Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BU1612

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
26-10-2011
Zaaknummer
201107435/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 april 2011 heeft de raad van de gemeente Oud-Beijerland het bestemmingsplan "Wonen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201107435/2/R4.

Datum uitspraak: 18 oktober 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Oud-Beijerland,

en

de raad van de gemeente Oud-beijerland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2011 heeft de raad van de gemeente Oud-Beijerland het bestemmingsplan "Wonen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2011, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 oktober 2011, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. D.N.J. van Horssen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.N.F.J. Mutsaers, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] betoogt dat het plan hem beperkt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden van zijn gronden. Hij voert aan dat in het vigerende plan op zijn perceel bedrijven tot maximaal milieucategorie 3 zijn toegestaan, in het thans bestreden besluit is dat categorie 2. Hierdoor is het volgens hem niet meer mogelijk om vrachtwagens te repareren en te verhandelen. Voorts betoogt hij dat motorbrandstoffenstations op zijn perceel eveneens niet langer zijn toegestaan. Hij heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een tankstation en wil dat deze aanvraag behandeld wordt met het vigerende bestemmingsplan als toetsingskader.

2.2.1. De voorzitter overweegt dat de raad zich ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van het perceel terecht op het standpunt heeft gesteld dat op grond van het overgangsrecht het bestaande gebruik voor zover dit in strijd zou zijn met het nieuwe bestemmingsplan mag worden voortgezet. Er zijn geen concrete plannen voor uitbreiding van de activiteiten. In zoverre is geen sprake van een spoedeisend belang.

Ten aanzien van de aanvraag voor een omgevingsvergunning overweegt de voorzitter dat deze is ingediend voordat het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd. De inwerkingtreding van het thans bestreden plan kan niet leiden tot een voor [verzoeker] nadeliger planologisch regime, aangezien indien het voorheen geldende regime ten tijde van de aanvraag gunstiger is en wel een tankstation mogelijk zou maken, dit in dat geval het toetsingskader van de genoemde aanvraag blijft. De vraag of het vigerende plan een tankstation mogelijk maakt, staat thans niet ter beoordeling, deze vraag zal in de procedure bij de rechtbank beantwoord worden. Ook in zoverre is geen sprake van een spoedeisend belang om vooruitlopend op de bodemprocedure een oordeel te geven.

2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van staat.

w.g. Polak w.g. Bijleveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2011

433.