Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT8547

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-10-2011
Datum publicatie
19-10-2011
Zaaknummer
201105472/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan

"Harselaar-Driehoek" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105472/2/R2.

Datum uitspraak: 13 oktober 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gebiedsontwikkeling A1 B.V., gevestigd te Barneveld, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Betonproductie Nederland B.V., gevestigd te Kootwijkerbroek (hierna tezamen: GA1 en BBI),

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Barneveld,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan

"Harselaar-Driehoek" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer GA1 en BBI bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, eveneens bij de Raad van State ingekomen op 12 mei 2011, hebben GA1 en BBI de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 september 2011, waar GA1 en BBI, vertegenwoordigd door G. van de Bosch, bijgestaan door mr. F.J.M. Wolbers, advocaat te Amersfoort, en de raad, vertegenwoordigd door mr. ing. E. Stroobosscher, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. M.A.A. Soppe, advocaat te Enschede, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische regeling om de realisatie van een nieuw bedrijventerrein mogelijk te maken. GA1 en BBI richten zich voornamelijk tegen de op hun gronden voorziene ontsluiting van dit bedrijventerrein. Verder richten zij zich tegen de specifieke regels die in het plan zijn opgenomen ten aanzien van hun gronden.

2.3. De voorzitter stelt voorop dat de realisatie van de ontsluiting van het in het plan voorziene bedrijventerrein niet ter hand kan worden genomen, zolang bedoelde gronden in eigendom zijn van GA1 en BBI.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het gemeentebestuur de wens heeft om met GA1 en BBI te onderhandelen over de minnelijke verwerving van de gronden. Tevens is gebleken dat geen onteigeningsbesluit is genomen betreffende de gronden. Voor zover uiteindelijk toch onteigening van de betrokken gronden op grond van titel IV van de Onteigeningswet nodig mocht zijn ter verwezenlijking van het plan op dit punt, geldt op grond van artikel 3:36b van de Wet ruimtelijke ordening dat dit eerst kan geschieden indien het plan onherroepelijk is. De voorzitter is derhalve niet gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Kuipers

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2011

271-706.