Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU4573

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
201102281/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 april 2009 heeft de hoofdbewaarder [appellant] medegedeeld dat de registratie betreffende het perceel met kadastrale aanduiding Brunssum sectie […] nummer […] is bijgewerkt door het aandeel op naam van [appellant] op 1/1 te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201102281/1/H3.

Datum uitspraak: 16 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Brunssum,

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 7 januari 2011 in zaak nr. 09/1071 in het geding tussen:

[appellant]

en

de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2009 heeft de hoofdbewaarder [appellant] medegedeeld dat de registratie betreffende het perceel met kadastrale aanduiding Brunssum sectie […] nummer […] is bijgewerkt door het aandeel op naam van [appellant] op 1/1 te stellen.

Bij besluit van 10 juni 2009 heeft de hoofdbewaarder het door het college van burgemeester en wethouders van Brunssum daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 1 april 2009 herroepen.

Bij uitspraak van 7 januari 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 februari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 31 mei 2011.

De hoofdbewaarder heeft een verweerschrift ingediend.

Het college heeft als derde belanghebbende een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 oktober 2011, waar [appellant] in persoon, de hoofdbewaarder, vertegenwoordigd door mr. M.I. Mollee-ten Hoor, werkzaam bij het kadaster, en het college, vertegenwoordigd door mr. H.G. Laeven, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Kadasterwet (hierna: de Kw), voor zover thans van belang, is de bewaarder belast met het verrichten van inschrijvingen in de openbare registers en het stellen van aantekeningen in die registers en het bijwerken van de basisadministratie kadaster.

Ingevolge artikel 43 kan, indien het ter inschrijving aangeboden stuk waarin het in te schrijven feit is opgenomen, niet voldoet aan de vereisten, gesteld in de artikelen 18-42, het met ontbrekende gegevens worden aangevuld door een verklaring aan de voet van het stuk, ondertekend door degene die bevoegd is tot het opmaken en ondertekenen van een zodanig stuk, een en ander voor zover de aard van het stuk zich daartegen niet verzet.

Ingevolge artikel 53 vindt bijwerking plaats als bijhouding, dan wel als vernieuwing.

Ingevolge artikel 54, eerste lid, aanhef en onder a, vindt bijhouding, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, plaats op grond van veranderingen blijkens in de openbare registers ingeschreven stukken, voor zover die betrekking hebben op onroerende zaken en rechten, waaraan die zaken zijn onderworpen.

Ingevolge artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994, voor zover thans van belang, worden, indien de inschrijving in de openbare registers een wijziging betreft in de rechtstoestand naar burgerlijk recht dan wel een wijziging of aanvulling van de gegevens omtrent een rechthebbende en die inschrijving aanleiding geeft tot een wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens, laatstbedoelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht.

Ingevolge artikel 3:19, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de inschrijving terstond na de aanbieding, indien de voor een inschrijving nodige stukken worden aangeboden, de aangeboden stukken aan de wettelijke eisen voldoen en andere wettelijke vereisten voor inschrijving zijn vervuld.

2.2. Het perceel met kadastrale aanduiding Brunssum sectie […] nummer […] (hierna: perceel [1]) is ontstaan uit onder meer de percelen met de thans vervallen kadastrale aanduidingen Brunssum sectie […] nummer […] (hierna: perceel [2]) en […] (hierna: perceel [3]).

2.3. Op 20 maart 2009 is in de openbare registers van het Kadaster in hypotheken 4 in deel 56216 nummer 97 ingeschreven een vonnis van de rechtbank Maastricht, sector Civiel, van 28 mei 2008 (hierna: het vonnis). Het vonnis is op verzoek van [appellant] door een notaris voorzien van een verklaring die ertoe strekt dat het vonnis betrekking heeft op perceel [1], voor zover dit perceel bestaat uit de percelen met de thans vervallen nummers [2] en [3].

2.4. Naar aanleiding van deze inschrijving heeft de hoofdbewaarder de registratie betreffende het perceel met kadastrale aanduiding Brunssum sectie […] nummer […] bijgewerkt door het aandeel op naam van [appellant] op 1/1 te stellen. Op 1 april 2009 heeft de hoofdbewaarder deze bijwerking medegedeeld aan [appellant] en het college.

In het besluit van 10 juni 2009 heeft de hoofdbewaarder zich op het standpunt gesteld dat het vonnis enkel betrekking heeft op de levering van perceel [2], thans deel uitmakend van perceel [1] en dat de verklaring van de notaris ten onrechte vermeldt dat het vonnis betrekking heeft op perceel [3] thans deel uitmakend van perceel [1]. De hoofdbewaarder heeft de kadastrale registratie aangepast aan deze bevindingen.

2.5. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat uit het vonnis blijkt dat hij ook van perceel [3] door verjaring eigenaar is geworden. In dat licht heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de hoofdbewaarder van het horen in bezwaar kon afzien, aldus [appellant].

2.5.1. Het betoog faalt. De rechtbank heeft met juistheid, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010 (in zaak nr. 201004049/1/H3) overwogen dat de hoofdbewaarder in deze slechts een lijdelijke rol heeft. Het behoort niet tot zijn taak om te controleren of te beoordelen of, in dit geval het vonnis, inhoudelijk juist is.

Zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld strekt het vonnis, anders dan de notaris onder het vonnis heeft verklaard, er niet toe vast te stellen dat [appellant] door verjaring eigenaar is geworden van perceel [3] thans deel uitmakend van perceel [1], noch kan die vaststelling uit het vonnis worden afgeleid. In dat vonnis is de vordering van de gemeente Brunssum welke uitsluitend betrekking had op perceel [2], thans deel uitmakend van perceel [1], afgewezen. De rechtstoestand met betrekking tot de eigendom van perceel [1] bleef door deze onherroepelijk geworden afwijzing ongewijzigd zodat bijwerking van de kadastrale registratie niet aan de orde was. De hoofdbewaarder heeft in bezwaar daarom terecht een kennelijke fout hersteld. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de hoofdbewaarder de kadastrale registratie terecht heeft aangepast, zodat perceel [3], dat thans deel uitmaakt van perceel [1], weer op naam van de gemeente Brunssum is gesteld.

Ingevolge artikel 7:3, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van belanghebbenden worden afgezien indien aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de hoofdbewaarder mocht afzien van het horen van [appellant]. De rechtbank heeft in dit verband evenzeer terecht overwogen dat het in dit geval om een gebonden besluit van de hoofdbewaarder gaat. Het horen van [appellant] had niet kunnen leiden tot een andere uitkomst.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. Neuwahl

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2011

280-671.