Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU4565

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
201101149/2/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 7 april 2011, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2011, heeft [verzoeker] beroep ingesteld tegen een ter uitvoering van een uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 december 2010 door de burgemeester van Echt-Susteren genomen besluit van 23 maart 2011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201101149/2/H3.

Datum uitspraak: 16 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend te Amsterdam,

verzoeker,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht).

1. Procesverloop

Bij brief van 7 april 2011, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2011, heeft [verzoeker] beroep ingesteld tegen een ter uitvoering van een uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 december 2010 door de burgemeester van Echt-Susteren genomen besluit van 23 maart 2011.

Ter zitting op 29 augustus 2011, waar tevens zaak nr201101149/1/H3 is behandeld, heeft [verzoeker] het beroep ingetrokken en heeft hij de Afdeling verzocht de burgemeester van Echt-Susteren te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 augustus 2011, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Maury, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J.P. Heinrich, advocaat te Den Haag, en mr. R.M.M. Engelen en G. van Gisteren, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2.1. Overwegingen

2.2. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld.

2.3. [verzoeker] heeft zijn beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van 23 maart 2011 ter zitting van de Afdeling ingetrokken omdat de burgemeester bij besluit van 22 april 2011 alsnog is overgegaan tot vergoeding van de kosten die hij heeft moeten maken in verband met de behandeling van het door hem gemaakte bezwaar tegen een besluit van de burgemeester van 4 februari 2010. De burgemeester is hiermee geheel aan het beroep van [verzoeker] tegemoetgekomen.

2.4. Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen. De Afdeling zal een punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift van 7 april 2011, nu in zaak nr. 201101149/1/H3 reeds een punt is toegekend voor het door de gemachtigde van [verzoeker] verschijnen ter zitting.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

veroordeelt de burgemeester van Echt-Susteren tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Hardeveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2011

312-591.