Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT6654

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-09-2011
Datum publicatie
05-10-2011
Zaaknummer
201109074/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 augustus 2007 heeft het college vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend voor de bouw van 98 woningen en een parkeergarage op het perceel Joost van den Vondellaan 0 te Drunen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201109074/2/H1.

Datum uitspraak: 30 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Heusden,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 30 juni 2011 in zaak nr. 09/5700 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het college.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2007 heeft het college vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend voor de bouw van 98 woningen en een parkeergarage op het perceel Joost van den Vondellaan 0 te Drunen.

Bij besluit van 23 juni 2008 heeft het college bouwvergunning verleend voor het geheel bouwen van 98 woningen en een ondergrondse parkeergarage op het perceel.

Bij besluit van 27 oktober 2009 heeft het college het door [wederpartij] tegen de verlening van de vrijstelling en bouwvergunning gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 juni 2011, verzonden op 11 juli 2011, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 (lees: 27) oktober 2009 vernietigd en bepaald dat het college binnen twaalf weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar zal nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 augustus 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 15 september 2011.

Bij eerstgenoemde brief heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[wederpartij] heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 september 2011, waar het college, vertegenwoordigd door mr. J.A.M. Hermans, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door M.A.M. Jonkers zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van het college strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het aan de uitspraak van de rechtbank dat het binnen twaalf weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar dient te nemen geen gevolg hoeft te geven.

2.3. De vraag of de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat op de uitoefening van de bevoegdheid tot verlening van vrijstelling het Besluit Luchtkwaliteit 2005 van toepassing is en dat het college het rapport "Onderzoek luchtkwaliteit voor het nieuwbouwplan Zuid-West kwadrant te Drunen" van Cauberg-Huygen van 22 januari 2007 niet (mede) aan zijn besluit ten grondslag heeft kunnen leggen, leent zich niet voor beantwoording in deze procedure en zal in de bodemprocedure onderzocht moeten worden.

Nu het in het belang van een efficiënte en finale geschillenbeslechting is dat het nieuwe besluit op bezwaar en de aangevallen uitspraak beide in de bodemprocedure kunnen worden beoordeeld en het college geen belangen heeft gesteld die zwaarder dienen te wegen, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Heusden tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Pieters

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2011

473.