Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT7430

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
201101675/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 april 2008 heeft het college, voor zover thans van belang, geweigerd de Woolthuisweg, gelegen tussen de Bendijksweg en de Parallelweg, (hierna: de onverharde weg) gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen, met uitzondering van bestemmingsverkeer en landbouwverkeer.

Bij besluit van 14 juli 2009 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 21 december 2010, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 24 december 2010, heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 juli 2009 vernietigd, het door de stichting gemaakte bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 18
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201101675/1/H3.

Datum uitspraak: 12 oktober 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting [appellante], gevestigd te Heino, gemeente Raalte,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Almelo van 21 december 2010 in zaak nr. 10/178 in het geding tussen:

de stichting

en

het college van burgemeester en wethouders van Raalte.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2008 heeft het college, voor zover thans van belang, geweigerd de Woolthuisweg, gelegen tussen de Bendijksweg en de Parallelweg, (hierna: de onverharde weg) gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen, met uitzondering van bestemmingsverkeer en landbouwverkeer.

Bij besluit van 14 juli 2009 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 21 december 2010, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 24 december 2010, heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 juli 2009 vernietigd, het door de stichting gemaakte bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden ervan zijn aangevuld bij brief van 2 maart 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben [belanghebbende A], [belanghebbende B], [belanghebbende C] en de stichting Stichting Kinderoord Schaarshoek (hierna tezamen en in enkelvoud: de VOF) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 september 2011, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. N.S. Commijs, advocaat te Zwolle, en [voorzitter], en het college, vertegenwoordigd door J.J.M. Legebeke, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de VOF, vertegenwoordigd door mr. T.D. Rijs, advocaat te Enschede, en [belanghebbende C], als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank heeft het door de stichting gemaakte bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard, omdat de stichting geen belanghebbende, als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is bij het besluit van 1 april 2008.

2.2. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte het door haar gemaakte bezwaar alsnog niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens haar heeft de rechtbank miskend dat zij wel belanghebbende, als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb, is bij het besluit van 1 april 2008. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat haar doelstelling, te weten het in stand houden van het buitengoed "’t Rozendael", in een te ver verwijderd verband staat van het verzoek tot afsluiting van de onverharde weg, aldus de stichting. Volgens haar volgt uit de statuten van de stichting dat zij tot doelstelling heeft het in stand houden van het buitengoed "’t Rozendael" onder Heino, waar het gehele landgoed onder valt en dus ook dat gedeelte dat aan de onverharde weg ligt. Daarnaast volgt uit haar feitelijke werkzaamheden dat onder het in stand houden moet worden verstaan het behoud, de afronding en de ontwikkeling van de eigendommen van de stichting in hun cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden enerzijds en de exploitatie ervan anderzijds, aldus de stichting. De rechtbank heeft volgens haar miskend dat de instandhouding van het landgoed gevaar loopt wanneer de onverharde weg niet gesloten wordt verklaard voor doorgaand gemotoriseerd verkeer, omdat het gebied minder aantrekkelijk wordt voor wandelaars vanwege stofoverlast en het gebrek aan verkeersveiligheid. De stichting vertegenwoordigt in deze ook het collectieve belang van de wandelaars van het landgoed.

Verder heeft de rechtbank volgens de stichting ten onrechte overwogen dat het gegeven dat de stichting een boerderij gelegen aan de Woolthuisweg in erfpacht uitgeeft haar niet tot belanghebbende maakt. De canon van de erfpacht van die boerderij wordt eens in de tien jaar herzien en niet eens in de 20 tot 25 jaar, zoals de rechtbank heeft overwogen. Met het gesloten verklaren voor doorgaand gemotoriseerd verkeer van de onverharde weg kan die canon worden verhoogd bij de volgende herziening, aldus de stichting. Daarnaast bezit zij nog een huis aan de Parallelweg dat een van de economische dragers is van de stichting. Volgens de stichting heeft het doorgaande gemotoriseerde verkeer dat geen bestemmingsverkeer is een negatieve uitwerking op de waarde van dat huis.

2.2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 14 september 2005 in zaak nr. 200410527/1; www.raadvanstate.nl) is de eigenaar van een pand belanghebbende bij een verkeersbesluit indien de daarin vervatte maatregelen zijn eigendomsbelangen raken. Het gegeven dat de stichting een boerderij aan de Woolthuisweg in erfpacht heeft uitgegeven en voorts een huis aan de Parallelweg in eigendom heeft, leidt niet tot het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 1 april 2008 de eigendomsbelangen van de stichting raakt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat een mogelijke verhoging van de erfpachtcanon van de boerderij hiervoor te onzeker en onbepaald is. Daarbij is niet van belang dat de hoogte van de canon eens in de tien jaar wordt herzien in plaats van eens in de 20 tot 25 jaar. De stichting heeft ter zitting van de Afdeling te kennen gegeven dat eerst in 2018 de canon van de in erfpacht uitgegeven boerderij wordt herzien. Daarnaast heeft de stichting niet aannemelijk gemaakt dat het gesloten verklaren van de onverharde weg voor alle motorvoertuigen, met uitzondering van bestemmingsverkeer en landbouwverkeer, van invloed zal zijn op de hoogte van de erfpachtcanon. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de gebruiksmogelijkheden van de boerderij aan de Woolthuisweg niet worden aangetast door het besluit van 1 april 2008 en het college aannemelijk heeft gemaakt dat de onverharde weg niet intensief door doorgaand verkeer wordt gebruikt.

De eigendom van het huis aan de Parallelweg maakt evenmin dat geoordeeld moet worden dat de rechtbank heeft miskend dat de stichting in haar eigendomsbelangen wordt geraakt. De enkele stelling dat doorgaand gemotoriseerd verkeer een negatieve uitwerking heeft op dat huis, is hiervoor onvoldoende. Verder worden de gebruiksmogelijkheden van het huis aan de Parallelweg door het bij de rechtbank bestreden besluit niet aangetast.

2.2.2. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat de doelstelling die in artikel 2 van de statuten van de stichting is vermeld en waarnaar de stichting verwijst, in een te ver verwijderd verband staat met het besluit van 1 april 2008. Uit artikel 2 van de statuten van de stichting volgt, voor zover thans van belang, dat zij tot doel heeft het in stand houden van het buitengoed "’t Rozendael" onder Heino. Uit artikel 17, tweede lid, van de statuten van de stichting volgt, kort gezegd, dat onder het buitengoed "’t Rozendael" moet worden verstaan het huisperceel met al hetgeen zich in de directe omgeving ervan en erin bevindt. Ter zitting van de Afdeling is gebleken dat buitengoed "’t Rozendael" zich bevindt op ruime afstand van de onverharde weg en dat zich nog andere wegen bevinden tussen dat buitengoed en de onverharde weg. Het al dan niet gesloten verklaren van de onverharde weg voor alle motorvoertuigen, met uitzondering van bestemmingsverkeer en landbouwverkeer, raakt het in stand houden van het buitengoed "’t Rozendael" niet. Daarnaast volgt uit de statuten van de stichting niet dat zij een collectief belang van wandelaars vertegenwoordigt.

Het betoog faalt.

2.3. Gelet hierop, behoeft het betoog van de VOF, dat de rechtbank heeft miskend dat het verzoek tot het gesloten verklaren van de onverharde weg voor alle motorvoertuigen, met uitzondering van bestemmingsverkeer en landbouwverkeer en het tegen het besluit van 1 april 2008 gemaakte bezwaar onbevoegd is geschied, geen bespreking.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Hardeveld

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2011

312-622.