Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5703

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201100715/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 april 2009 heeft het dagelijks bestuur voor zover hier van belang besloten de door Edelchemie en [appellant] ingediende aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: de Wvo-vergunning) voor het lozen van afvalwater afkomstig van de inrichting gelegen aan de Sint Antoniusstraat 15 te Heel, gemeente Maasgouw, via de bedrijfsriolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: rwzi) Panheel op het oppervlaktewater genaamd Slijbeek (hierna: de Wvo-aanvraag) buiten behandeling te laten.

Wetsverwijzingen
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 1
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 7
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.28
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 4:5
Algemene wet bestuursrecht 7:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/732
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201100715/1/M1.

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Edelchemie Panheel B.V. (hierna: Edelchemie), gevestigd te Heel, gemeente Maasgouw, en [appellant], wonend te Heel, gemeente Maasgouw,

appellanten,

en

het dagelijks bestuur van het Waterschap Peel en Maasvallei (hierna: het dagelijks bestuur),

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2009 heeft het dagelijks bestuur voor zover hier van belang besloten de door Edelchemie en [appellant] ingediende aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: de Wvo-vergunning) voor het lozen van afvalwater afkomstig van de inrichting gelegen aan de Sint Antoniusstraat 15 te Heel, gemeente Maasgouw, via de bedrijfsriolering en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: rwzi) Panheel op het oppervlaktewater genaamd Slijbeek (hierna: de Wvo-aanvraag) buiten behandeling te laten.

Bij besluit van 6 september 2010, verzonden op 7 september 2010, heeft het dagelijks bestuur het door Edelchemie en [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar voor zover gericht tegen het niet horen van Edelchemie en [appellant] voorafgaand aan het besluit van 3 april 2009 gegrond verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben Edelchemie en [appellant] bij brief, bij de Rechtbank Roermond ingekomen op 18 oktober 2010, beroep ingesteld. Bij brief van 18 november 2010 hebben Edelchemie en [appellant] de gronden van het beroep aangevuld. De Rechtbank heeft het beroep, voor zover gericht tegen het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag, naar de Afdeling doorgezonden.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Edelchemie en [appellant] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2011, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door J.W.H. van den Broek, werkzaam bij het waterschap, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is onder meer de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: de Wvo) ingetrokken. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 2.29 van de Invoeringswet Waterwet, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding, omdat de aanvraag is ingediend vóór 22 december 2009.

In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Waterwet werden gewijzigd.

2.2. Bij besluit van 6 november 1998 is aan Edelchemie een Wvo-vergunning verleend voor de duur van tien jaar voor het lozen van bedrijfsafvalwater via de bedrijfsriolering en de rwzi Panheel op het oppervlaktewater, genaamd Slijbeek. De Wvo-vergunning is op 8 november 2008 geëxpireerd. Op 24 oktober 2008 hebben Edelchemie en [appellant] aan het dagelijks bestuur verzocht de Wvo-vergunning met enkele jaren te verlengen. Bij besluit van 3 april 2009 heeft het dagelijks bestuur besloten de Wvo-aanvraag op grond van artikel 7b, derde lid, aanhef en onder a, van de Wvo buiten behandeling te laten aangezien Edelchemie en [appellant] niet binnen zes weken nadat de Wvo-aanvraag was ingediend een aanvraag om een milieuvergunning hadden ingediend.

2.3. Bij het bestreden besluit heeft het dagelijks bestuur het besluit om de Wvo-aanvraag buiten behandeling te laten niet in heroverweging genomen. Het dagelijks bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat Edelchemie en [appellant] geen belang meer hadden bij een beslissing op hun bezwaar, omdat het dagelijks bestuur bij besluit van 3 maart 2010 een inhoudelijk besluit heeft genomen op een op 12 augustus 2009 door Edelchemie en [appellant] ingediende Wvo-aanvraag.

2.4. Edelchemie en [appellant] betogen wel degelijk belang te hebben bij de inhoudelijke behandeling van hun bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag. In dit verband voeren zij aan dat de aanvraag van 3 april 2009 een zelfstandige aanvraag is die zelfstandig dient te worden beoordeeld. De omstandigheid dat later een nieuwe aanvraag is ingediend doet daar volgens hen niet aan af. Edelchemie en [appellant] betogen dat het dagelijks bestuur ten onrechte de door hen op 24 oktober 2008 ingediende Wvo-aanvraag buiten behandeling heeft gelaten, aangezien het dagelijks bestuur in strijd met artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) nagelaten heeft hen in de gelegenheid te stellen eventuele tekortkomingen te herstellen.

2.4.1. De enkele omstandigheid dat na het besluit van het dagelijks bestuur van 3 april 2009 door Edelchemie en [appellant] een identieke Wvo-aanvraag is ingediend die vervolgens door het dagelijks bestuur inhoudelijk is beoordeeld en afgewezen, brengt niet met zich dat voor Edelchemie en [appellant] geen belang bestaat bij de behandeling van hun bezwaar gericht tegen het buiten behandeling laten van hun Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008. Immers deze aanvraag zou kunnen leiden tot vergunningverlening. Het dagelijks bestuur heeft ten onrechte het besluit van 3 april 2009 voor zover het betreft het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008 niet heroverwogen. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 7:11, eerste lid van de Awb te worden vernietigd.

2.5. De Afdeling ziet evenwel aanleiding om te onderzoeken of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit voor zover het betreft de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008, met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand kunnen worden gelaten. In het besluit van 3 april 2009 heeft het dagelijks bestuur de Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008 op grond van artikel 7b, derde lid, aanhef en onder a, buiten behandeling gelaten aangezien Edelchemie en [appellant] niet binnen zes weken nadat de Wvo-aanvraag was ingediend een aanvraag om een milieuvergunning hadden ingediend.

2.5.1. Ingevolge artikel 7b, eerste lid, van de Wvo wordt, in een geval als bedoeld in artikel 8.28 van de Wet milieubeheer, de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens artikel 1, eerste, derde of vierde lid, ingediend tegelijk met de aanvraag om een vergunning krachtens de betrokken wet.

Ingevolge artikel 7b, derde lid, aanhef en onder a, van de Wvo wordt in een geval als bedoeld in het eerste lid de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gelaten indien de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer niet is ingediend binnen zes weken na het tijdstip waarop de aanvraag om vergunning krachtens deze wet is ingediend.

2.5.2. De Wvo-aanvraag houdt, blijkens de stukken, verband met activiteiten van de inrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer is vereist. Het dagelijks bestuur heeft dan ook terecht de coördinatiebepalingen van artikel 7b van de Wvo van toepassing geacht. Niet in geschil is dat Edelchemie en [appellant] niet binnen zes weken nadat de Wvo-aanvraag was ingediend een aanvraag om een milieuvergunning hebben ingediend. Daarom heeft het dagelijks bestuur terecht op grond van artikel 7b, derde lid, aanhef en onder a, van de Wvo de Wvo-aanvraag buiten behandeling gelaten. Geen toepassing kan worden gegeven aan de in artikel 4:5, eerste lid, van de Awb opgenomen herstelmogelijkheid aangezien artikel 7b, derde lid, aanhef en onder a, van de Wvo een dwingende bepaling is. Het dagelijks bestuur heeft terecht de Wvo-aanvraag buiten behandeling gelaten. Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding voor het in stand laten van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor zover het betreft de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008.

2.6. Het beroep is gegrond. Het besluit van 6 september 2010 dient wegens strijd met artikel 7:11, eerste lid van de Awb te worden vernietigd, voor zover daarbij het bezwaar ongegrond is verklaard tegen het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008. De Afdeling zal evenwel bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit voor zover het is vernietigd in stand blijven.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van het Waterschap Peel en Maasvallei van 6 september 2010, voor zover daarbij het bezwaar ongegrond is verklaard tegen het buiten behandeling laten van de Wvo-aanvraag van 24 oktober 2008;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven voor zover dat besluit is vernietigd.

IV. gelast dat het dagelijks bestuur van het Waterschap Peel en Maasvallei aan Edelchemie Panheel B.V. en [appellant] het door hun voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011

163-678.