Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU3748

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-11-2011
Datum publicatie
09-11-2011
Zaaknummer
201101458/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Overteylingen, herziening Sassembourg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201101458/1/R4.

Datum uitspraak: 9 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Bewonersbelangenvereniging Noordwest Sassenheim, gevestigd te Sassenheim, gemeente Teylingen,

appellante,

en

de raad van de gemeente Teylingen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Overteylingen, herziening Sassembourg" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2011, waar de vereniging, vertegenwoordigd door A J. Dros en bijgestaan door mr. M B. Winthagen, advocaat te Zeist, en de raad vertegenwoordigd door mr. J. Zandstra, werkzaam bij de gemeente, S.C. van der Laan, werkzaam bij de Milieudienst West-Holland, en H. Hommel, werkzaam bij RBOI te Rotterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een herziening van het door de raad op 13 maart 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Overteylingen". Met de herziening wordt de toegestane bouwhoogte van het zorgcomplex Sassembourg ter plaatse van het atrium - het middendeel van het zorgcomplex - gewijzigd van 6,5 m in 9,5 m. Voorts wordt met de herziening de grens van het bouwvlak aan de oostzijde van het zorgcomplex ongeveer 1 m verplaatst.

2.2. De vereniging betoogt dat het bestreden besluit genomen is in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en het evenredigheidsbeginsel, nu de bijkomende nadelige gevolgen voor de bezonning van woningen aan de Jan van Brabantweg onvoldoende zijn onderzocht.

2.3. Uit het plan blijkt dat het atrium het middendeel van het zorgcomplex vormt en dat het aan drie zijden is omgeven door bebouwing waarvoor op grond van het bestemmingsplan "Overteylingen" een bouwhoogte tussen 15,5 m en 18,5 m is toegestaan. Gelet hierop acht de Afdeling het niet aannemelijk dat de wijziging van de toegestane bouwhoogte van het atrium gevolgen van enige betekenis heeft voor de bezonning van de nabij het zorgcomplex gelegen woningen.

Voorts is door Van Egmond Totaal Architectuur op 16 oktober 2007 een bezonningsonderzoek uitgevoerd met betrekking tot de gevolgen voor de bezonning voor de omwonenden vanwege de in het bestemmingsplan "Overteylingen" opgenomen bouwmogelijkheden voor het zorgcomplex. Op 15 september 2010 heeft Van Egmond Totaal Architectuur een aanvullend bezonningsonderzoek naar de gevolgen van de verandering van de bouwmogelijkheden verricht. Uit het onderzoeksrapport volgt dat de verbreding van het complex uitsluitend voor een klein aantal woningen aan de Jan van Brabantweg leidt tot een beperkte toename van schaduwwerking in het voor- en het najaar in de namiddag na 17.00 uur. De raad heeft zich, verwijzend naar dit rapport, op het standpunt gesteld dat de uitbreiding niet leidt tot een zodanige schaduwwerking dat de belangen van omwonenden onevenredig worden geschaad.

De vereniging heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan het rapport dusdanige gebreken kleven dat de raad zijn besluit hier niet op had mogen baseren. In aanmerking genomen dat de toename van de schaduwwerking zeer beperkt is, is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de verandering van het plan geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor de omwonenden.

2.4. In hetgeen de vereniging heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Oudenaarden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 november 2011

568-718.