Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU5373

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
201109254/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2011, nummer 8141-10, heeft de raad het bestemmingsplan "Wellerwaard" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201109254/2/R2.

Datum uitspraak: 15 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

en

de raad van de gemeente Noordoostpolder,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2011, nummer 8141-10, heeft de raad het bestemmingsplan "Wellerwaard" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 augustus 2011, beroep ingesteld. Voorts heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 oktober 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door P. Veenstra, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan maakt de aanleg mogelijk van een woon- en recreatiegebied - het project Wellerwaard - in een thans onbebouwde polder tussen de kern Emmeloord en het Kuinderbos. Het plan voorziet aldaar met uit te werken bestemmingen in de bouw van maximaal 165 woningen.

2.3. [verzoeker] richt zich tegen de plandelen met de bestemming "Woongebied - Uit te werken" die voorzien in de bouw van de woningen. [verzoeker] heeft verzocht terzake een voorlopige voorziening te treffen, teneinde te voorkomen dat omgevingsvergunningen voor de bouw van de woningen kunnen worden verleend en kan worden aangevangen met voorbereidende werkzaamheden en de bouw daarvan.

2.4. De voorzitter ziet geen aanleiding voor het oordeel dat zich onomkeerbare gevolgen zullen voordoen voordat door de Afdeling uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Daartoe acht hij van belang dat aan de gronden die in het plan zijn voorzien voor woningbouw, de bestemming "Woongebied - Uit te werken" is toegekend. Ingevolge artikel 8, lid 8.4, van de planregels, kan eerst een omgevingsvergunning worden verleend voor de bouw van woningen op bedoelde gronden indien een bouwplan in overeenstemming is met een ontwerp-uitwerkingsplan. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat nog geen ontwerp-uitwerkingsplan ter inzage is gelegd en evenmin concreet uitzicht bestaat dat op korte termijn een ontwerp-uitwerkingsplan te verwachten is. Onder deze omstandigheden is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid.

2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Vogel-Carprieaux

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2011

458-694.