Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR6361

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
31-08-2011
Zaaknummer
201008376/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juni 2010, kenmerk 2010-039.6, heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Molenheide" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201008376/1/R3.

Datum uitspraak: 31 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Soerendonk, gemeente Cranendonck,

en

de raad van de gemeente Cranendonck,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2010, kenmerk 2010-039.6, heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Molenheide" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State per faxbericht ingekomen op 26 augustus 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 23 september 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juli 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door ir. I. Smeets, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante], die aan de [locatie] is gevestigd, betoogt dat de raad ten onrechte de bestemming "Bedrijven-1" heeft vastgesteld voor haar perceel. Daartoe voert zij aan dat haar bedrijf onder milieucategorie 3.2 valt en in het voorliggende plan niet als zodanig is bestemd. De raad heeft ten onrechte het bestaande legale gebruik onder het overgangsrecht gebracht, terwijl [appellante] niet voornemens is haar bedrijf binnen de planperiode naar elders te verplaatsen.

2.2. De raad stelt dat het toelaten van een milieucategorie 3.2 geen zin heeft, aangezien met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen milieuvergunning kan worden afgegeven voor nieuwe bedrijven met die categorie. [appellante] is weliswaar niet als zodanig bestemd, maar is onder het overgangsrecht gebracht en kan derhalve worden voortgezet.

2.3. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder b, van de planregels, voor zover hier van belang, zijn de voor "Bedrijf-1" aangewezen gronden bestemd voor bedrijven in de milieucategorieën 2 en 3.1 die zijn genoemd in de bijlage (Staat van Bedrijfsactiviteiten) met uitzondering van risicovolle inrichtingen. [appellante] valt onder milieucategorie 3.2 en is derhalve niet met voornoemde bestemming in overeenstemming.

2.4. In beginsel dient bestaand legaal gebruik dienovereenkomstig te worden bestemd. Dit uitgangspunt kan onder meer uitzondering vinden, indien het als zodanig bestemmen van bestaand legaal gebruik op basis van nieuwe inzichten niet langer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Daarnaast moet met het oog op de gevestigde rechten en belangen aannemelijk zijn dat de beoogde bestemming binnen de planperiode wordt verwezenlijkt.

Niet in geschil is dat [appellante] ter plaatse sinds 1993 is gevestigd en onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Soerendonk-Molenheide" (1989) als zodanig was bestemd. Omdat de raad dit bestaande legale gebruik niet als zodanig heeft bestemd, diende hij te motiveren waarom dit gebruik niet langer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. De raad heeft bij de vaststelling van het plan overwogen dat door de nabijheid van woningen categorie 3.1. de maximale categorie is voor de toegelaten bedrijven, gelet op de hinder van de bedrijven ter plaatse van de woningen. Ter zitting heeft de raad daaraan toegevoegd dat het ter plaatse toelaten van categorie 3.2. in strijd met de rechtszekerheid de indruk geeft dat ter plaatse bedrijfsactiviteiten uit deze categorie uitgeoefend kunnen worden, terwijl een omgevingsvergunning voor deze activiteiten niet kan worden verleend. Omdat het bedrijf volgens de raad onder het overgangsrecht kan worden doorverkocht aan een ander bedrijf in categorie 3.2, acht hij de gekozen planregeling aanvaardbaar. De Afdeling is van oordeel dat de raad met dit standpunt eraan voorbij gaat dat slechts het gebruik dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan ingevolge het overgangsrecht mag worden voortgezet. Dit leidt tot een beperking van de mogelijkheden tot zelfs een geringe wijziging, ook als daartegen geen planologische bezwaren bestaan. Voorts behoren de planologische situatie en de milieuvergunning tot verschillende regimes en dienen deze afzonderlijk van elkaar beoordeeld te worden.

Uit het voorgaande volgt dat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het gevestigde belang van [appellante] moet wijken voor de belangen die zijn gediend bij het beperken van de categorieën toegelaten bedrijven tot milieucategorie 3.1. Verder is niet gebleken dat het gebruik van het perceel door [appellante] binnen de planperiode zal worden beëindigd dan wel dat de raad voornemens is het gebruik voor zover niet in overeenstemming met het plan te doen beëindigen.

Het standpunt van de raad dat de komst van nieuwe milieuoverlast veroorzakende bedrijfsactiviteiten moet worden tegengegaan is op zich zelf niet onredelijk, maar gaat eraan voorbij dat het niet noodzakelijk is om alle bedrijfstypen uit categorie 3.2 op het perceel toe te laten. De concrete omstandigheden kunnen ertoe leiden dat in dit geval het opnemen van een maatbestemming in redelijkheid gerechtvaardigd is. Het betoog slaagt.

2.5. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijven-1" voor het perceel [locatie] niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

2.6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Cranendonck van 8 juni 2010, kenmerk 2010-039.6, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijven-1" voor het perceel [locatie] te Soerendonk, zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak gevoegde kaart;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Cranendonck tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Cranendonck aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Taal

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2011

350-661.

<HR>

Kaart