Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR6918

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-09-2011
Datum publicatie
07-09-2011
Zaaknummer
201104895/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201104895/1/R2.

Datum uitspraak: 7 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonende te Putten,

en

de raad van de gemeente Putten,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 augustus 2011, waar [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door I. Steunebrink, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [belanghebbenden] gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een woning op het perceel [locatie 1] te Putten. Hiertoe worden drie op dit perceel aanwezige recreatiewoningen gesaneerd.

2.2. [appellant] kan zich er niet mee verenigen dat het plan voorziet in een woning nabij zijn woning op het perceel [locatie 2]. Daartoe betoogt hij dat dit plan bouwmogelijkheden biedt op een kortere afstand van zijn woning dan onder het vorige plan was toegestaan. Voorts vreest hij voor een aantasting van zijn privacy, verlies van zijn uitzicht, verstening van het buitengebied en waardevermindering van zijn woning.

2.2.1. In de verbeelding is weergegeven dat tussen het perceel van [appellant] en de gronden met de bestemming "Wonen" op het perceel [locatie 1] een strook van ongeveer 10 meter breed ligt waaraan de bestemming "Bos" is toegekend. De gronden met de bestemming "Wonen" zijn gelegen op een afstand van ongeveer 16 meter van de woning van [appellant].

2.2.2. Voor zover [appellant] betoogt dat het plan voor hem nadelig is omdat het voorziet in een bouwvlak dichterbij zijn woning dan op grond van het vorige plan was toegestaan, faalt dit betoog. Daartoe acht de Afdeling van belang dat de raad zich, onder verwijzing naar de plankaart behorende bij het bestemmingsplan "Westelijk Buitengebied", door de raad van de gemeente Putten vastgesteld op 28 februari 2006, op het standpunt heeft gesteld dat het in het voornoemd plan aan het perceel [locatie 1] toegekende bouwvlak eveneens aansluitend aan de gronden met de bestemming "Bos" lag.

Gezien de afstand van 16 meter tussen de woning van [appellant] en het aan het perceel [locatie 1] toegekende bouwvlak, waarvan ongeveer 10 meter bestaat uit bosgronden, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de privacy in de woning van [appellant], noch zijn uitzicht als gevolg van het plan ernstig worden aangetast. Het betoog faalt.

Ten aanzien van de vrees voor verstening van het buitengebied, stelt de Afdeling vast dat op het perceel [locatie 1] thans drie recreatiewoningen staan en op grond van de in het vorige plan aan het perceel toegekende bestemming "Verblijfsrecreatie" ter plaatse voorts trekkershutten en kamphuizen waren toegestaan. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan tot minder verstening in het buitengebied leidt, nu de recreatiewoningen ten behoeve van een nieuwe woning moeten worden gesaneerd. Voorts wijst de raad er op dat trekkershutten en kamphuizen in het thans voorliggende plan niet meer zijn toegestaan. In de enkele vrees van [appellant] voor verstening ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen. Het betoog faalt derhalve.

2.2.3. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

2.2.4. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2011

458-677.