Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU5384

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
201105167/2/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 mei 2009 heeft de minister, voor zover thans van belang, de naamloze vennootschap Groningen Airport Eelde N.V. (hierna: GAE) onder het stellen van voorschriften ontheffing verleend van het in artikel 11 van de Flora- en Faunawet neergelegde verbod voor het beschadigen, vernielen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis, de rosse vleermuis en de watervleermuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201105167/2/H3.

Datum uitspraak: 16 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de vereniging IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie Afdeling Eelde-Paterswolde, gevestigd te Paterswolde, gemeente Haren,

(hierna: IVN)

verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) van 21 maart 2011 in de zaken nrs. 10/26 en 10/27 in het geding tussen:

1. de stichting Stichting Natuur en Milieufederatie Drenthe, gevestigd te Assen,

2. IVN

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister), thans: de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: de staatssecretaris).

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2009 heeft de minister, voor zover thans van belang, de naamloze vennootschap Groningen Airport Eelde N.V. (hierna: GAE) onder het stellen van voorschriften ontheffing verleend van het in artikel 11 van de Flora- en Faunawet neergelegde verbod voor het beschadigen, vernielen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis, de rosse vleermuis en de watervleermuis.

Bij besluit van 3 december 2009 heeft de minister het door IVN daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 maart 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door IVN daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft IVN bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 mei 2011, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft IVN de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De gronden van het verzoek zijn aangevuld bij brieven van 31 oktober en 7 november 2011.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft GAE een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2011, waar IVN, vertegenwoordigd door W.L. Jonker-ter Veld, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. J.E.W. Tieleman, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, zijn verschenen. Voorts is daar GAE, vertegenwoordigd door mr. J.A.R. Vermont, advocaat te Amsterdam, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De ontheffing heeft, voor zover thans van belang, tot gevolg dat GAE in het kader van een door haar beoogde baanverlenging op de luchthaven gebouwen mag slopen en bomen mag kappen, die mogelijk door vleermuizen gebruikt worden als voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaats.

2.2. Het verzoek van IVN strekt ertoe dat de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening bepaalt dat de ontheffing wordt geschorst, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het tegen de uitspraak van 21 maart 2011 ingestelde hoger beroep.

2.2.1. GAE heeft onweersproken gesteld dat zij in de periode van 25 oktober tot en met 3 november 2011 werkzaamheden heeft uitgevoerd om de te slopen gebouwen ongeschikt te maken voor gebruik door vleermuizen. Deze werkzaamheden zijn afgerond. Ter zitting heeft GAE voorts toegezegd dat zij geen andere werkzaamheden zal uitvoeren, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in zaak nr. 201003555/1/R1, die ook betrekking heeft op de beoogde baanverlenging.

Onder deze omstandigheden bestaat geen spoedeisend belang dat het treffen van de verzochte voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Biharie, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Biharie

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2011

611.