Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR6934

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-09-2011
Datum publicatie
07-09-2011
Zaaknummer
201101619/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 13 oktober 2009 heeft het dagelijks bestuur [appellant] verzocht aanvullende informatie te sturen voor zijn aanvraag voor een bewonersvergunning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201101619/1/H3.

Datum uitspraak: 7 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2010 in zaak nr. 10/1145 in het geding tussen:

[appellant]

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Nieuw-West, als rechtsopvolger van het stadsdeel Slotervaart, (hierna: het dagelijks bestuur).

1. Procesverloop

Bij brief van 13 oktober 2009 heeft het dagelijks bestuur [appellant] verzocht aanvullende informatie te sturen voor zijn aanvraag voor een bewonersvergunning.

Bij besluit van 16 februari 2010 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 23 december 2010, verzonden op 27 december 2010, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden ervan zijn aangevuld bij brief van 2 maart 2011.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 juli 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. J. Rutteman, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. E. Gerritsen en M.E. Bendanon, beiden werkzaam bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cition b.v., zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het dagelijks bestuur heeft het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 13 oktober 2009 geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Er werd in die brief slechts om aanvullende informatie gevraagd. Met de brief van 13 oktober 2009 werd niet beslist op de aanvraag van [appellant], aldus het dagelijks bestuur in het besluit van 16 februari 2010. Daarom stond daartegen geen mogelijkheid tot het maken van bezwaar open.

2.2. [appellant] heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zien op een inhoudelijke afwijzing van zijn aanvraag om een bewonersvergunning. Hij heeft geen gronden aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank dat het dagelijks bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de brief van 13 oktober 2009 geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb en om die reden de mogelijkheid tot het maken van bezwaar niet openstond. Ook overigens bestaat geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich terecht op dat standpunt heeft gesteld. Het hoger beroep van [appellant] wordt ongegrond verklaard.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Neuwahl

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2011

280-622.