Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT7398

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
12-10-2011
Zaaknummer
201011507/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 oktober 2009 heeft de Belastingdienst de huurtoeslag van [appellante] over het jaar 2008 vastgesteld op een bedrag van € 1.810,00.

Bij besluit van 1 april 2010 heeft de Belastingdienst, voor zover hier van belang, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201011507/1/H2.

Datum uitspraak: 12 oktober 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 oktober 2010 in zaak nr. 10/2271 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2009 heeft de Belastingdienst de huurtoeslag van [appellante] over het jaar 2008 vastgesteld op een bedrag van € 1.810,00.

Bij besluit van 1 april 2010 heeft de Belastingdienst, voor zover hier van belang, het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 oktober 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 november 2010, hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Bij brieven van 21 maart 2011 en 31 maart 2011 hebben partijen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de Belastingdienst van een onjuist feitencomplex is uitgegaan, waardoor zij niet het maximale bedrag aan huurtoeslag over 2008 heeft gekregen terwijl zij daar wel recht op had.

Dit betoog is een herhaling van wat [appellante] eerder in de procedure naar voren heeft gebracht en de gestelde onjuistheid van het feitencomplex en het daaruit voortvloeiende bedrag aan huurtoeslag is verder op generlei wijze onderbouwd. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd is dan ook geen reden gelegen voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het besluit van 1 april 2010 in rechte in stand kan blijven.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Dallinga

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2011

18-705.