Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR6317

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
31-08-2011
Zaaknummer
201100612/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 januari 2010 heeft het college geweigerd [appellant] bouwvergunning te verlenen voor het aanbrengen van een dakkapel op de woning op het perceel [locatie] te Groningen (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201100612/1/H1.

Datum uitspraak: 31 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Noordwijk, gemeente Marum,

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen (hierna: de rechtbank) van 2 december 2010 in zaak nr. 10/687 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (hierna: het college).

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 januari 2010 heeft het college geweigerd [appellant] bouwvergunning te verlenen voor het aanbrengen van een dakkapel op de woning op het perceel [locatie] te Groningen (hierna: het perceel).

Bij besluit van 4 juni 2010 heeft het het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 december 2010, verzonden op 8 december 2010, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 januari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 februari 2011.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 augustus 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door drs. J. Takkebos, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. Simonides, werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Commissie voor de Welstandszorg van de Gemeente Groningen (hierna: welstandscommissie) heeft in reactie op het door [appellant] overgelegde deskundigenbericht van 23 oktober 2009 op 19 november 2009 negatief over het bouwplan geadviseerd. Het college heeft dit advies aan het besluit van 25 januari 2010 ten grondslag gelegd.

Volgens het advies voldoet het bouwplan niet aan de sneltoetscriteria voor dakkapellen. De welstandscommissie heeft het bouwplan voorts getoetst aan de voor het perceel van toepassing zijnde algemene en gebiedsgerichte criteria uit de welstandsnota en de welstandsatlas en het bouwplan daarmee niet in overeenstemming geoordeeld. Volgens de welstandscommissie levert het bouwplan geen positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en past het niet goed binnen de context van het bestaande pand, nu er geen duidelijke samenhang is tussen de verbouw en het bestaande pand. Het is in vorm, maatverhouding en detaillering inconsequent en ondersteunt het karakter van het bouwwerk niet, aldus de welstandscommissie.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat het college het advies van de welstandscommissie aan de weigering ten grondslag heeft mogen leggen, heeft miskend dat het college, gelet op de door hem bij de aanvraag gevoegde brief van Architektenburo Jan Dorenbos B.V. van 23 oktober 2009 en het in bezwaar overgelegde bericht van 9 februari 2010, niet mocht volstaan met het summiere welstandsadvies, waarin het oordeel dat de kapel niet binnen de context van het bestaande pand zou passen en de authentieke dakkapel wel en dat het bouwwerk niet afdoende is afgemeten aan de bestaande omgeving, die volgens de omschrijving van gebied 8 in de Welstandsatlas gekenmerkt wordt door de dynamiek door de eeuwen heen, niet is toegelicht.

2.2.1. Volgens hoofdstuk 6 van de "Welstandnota 2008 "Op weg naar een vereenvoudigde welstand"" (hierna: welstandnota) worden bij elke planbeoordeling algemene criteria toegepast. Volgens paragraaf 6.1. dienen bouwwerken een positieve bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Voorts dient volgens paragraaf 6.2. de schaal, dan wel schaalbeleving, van een bouwwerk te passen bij de bouwopgave en de context, waarin het gerealiseerd wordt. Bij nieuw- of verbouw binnen een bestaande, al dan niet monumentale, context bestaat een duidelijk idee over de samenhang tussen de verschillende delen, aldus die paragraaf. Volgens paragraaf 6.3. dient het bouwwerk in stijl, vorm, maatverhoudingen, materialisatie en detaillering consequent te zijn. Materiaal, textuur, kleur en lichtwerking zijn passend bij en ondersteunen het karakter van het bouwwerk, aldus die passage.

Volgens de Welstandsatlas geldt voor het gebied, waarin het bouwplan is voorzien, dat de uniciteit van het stadscentrum directe gevolgen heeft voor de welstandstoets. De bebouwing is hier zo divers en de ruimtelijke verhoudingen zijn zo complex, dat het lastig is om een algemene beschrijving te geven, waaruit eenvoudig sneltoetscriteria te destilleren zijn. Er zijn daarvoor te weinig of juist teveel gemene delers. Daar komt bij dat het hele stadscentrum vanwege haar grote cultuurhistorische waarde de status van beschermd stadsgezicht heeft, hetgeen de bijzondere positie alleen maar vergroot. Het centrumgebied wordt naast de historische waarde tevens gekenmerkt door dynamiek door de eeuwen heen. Gevolg hiervan is een subtiele balans tussen contrasten en overeenkomsten, zowel in schaal, vorm, volume, geleding, textuur als kleur, aldus de desbetreffende passage.

2.2.2. De rechtbank heeft, nu in het advies van 19 november 2009 is uiteengezet, dat en waarom het bouwplan niet aan de redelijke eisen van welstand voldoet, in hetgeen in beroep aangevoerd terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college dit advies niet mocht volgen. Uit de mededeling in het advies dat het bouwplan niet aan de sneltoetscriteria voldoet, heeft zij terecht niet afgeleid dat de welstandscommissie een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, reeds omdat die vermelding niet aan het negatieve oordeel ten grondslag is gelegd.

In het welstandsadvies hoefden voorts geen mogelijke alternatieven te worden besproken. De welstandscommissie diende zich uit te laten over het ingediende bouwplan. Dat het welstandsadvies niet vermeldt, hoe het wel aan redelijke eisen van welstand zou kunnen voldoen en niet verklaart, waarom terugplaatsing van de authentieke dakkapel wel zou passen, heeft de rechtbank daarom terecht geen grond gegeven voor het oordeel dat het welstandsadvies ontoereikend is gemotiveerd.

Het betoog faalt.

2.3. Het betoog van [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat hij heeft bedoeld te betogen dat het college met de weigering het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden, kan hem niet baten, nu hij daardoor in elk geval niet tekort is gedaan.

Het betoog faalt.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2011

17-700.