Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU3125

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-11-2011
Datum publicatie
02-11-2011
Zaaknummer
201003194/1/M3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 februari 2010 heeft het college hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg voor woningen gelegen in de zone van de nieuw aan te leggen rondweg bij Oudenbosch, gemeente Halderberge. Dit besluit is op 18 februari 2010 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201003194/1/M3.

Datum uitspraak: 2 november 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant sub 1a] en [appellant sub 1b], wonend te Oudenbosch, gemeente Halderberge,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Halderberge,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2010 heeft het college hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg voor woningen gelegen in de zone van de nieuw aan te leggen rondweg bij Oudenbosch, gemeente Halderberge. Dit besluit is op 18 februari 2010 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 maart 2010, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak 1 maart 2011 ter zitting gevoegd behandeld met zaak 201002954/1/M3, waar [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Timmermans, A.M.J. Veraart, en J.W. van den Boogert, allen werkzaam bij de gemeente, en mr. M.E.C. Mutsaers, werkzaam bij Ingenieursbureau Oranjewoud, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 27 april 2011 met nummer 201003194/1/T1/M3 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 3 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 2 februari 2010 te herstellen.

Bij brief van 11 mei 2011, bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2011, heeft het college te kennen gegeven het besluit te hebben hersteld door de naam van de burgemeester door te halen en de naam van de loco-burgemeester, die het besluit heeft ondertekend, te vermelden.

[appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] hebben geen zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in overweging 2.2.2 overwogen dat het bestreden besluit volgens de daaronder vermelde naam en functieomschrijving namens het college van burgemeester en wethouders is ondertekend door, onder meer, A.F.W. Osterloh, burgemeester van Halderberge. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is de onder het besluit geplaatste handtekening echter niet van A.F.W. Osterloh, maar vermoedelijk van de loco-burgemeester. Uit de ondertekening blijkt dit echter niet. Nu de handtekening niet overeenstemt met de daaronder geplaatste naam, is het bestreden besluit in strijd met artikel 59a van de Gemeentewet.

2.2. Het college heeft het besluit hersteld door de naam "A.F.W. Osterloh" door te halen en te vervangen door "J.M. Brans, loco-burgemeester". Het besluit is ondertekend door J.M. Brans. Dit brengt mee dat thans de handtekening afkomstig is van de onder het besluit vermelde functionaris, te weten J.M. Brans, locoburgemeester.

2.3. Gelet op overweging 2.2.2 van de tussenuitspraak is het beroep gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Nu het gebrek is hersteld, zal de Afdeling bepalen dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven.

2.4. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit reis- en verletkosten, te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Halderberge van 2 februari 2010;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven;

IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Halderberge tot vergoeding van bij [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 189,39 (zegge: honderdnegenentachtig euro en negenendertig cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdt jegens de ander;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Halderberge aan [appellant sub 1a] en [appellant sub 1b] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdt jegens de ander.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Postma, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Postma

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 november 2011

539.