Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR6319

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
31-08-2011
Zaaknummer
201101158/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college [appellant] op straffe van een dwangsom gelast om binnen twaalf weken de zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te Sint-Michielsgestel (hierna: het perceel) opgerichte bouwwerken te verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201101158/1/H1.

Datum uitspraak: 31 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Sint-Michielsgestel,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) van 14 december 2010 in zaak nrs. 10/3222 en 10/3741 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel. (hierna: het college)

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college [appellant] op straffe van een dwangsom gelast om binnen twaalf weken de zonder bouwvergunning op het perceel [locatie] te Sint-Michielsgestel (hierna: het perceel) opgerichte bouwwerken te verwijderen.

Bij besluit van 9 november 2010 heeft het het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 14 december 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 januari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 31 maart 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 augustus 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. I.J.J.M. Roorda, advocaat te Vught, en het college, vertegenwoordigd door E.G. Grigorjan, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] heeft het bezwaar gemaakt bij brief van 19 augustus 2010. Hij heeft in deze brief geen gronden aangevoerd, doch daarvoor een termijn van zes weken gevraagd. Bij brief van 26 augustus 2010 heeft het college hem daartoe tot 14 september 2010 in de gelegenheid gesteld en vermeld dat, indien binnen deze termijn geen gronden zouden zijn ontvangen, dit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar kan leiden. Niet in geschil is dat binnen de aldus gestelde termijn geen gronden van bezwaar zijn aangevoerd.

2.2. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het verzuim tijdig gronden van bezwaar aan te voeren verschoonbaar is door de druk en de spanning van ziekte en bijzondere omstandigheden in de persoonlijke sfeer van zijn gemachtigde.

2.2.1. Dat betoog faalt. Dat de gemachtigde van [appellant], als gesteld, gevolgen ondervindt van een ziekte, maakt niet dat [appellant] niet voor afloop van de daarvoor gestelde termijn gronden van bezwaar heeft kunnen indienen, dan wel om verlenging van de termijn heeft kunnen vragen. Gevolgen van de omstandigheid dat de gemachtigde de zaak niet heeft overgedragen, als hij tot behartiging ervan niet in staat was, heeft het college voor rekening van [appellant] mogen laten, als het heeft gedaan.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2011

17-700.