Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT2112

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-09-2011
Datum publicatie
21-09-2011
Zaaknummer
201105540/2/V6
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 april 2010 heeft de minister [verzoekster] een boete opgelegd van € 8.000,00 wegens overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 18, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201105540/2/V6.

Datum uitspraak: 12 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], waarvan de vennoten zijn [vennoot A], [vennoot B] en [vennoot C], gevestigd te Den Haag,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 april 2011 in zaak nr. 10/7155 in het geding tussen:

[verzoekster]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2010 heeft de minister [verzoekster] een boete opgelegd van € 8.000,00 wegens overtreding van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 18, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Bij besluit van 3 september 2010 heeft de minister het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 april 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 mei 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 14 juni 2011.

Bij brief, bij de rechtbank 's-Gravenhage ingekomen op 26 juli 2011, heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek ter behandeling aan de voorzitter doorgezonden.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 augustus 2011, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. A.R. Schuurmans, werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit tot het opleggen van de boete worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.

2.2. [verzoekster] betoogt dat als de aangevallen uitspraak onverwijld ten uitvoer wordt gebracht, het onmogelijk is de gevolgen van de uitvoering ongedaan te maken en dat de situatie dan onhoudbaar is. Zij wijst er in dit verband op reeds door de deurwaarder te zijn gesommeerd een bedrag van € 9.153,59 te voldoen bij gebreke waarvan verhaalsmaatregelen worden getroffen.

Dit betoog vormt geen grond voor het oordeel dat aannemelijk moet worden geacht dat indien de rechtsgevolgen van het boetebesluit niet worden geschorst, [verzoekster] in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit de stukken die zij in hoger beroep heeft overgelegd blijkt dat in ieder geval in 2010 sprake was van een positief resultaat. Voorts heeft [verzoekster] geen pogingen ondernomen om een betalingsregeling te treffen voor betaling van de boete. Onder deze omstandigheden ontbeert het verzoek het voor het inwilligen daarvan noodzakelijke spoedeisende belang en bestaat voor het treffen van de gevraagde voorziening geen aanleiding. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Groenendijk

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2011

164.