Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2011:BR5702

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
201100424/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, de Krozenbogerd" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201100424/1/R2.

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante A], [appellante B] en [appellant C] (hierna: [appellante]), gevestigd te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal,

en

de raad van de gemeente West Maas en Waal,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Beneden-Leeuwen, de Krozenbogerd" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 januari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juli 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door L.J.A.M. Meeuwsen en H.T.M. de Boer, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan strekt ertoe bedrijven, met daarbij bedrijfswoningen, mogelijk te maken op de locatie Krozenbogerd aan de Van Heemstraweg te Beneden-Leeuwen.

2.2. [appellante] kan zich niet met de met het plan voorziene bedrijven en bedrijfswoningen verenigen omdat deze binnen een afstand van 100 meter vanaf haar veehouderij zijn voorzien. Zij betoogt hiertoe dat mede gezien toekomstige ontwikkelingen in de nabije omgeving haar perceel binnen de bebouwde kom ligt, of zal komen te liggen.

2.2.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorziene bedrijven en bedrijfswoningen na realisering van het plan als objecten categorie III in de zin van artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer kunnen worden aangemerkt. De raad stelt zich daarbij onder meer op het standpunt dat ter plaatse geen sprake is van bebouwde kom. Gelet op voormelde categorie kan, volgens de raad, worden uitgegaan van een afstand van 50 meter tussen het bedrijf van [appellante] en de voorziene bedrijven en bedrijfswoningen. De raad stelt voorts dat met het plan is voldaan aan deze afstand en [appellante] daardoor niet zal worden belemmerd in haar bedrijfsuitoefening.

2.2.2. Ingevolge artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer, wordt onder een object categorie II, voor zover thans van belang, verstaan: bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving.

Ingevolge artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer, wordt onder een object categorie III verstaan: verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woon- of recreatiefunctie verleent.

Ingevolge artikel 4, derde lid, van het Besluit landbouw milieubeheer is in afwijking van het tweede lid dit besluit van toepassing op een inrichting die is gelegen op een afstand van minder dan 100 meter van een object categorie I of II, of op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie III, IV of V en die is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, indien het aantal landbouwhuisdieren dat gehouden wordt niet groter is dan het aantal landbouwhuisdieren dat op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer gehouden mocht worden en voor zover de afstand tot het dichtstbijzijnde object categorie I, II, III, IV of V niet is afgenomen.

In de bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer zijn de afstanden opgenomen die aangehouden dienen te worden tussen bedrijven waarop het Besluit van toepassing is en objecten uit de categorieën I, II, III, IV en V.

2.2.3. De Afdeling stelt vast dat de inrichting van [appellante] onder de werking van het Besluit landbouw milieubeheer valt, nu er 30 melkkoeien en 27 stuks jongvee gehouden worden, blijkens de door [appellante] gedane melding in het kader van het Besluit landbouw milieubeheer op 20 april 2007, die op 3 oktober 2007 is aangevuld.

2.2.4. De Afdeling overweegt dat de grens van de bebouwde kom wordt bepaald door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Nu het plangebied en de directe omgeving daarvan bestaat uit agrarische bedrijven, bedrijven zoals detailhandel en enkele woningen, bestaat er naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende concentratie van gebouwen en bevolking om dit als bebouwde kom, in de zin van artikel 1, van het Besluit landbouw milieubeheer, te kunnen aanmerken. Gelet hierop is evenmin sprake van aaneengesloten woonbebouwing, in de zin van dit artikel.

Voor zover [appellante] aanvoert dat haar perceel, en daarmee ook het plangebied, reeds binnen de bebouwde kom ligt, aangezien het wegverkeersbord "bebouwde kom" voor haar perceel staat en haar bedrijf ligt aan een 30 km/h weg, overweegt de Afdeling dat dit aspecten betreffen die niet leidend zijn bij de beoordeling van de vraag of in dit kader sprake is van een bebouwde kom. Dit betoog van [appellante] leidt derhalve niet tot een ander oordeel.

Voor zover [appellante] betoogt dat in de nabije toekomst ontwikkelingen zullen plaatsvinden waarna de omgeving van het plangebied en haar bedrijf wel binnen de bebouwde kom zal komen te liggen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat hier concrete plannen toe bestonden ten tijde van het bestreden besluit.

2.2.5. De raad heeft zich gezien het vorenstaande in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op grond van het Besluit landbouw milieubeheer het plan op een zodanige afstand is voorzien dat dit niet tot een onaanvaardbare belemmering zal leiden van de bedrijfsvoering van [appellante].

2.3. In hetgeen [appellante] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011

458-677.