Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU3501

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2011
Datum publicatie
07-11-2011
Zaaknummer
201011567/2/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De enkele omstandigheid dat met het besluit van de minister tot intrekking van het vertrekmoratorium voor vreemdelingen van Somalische nationaliteit die afkomstig zijn uit Zuid- en Centraal-Somalië en die niet in Noord-Somalië kunnen verblijven, in werking getreden op 7 oktober 2011 (Stcrt. 2011, nr. 17993), het besluit van 22 december 2008 weer voor uitvoering vatbaar is, levert geen spoedeisend belang op als bedoeld in artikel?8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij dit oordeel is betrokken dat, bij gebreke van een concrete mededeling aan de vreemdeling, op dit moment niet duidelijk is wanneer ten aanzien van hem de verstrekkingen zullen worden beëindigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011567/2/V2.

Datum uitspraak: 28 oktober 2011

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats 's Hertogenbosch, van 3 november 2010 in zaak nr. 08/45166 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister voor Immigratie en Asiel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2008 heeft de staatssecretaris van Justitie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 3 november 2010, verzonden op 4 november 2010, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 1 december 2010, hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 11 oktober 2011, de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de verstrekkingen worden beëindigd gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.

De enkele omstandigheid dat met het besluit van de minister tot intrekking van het vertrekmoratorium voor vreemdelingen van Somalische nationaliteit die afkomstig zijn uit Zuid- en Centraal-Somalië en die niet in Noord-Somalië kunnen verblijven, in werking getreden op 7 oktober 2011 (Stcrt. 2011, nr. 17993), het besluit van 22 december 2008 weer voor uitvoering vatbaar is, levert geen spoedeisend belang op als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij dit oordeel is betrokken dat, bij gebreke van een concrete mededeling aan de vreemdeling, op dit moment niet duidelijk is wanneer ten aanzien van hem de verstrekkingen zullen worden beëindigd.

2.2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Vreken Westra, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink

voorzitter

w.g. Vreken-Westra

ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2011

434.

Verzonden: 28 oktober 2011

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser