Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT2845

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-09-2011
Datum publicatie
28-09-2011
Zaaknummer
201010202/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 augustus 2010, nr. Raad2010208, heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Witmoesdijk ongenummerd/Schapendijk 6" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201010202/1/R3.

Datum uitspraak: 28 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, na toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna de Awb), op het beroep van:

[appellant], wonend te Enter, gemeente Wierden,

en

de raad van de gemeente Wierden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2010, nr. Raad2010208, heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Witmoesdijk ongenummerd/Schapendijk 6" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 oktober 2010, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 maart 2011, waar [appellant], bijgestaan door M.H.J.R. Hesselink, werkzaam bij Ad Fontem Juridisch Bouwadvies B.V. in Zenderen, en de raad, vertegenwoordigd door G.J. Sluiskes, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn daar als derden-belanghebbenden [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna: in enkelvoud: [belanghebbende]) gehoord.

Bij tussenuitspraak van 28 april 2011, nr. 201010202/2/R3 en 201010202/1/T1/R3, heeft de voorzitter de raad opgedragen om binnen twaalf weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 31 augustus 2010 te herstellen.

Bij brief van 7 juli 2011, bij de Raad van State ingekomen op 12 juli 2011, heeft de raad te kennen gegeven het gebrek in het besluit van 31 augustus 2010, nr. Raad2010208, te hebben hersteld.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

Bij brief van 26 juli 2011 zijn [appellant] en [belanghebbende] in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen over het besluit van 5 juli 2011 naar voren te brengen. Door [belanghebbende] is bij brief van 12 augustus 2011 een zienswijze naar voren gebracht.

De voorzitter heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de voorzitter het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Het plan - voor zover hier van belang - strekt tot wijziging van de bestemming van het perceel dat ligt tussen de bestaande woningen Witmoesdijk 16a en 18 van "Agrarisch met waarden-Landschap (AWL)" in "Wonen (W)". Bij het plan is toepassing gegeven aan de gemeentelijke Rood voor Rood-regeling. Doel van deze regeling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied door de sloop van landschapsontsierende agrarische bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. In ruil voor de bouw van de woning aan de Witmoesdijk zal voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Schapendijk 6 in Wierden en de Reefseweg 8 in Borne worden gesloopt.

2.2. De voorzitter heeft bij de tussenuitspraak overwogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij van het in de gemeentelijke Rood-voor-Rood-regeling van 2006 neergelegde beleid is afgeweken voor zover het betreft de voorwaarde, dat bij bebouwing ter compensatie van sloop op een andere locatie dan de slooplocatie deze bebouwing in principe geconcentreerd dient te worden "in of aansluitend aan een kern of buurtschap, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande bebouwing, zoals linten en bebouwingsclusters". Daarbij heeft de voorzitter overwogen dat de door de raad ter onderbouwing van de afwijking van de regeling aangevoerde omstandigheden dat aan de Witmoesdijk al veel burgerwoningen staan, dat deze dijk een afwisseling kent van open en gesloten gebieden en dat de nieuwe woning past binnen deze structuur te algemeen van aard en mitsdien op zichzelf onvoldoende zijn om die afwijking te kunnen rechtvaardigen.

2.3. De raad heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak een nadere onderbouwing voor de gekozen bebouwingslocatie vastgesteld.

2.4. De voorzitter stelt voorop dat de regeling zelf het aansluiten bij kern of buurtschap niet onverkort voorschrijft, maar door de toevoeging van de woorden "in principe" enige ruimte laat. In de nadere motivering van het bestreden besluit heeft de raad gewezen op een aantal bijzondere omstandigheden ter zake van de locatie waar de woning is voorzien op basis waarvan bebouwing ter plaatse in dit geval zijns inziens niet onaanvaardbaar is. Gelet op deze aanvulling van de motivering van het bestreden besluit is de voorzitter van oordeel dat niet staande kan worden gehouden dat de raad in dit concrete geval niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot afwijking van de in overweging 2.2 weergegeven voorwaarde in de Rood-voor-Rood-regeling van 2006. Daarbij wordt onder meer van belang geacht dat, naar de raad naar voren heeft gebracht, de beoogde bouwlocatie niet slechts aansluit bij bebouwingsconcentratie langs de Witmoesdijk, maar tevens bij een historisch bebouwingspatroon en bestaande patronen die zijn ontstaan door de natuurlijke vorming van het landschap ter plaatse.

2.5. Gelet op het vorenstaande en gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak oordeelt de voorzitter dat de raad bij de vaststelling van het plan in redelijkheid een groter gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van de ontwikkeling van het plandeel dan aan het belang van [appellant].

2.6. Gelet op hetgeen is overwogen in 2.8 van de tussenuitspraak ziet de voorzitter in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen (W)" voor het perceel aan de Witmoesdijk tussen de woningen aan de Witmoesdijk 16a en 18, niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd.

2.7. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in 2.4 ziet de voorzitter aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover vernietigd, in stand blijven.

2.8. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Wierden van 31 augustus 2010, nr. Raad2010208, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen (W)" voor het perceel aan de Witmoesdijk tussen de woningen aan de Witmoesdijk 16a en 18;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit, voor zover het is vernietigd, in stand blijven;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Wierden tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 874,00 (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

V. gelast dat de raad van de gemeente Wierden aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Zijlstra

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2011

240.