. Voorts heeft de raad ter zitting verklaard dat in het gebruikte verkeersmodel de door Milieuvereniging Oosterhout en anderen genoemde nieuwbouw in Breda-Noord is verwerkt, evenals ontwikkelingen die in de nabije toekomst zijn voorzien. De door Milieuvereniging Oosterhout en anderen genoemde aanleg van een spoorlijn en verbreding van de A27 vormen mogelijke toekomstige ontwikkelingen waarvoor nog geen procedures zijn aangevangen zodat ze niet zodanig concreet zijn dat ze hadden moeten worden betrokken bij het onderzoek naar de effecten van het voorliggende plan.

Gelet op de beschikbare onderzoeksresultaten en de door de raad daarop gegeven toelichting geeft het aangevoerde naar het voorlopig oordeel van de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat het verrichte verkeersonderzoek zodanige gebreken vertoont dat de raad zich daarop niet in redelijkheid heeft kunnen baseren bij het nemen van het bestreden besluit.

2.8. Gelet op het voorgaande verwacht de voorzitter niet dat het aangevoerde de Afdeling in de bodemzaak aanleiding zal geven voor vernietiging van het bestreden besluit. Derhalve bestaat evenmin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Van Steenbergen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2011

528.