Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BT2110

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-09-2011
Datum publicatie
21-09-2011
Zaaknummer
201107583/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 mei 2011, nr. AB11.00463, heeft het college van burgemeester en wethouders het wijzigingsplan "Heidezicht -2e wijziging" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201107583/2/R1.

Datum uitspraak: 12 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van Eigenaars Oostereng A., gevestigd te Bussum,

verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bussum,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2011, nr. AB11.00463, heeft het college van burgemeester en wethouders het wijzigingsplan "Heidezicht -2e wijziging" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de Vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2011, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2011, heeft de Vereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 augustus 2011, waar de Vereniging, vertegenwoordigd door mr. R.H.A. ter Huurne, en het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. C. Burgemeestre, advocaat te Amsterdam, dr. K.B.J. Steenbakkers en H. Teeuwissen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Het plan voorziet in een terras ten behoeve van een in het wijzigingsplan "Heidezicht (wijzigingsbevoegdheid IV) van bestemmingsplan de Engh" voorziene horecagelegenheid in de zuidelijke zone van de zogenoemde Groene Long van Bussum.

De Vereniging betoogt dat het plan niet voldoet aan de wijzigingsvoorwaarden uit het bestemmingsplan "De Engh". Daarnaast vreest zij ernstige overlast ten gevolge van het gebruik van de gronden als terras. Voorts zal het plan volgens haar leiden tot waardevermindering van de woningen in het appartementencomplex Oostereng A. Teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen wenst zij schorsing van het plan.

Aan de gronden binnen het plangebied is de bestemming "Recreatieve doeleinden" met de nadere aanduiding "horecabedrijf categorie I van de Staat van Horecabedrijven" toegekend. Daarnaast is aan de gronden de aanduiding "zonder gebouwen" toegekend. Vaststaat dat op de gronden geen gebouwen en overkappingen mogen worden gerealiseerd. Voorts staat vast dat voor het aanbrengen van een verharding ten behoeve van het terras geen aanlegvergunning benodigd is.

Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201106923/2/R1 is het verzoek tot schorsing van het wijzigingsplan "Heidezicht (wijzigingsbevoegdheid IV) van bestemmingsplan de Engh" afgewezen. Dit wijzigingsplan heeft tevens betrekking op de gronden binnen het onderhavige plangebied. Het onderhavige wijzigingsplan is van latere datum. Schorsing van het onderhavige wijzigingsplan zou derhalve tot gevolg hebben dat het wijzigingsplan "Heidezicht (wijzigingsbevoegdheid IV) van bestemmingsplan de Engh" voor de gronden binnen onderhavige plangebied in werking treedt. Het wijzigingsplan "Heidezicht (wijzigingsbevoegdheid IV) van bestemmingsplan de Engh" staat er niet aan in de weg dat op deze gronden zonder een aanlegvergunning verhardingen worden aangebracht. In zoverre bestaat derhalve geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Voor zover het verzoek zich richt tegen het gebruik van de gronden ten behoeve van horeca, ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de gevolgen van dit gebruik niet onomkeerbaar zijn. Bij het verzoek in zoverre bestaat evenmin spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Brand, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Brand

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 september 2011

575.